Home Blog Pagina 2

Van Belfast naar Nederland: hoe geweld uitgroeit tot identiteitsstrijd

Een steekpartij in Belfast. Rellen in Amsterdam. Steeds vaker verandert één gewelddadig incident binnen uren in een strijd over nationale identiteit en migratie. Hoe werkt dat mechanisme en speelt het ook in Nederland?

fotograaf:Adam Vaughan

Op maandag 9 juni 2025 stak een man de 43-jarige Stephen Ogilvie op straat in Belfast neer. Omstanders filmden de aanval. Binnen enkele uren circuleerde de video op sociale media. Nog diezelfde avond gingen groepen mensen de straat op.

Wat volgde, was geen protest. Het waren rellen. Groepen mannen vielen woningen aan, staken auto’s in brand en joegen gezinnen op de vlucht. De verdachte, de 30-jarige Hadi Alodid uit Sudan, zat op dat moment al vast. De mensen die hun huizen moesten ontvluchten, hadden hem nooit ontmoet. Dat is de realiteit die zich in Belfast ontvouwde, en die inmiddels ook elders in Europa herkenbaar is.

Beelden gaan sneller dan feiten

De overgang van individueel misdrijf naar collectief conflict verloopt tegenwoordig razendsnel. Niet via nieuwsmedia, maar via de telefoon in je zak.

In Belfast verspreidden de beelden van de aanval zich sneller dan de politie kon reageren. Nog voordat de politie de identiteit van de verdachte officieel bevestigde, ze omschreef hem aanvankelijk zelfs ten onrechte als Somalisch. En waren de discussies over migratie en nationale veiligheid al volop gaande.

Politiechef Jon Boutcher noemde de rellen “een enorme daad van zelfbeschadiging, gepleegd door mensen die eigenlijk alleen hun eigen toekomst in gevaar brengen.” De familie van het slachtoffer riep op tot kalmte en verzette zich nadrukkelijk tegen het gebruik van de aanval “om mensen te verdelen of vijandigheid aan te wakkeren.” Het hielp weinig. De woede had al een nieuwe eigenaar gevonden.

Amsterdam, november 2024

Dat patroon is in Nederland niet onbekend. Op 7 november 2024 speelde Ajax thuis tegen Maccabi Tel Aviv in de Europa League. Na afloop vielen groepen mensen Israëlische supporters op meerdere plekken in de stad aan. Zeven mensen belandden in het ziekenhuis, tientallen raakten lichtgewond. De politie pakte zestig mensen op.

De reacties kwamen snel. Premier Schoof noemde de aanvallen “absoluut antisemitisch.” Geert Wilders tweette nog dezelfde avond dat hij al twintig jaar waarschuwde voor “de groeiende jodenhaat door massaimmigratie en islamisering.” Wat in de eerste reacties onderbelicht bleef: de avond vóór de wedstrijd filmden omstanders Maccabi-supporters terwijl ze Palestijnse vlaggen van gevels rukten, racistische leuzen scandeerden en een taxichauffeur aanvielen. Die context verdween naar de achtergrond en het frame was gezet.

In de Amsterdamse gemeenteraad wees een raadslid erop dat mensen met een migratieachtergrond nu collectief de schuld kregen van het geweld, terwijl de meesten van hen niets met de rellen te maken hadden. Politicoloog Saskia Bonjour (UvA), die twintig jaar onderzoek doet naar migratie en burgerschap, herkende in de politieke reactie “terugkerende dynamieken van in- en uitsluiting” en stelde de vraag hoe die dynamiek verandert nu radicaal-rechts niet langer oppositie voert maar regeerde die tijd.

De bodem was al droog

Dat incidenten zo snel escaleren tot een identiteitsdebat is geen toeval. Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeerde in maart 2025 dat het debat over migratie in Nederland al diep gepolariseerd is, los van welk incident dan ook.

Opvattingen over migratie, nationale identiteit en de richting van de samenleving hangen sterk met elkaar samen, schrijft het SCP. Mensen die zich zorgen maken over migratie, vinden vaak ook dat de samenleving de verkeerde kant op gaat en vertrouwen de politiek niet. Het SCP noemt dit een “samenklontering” van opvattingen, waardoor emoties hoog kunnen oplopen. Want het gaat al lang niet meer alleen om migratie, het gaat om de fundamentele vraag wat het betekent om Nederlander te zijn en om het gevoel erbij te horen. Die gepolariseerde bodem maakt begrijpelijk waarom een incident als Belfast of Amsterdam zo snel ontvlamt. De woede hoeft niet uit het niets te komen. Ze was er al.

Hetzelfde mechanisme, andere context

Belfast en Amsterdam zijn geen identieke gevallen. De historische context verschilt. In Noord-Ierland speelt een lange traditie van sektarisch wij-zij-denken mee, waarbij de migrant een rol inneemt die eerder door de religieuze tegenpartij werd vervuld. In Nederland liggen de spanningslijnen anders.

Maar het onderliggende mechanisme is opvallend vergelijkbaar: een incident met een herkenbare verdachte, beelden die razendsnel de ronde doen, een politiek debat dat sneller gaat dan het feitenonderzoek, en uiteindelijk de verschuiving van de individuele dader naar een hele groep. De vraag is niet of die groepen vrijuit gaan als er geweld plaatsvindt. De vraag is wanneer een misdaad ophoudt een misdaad te zijn en een symbool wordt, wanneer niemand de dader nog als individu ziet maar als bewijs.

Dat is de les die beide steden bieden, niet als waarschuwing dat Nederland Belfast wordt, maar als spiegel. Hoe snel gaan wij van incident naar identiteit? Hoe snel bepalen beelden de betekenis, nog voordat de feiten bekend zijn? En wie betaalt uiteindelijk de prijs van die snelheid?

Bronnen: NOS, CBC News, CNN; Tweede Kamer plenair debat 13 november 2024; dr. Saskia Bonjour, Studium Generale Utrecht, 25 november 2024; SCP, ‘Migratie als spiegel van maatschappijbeelden’, maart 2025.

Van wegwerpplastic naar hergebruik.  

Na een evaluatie en voorstel van verandering in de Tweede Kamer zal de huidige toeslag op plastic wegwerpbekers en –bakjes verdwijnen. Naar verwachting wordt er per 1 januari 2027 een wijziging doorgevoerd in het Besluit kunststofproducten, voor eenmalig gebruik. Waar de nadruk voorheen vooral lag op de extra kosten voor het gebruik van wegwerpplastic, wil de overheid hun focus voortaan gaan leggen op het terugdringen van het gebruik hiervan.  

Hergebruik zal hierbij centraal gaan staan. Er zullen namelijk nieuwe regels gaan gelden voor horecabedrijven en de extra kosten die momenteel worden gerekend voor wegwerpbekers en –bakjes van plastic.  

Daarnaast worden de regels omtrent klanten die in jouw bedrijf eten aangescherpt. Deze regels gelden echter niet alleen voor restaurants en cafés, maar ook voor kantoren en winkels. Zo worden hiervoor de volgende alternatieven genoemd; het gebruik van herbruikbare, keramieken, glazen of metalen bekers en/of borden. Hier worden echter ook de alternatieven van statiegeld en eigen servies genoemd.  

Met deze maatregelen wil de overheid graag bedrijven motiveren om herbruikbaar servies te gebruiken. Ook willen zij dat zij enkel duurzame verpakkingen aanbieden, met als doel van de overheid dat het gebruik van wegwerpplastic verminderd zal worden. Tot slot in de hoop dat er er meer recyclebaar plastic gebruikt zal worden. 

Producenten van wegwerpplastic zijn en blijven verantwoordelijk voor de kosten die gebiedsbeheerders maken. Zij zijn dus ook betrokken bij het opruimen van het afval dat door hun producten ontstaat in openbare ruimten.  

Solution provider Milgro

Milgro is onafhankelijke solution provider op het gebied van afval- en grondstoffenmanagement. Zij houden zich actief bezig met deze ontwikkelingen. Milgro zorgt ervoor dat bedrijven in contact komen met andere bedrijven die hun afval zullen verwerken of de grondstoffen uit dit afval herbruikbaar maken.  

De Kamer van Koophandel (KVK) komt met alternatieven voor als je als bedrijf ervoor kiest om helemaal geen plastic wegwerpbakjes en –bekers meer te gebruiken. Zo komen zij met onder andere de oplossing dat er herbruikbare verpakkingen aangeboden kunnen worden. een voorbeeld hiervan is statiegeld, dit zodat de bakjes en bekers geretourneerd worden. Ook wordt er een raamsticker voorgesteld. Hiermee maken bedrijven duidelijk dat zij eigen verpakkingen van klanten accepteren. Als klanten met hun eigen verpakking komen, hoeft het bedrijf in kwestie geen verpakkingsmateriaal aan te bieden.  

Milgro vat met hun woorden de ontwikkeling als volgt samen; ‘Wie nu structureel inzet op herbruikbare systemen, goede inzameling en duidelijke communicatie, loopt voor op zowel handhaving als de norm die de komende jaren standaard wordt.’  

Hoe het beeld van statushouders botst met cijfers: ‘ik wil zo graag werken’

In Nederland bezwijkt onze verzorgingsstaat onder niet-westerse allochtonen die profiteren van onze uitkeringen en woningen. Het is een uitspraak die regelmatig terugkomt in het politieke debat over migratie. Ook wordt vaak gewezen op cijfers waaruit blijkt dat een deel van de statushouders jarenlang afhankelijk blijft van een uitkering. Maar hoe stevig is dat beeld als je het naast de cijfers legt?

Uit cijfers van het CBS blijkt dat 25 procent van de statushouders na 9 jaar nog afhankelijk is van een uitkering. Tegelijkertijd heeft meer dan de helft van de statushouders na 9 jaar werk als belangrijkste inkomstenbron. Daarmee ligt het aandeel langdurig uitkeringsafhankelijke statushouders lager dan het percentage van een derde dat regelmatig in het politieke debat wordt genoemd.

Volgens onderzoeker Jaco Dagevos, gespecialiseerd in de integratie van statushouders bij het Sociaal Cultureel Planbureau, spelen verschillende factoren een rol bij het vinden van werk. Taal is natuurlijk de belangrijkste factor. Op de vraag of discriminatie op de arbeidsmarkt een belangrijke oorzaak is, antwoordt hij genuanceerd. “Vluchtelingen noemen dat zelf niet vaak als eerste reden. Ze zoeken de oorzaak eerder bij zichzelf. Maar dat betekent niet dat discriminatie niet bestaat.”

Op opvanglocatie ThuisinOss woont Zouher Abdo. Sinds zijn vijftiende werkt hij als meubelmaker, timmerman, interieurbouwer, de man met de gouden handen, allerlei titels had hij. Tot de oorlog begon in Syrië. Zijn werkplaats en winkel werden platgebombardeerd. ‘’Gelukkig waren we op dat moment al uit Aleppo. Met mijn vrouw Rania en onze kinderen Lilan en Rolan was ik op tijd vertrokken naar Afrin. Toen de situatie daar ook te onveilig werd, konden we niet anders dan vluchten’’ Sinds maart 2017 wonen ze in Oss. Na twee dagen thuis zijn, had Zouher er genoeg van: ‘’Ik heb mijn hele leven gewerkt, ik kan niet stil zitten. Daarnaast wilde ik iets teruggeven aan Nederland omdat mijn kinderen hier zo geweldig zijn opgevangen.’’ Een maand lang ging hij elke dag naar het gemeentehuis om te informeren naar (vrijwilligers)werk. Het duurde even voordat hij een baan had gevonden. Maar hij begreep wel waarom werkgevers er goed overdachte voordat ze hem aannamen.

Volgens Dagevos is goede begeleiding vanuit gemeenten essentieel voor succesvolle arbeidsparticipatie. Vooral persoonlijk contact maakt daarbij het verschil. “Het helpt als iemand vanuit de gemeente een begeleider heeft en als werkgevers terecht kunnen bij een contactpersoon of jobcoach. Vraag en aanbod komen niet altijd vanzelf bij elkaar.” Daarnaast is het volgens hem belangrijk dat statushouders zich tijdens hun werk kunnen blijven ontwikkelen. “Werk is niet alleen een manier om inkomen te verdienen. Het is ook een plek waar mensen de taal leren, ervaring opdoen en bijvoorbeeld vakdiploma’s kunnen behalen.”

In het politieke debat wordt regelmatig gesproken over statushouders die zouden profiteren van de verzorgingsstaat. Dagevos vindt dat dergelijke uitspraken vaak een eenzijdig beeld geven. “Er wordt veel gesproken over de groep die niet werkt, maar veel minder over het feit dat de meeste statushouders juist graag aan de slag willen. Veel mensen staan te trappelen om te beginnen.”

Ook de rol van de Europese Unie blijkt volgens Dagevos beperkter dan vaak wordt gedacht. Europese regels bepalen grotendeels hoe asielprocedures verlopen en hoe lidstaten asielzoekers moeten opvangen. Op het gebied van arbeidsparticipatie ligt de verantwoordelijkheid echter vooral bij de afzonderlijke landen. “Er zijn Europese subsidies voor projecten, maar beleid rond werk en integratie is vooral nationaal beleid.” Daarmee wordt duidelijk dat nationale overheden op dit terrein veel eigen beleidsruimte hebben. De stelling dat zij weinig kunnen doen vanwege Europese regelgeving gaat daarom niet zonder meer op. Volgens Dagevos laten vergelijkingen met andere Europese landen bovendien een vergelijkbaar patroon zien. “In vrijwel alle landen zie je dat arbeidsparticipatie van statushouders in de eerste jaren laag is en daarna geleidelijk toeneemt. Er zijn niet echt landen die het structureel veel beter doen dan andere.”

Versnipperende uitvoering

Volgens Floor Hovenkamp, adviseur bij het UWV, worden er kleine stapjes naar de arbeidsmarkt gemaakt. Er wordt persoonlijk gekeken wat bij de statushouder past. Ondanks de verschillende trajecten om statushouders aan werk te helpen, verloopt de begeleiding niet altijd soepel. Regelingen en instanties sluiten soms onvoldoende op elkaar aan, waardoor mensen tussen verschillende loketten terechtkomen. Wat veel mensen ook vergeten, is dat veel vluchtelingen om de zoveel weken op een andere plek in Nederland moeten verblijven. Dit moet volgens de Nederlandse wet, ondanks dat dit de integratie en participatie dus tegengaat. Je wordt immers niet maar voor zes weken aangenomen bij een bedrijf. Ook heeft niet iedereen zomaar toegang tot taallessen.

Een ander model

Op opvanglocatie ‘ThuisinOss’ is gekozen voor een andere aanpak. Bewoners blijven langer op één plek en hebben structureel toegang tot taallessen. Daarnaast is er een bewonersraad waarin zij mogen meedenken over regels en dagelijkse gang van zaken.

Opvallend is dat medewerkers van ThuisinOss vertellen dat veel bewoners de zorgen van omwonenden en demonstranten vaak beter begrijpen dan mensen misschien verwachten. Volgens hen realiseren asielzoekers zich dat de komst van een opvanglocatie vragen en onzekerheid kan oproepen bij buurtbewoners. “Ergens begrijpen ze die protesten wel,” vertelt Norah Molenkamp van ThuisinOss. “Ze snappen dat mensen vragen hebben of zich zorgen maken.”

Tegelijkertijd hebben politieke discussies en protesten ook invloed op de bewoners zelf. Na de verkiezingswinst van Geert Wilders in 2023 kwamen meerdere bewoners bezorgd naar het kantoor. “Ze vroegen ons letterlijk: moeten wij weg?”

Volgens de bewoners ontstaat een deel van de weerstand doordat mensen elkaar niet kennen. “Als ze gewoon met ons praten en ons leren kennen, merken ze misschien wel dat wij helemaal niet zo zijn als zij denken.” De Eritrese Mekeret Kibreab (23) werd op haar 14e uitgehuwelijkt aan een dertigjarige vreemdeling. Ze vluchtte een dag voor haar huwelijksdag om haar vrijheid en toekomst te redden. ‘’Ik wilde iets maken van mijn leven.’’ Na een lange reis werd ze uiteindelijk gesnapt in Amsterdam. Verstopt tussen gebruikte vuilniszakken. ‘’Zo hield ik mezelf warm’’. In Oss heeft ze zich aangesloten bij de bewonersraad. Hier mag ze samen met andere bewoners meedenken over de locatie en regels in de opvang.

Een van de bewoners vertelt dat veel werkgevers vragen naar een rijbewijs. Bijvoorbeeld voor in de logistiek of in de industrie. Daardoor vallen veel banen af. Zijn rijbewijs uit land van herkomst is maar zes maanden geldig, waarna een Nederlands rijbewijs nodig is. Maar dat is niet eenvoudig. Een Nederlands rijbewijs is in de praktijk ook een identiteitsdocument en hangt samen met de inschrijving en verificatie in Nederlandse registers. Dat zorgt voor verwarring en frustratie, vertelt hij. “Je wilt werken en de overheid wil dat je participeert, maar je loopt zo wel vast’’.

Toekomst

De komende jaren zal de druk op opvang, huisvesting en arbeidsmarkt blijven bestaan. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat arbeidsparticipatie van statushouders over tijd toeneemt, al blijft dat proces afhankelijk van beleid, begeleiding en lokale uitvoering.

Hoe dat beeld zich ontwikkelt, hangt niet alleen af van de instroom van nieuwe statushouders, maar ook van de manier waarop Nederland erin slaagt om integratie minder verdeeld te organiseren dan nu het geval is.

Tilburgse stoepen veranderen in kleurrijke speelplekken

Deze zomer trekken de Tilburgse stoepen extra aandacht. Verspreid door de stad verschijnen felgekleurde hinkelpaden, twistervelden en andere buitenspelletjes, omringd door tekeningen van bloemen en bladeren. Het initiatief maakt deel uit van ‘Zomer in Tilburg’, waarmee de gemeente inwoners naar buiten wil krijgen en ontmoeting wil stimuleren.


EyDaily liep tegen de kleurrijke creaties aan en sprak erover met Niels Bazelmans, die de tekeningen met zichtbaar enthousiasme op de stoep aanbrengt. Ook de verslaggevers zelf konden er niet onderuit en waagden zich aan een rondje over het hinkelpad.Tilburgse stoepen veranderen in kleurrijke speelplekken

Nieuwe Trapper Vince van der Reijden moet verwachtingen waarmaken in Tilburg

0

Nog geen week geleden kende bijna niemand in Nederland hem. Nu maakt hij zich klaar voor volle stadiums in Stappegoor. Voor de 20-jarige Vince van der Reijden uit Bergen op Zoom is de overstap naar Tilburg Trappers een belangrijke stap in zijn carrière: „De druk ligt hoog.”

Eerder maakte Tilburg Trappers bekend dat de aanvaller overkomt van het Duitse Krefelder EV 1981, waar hij uitkwam in de hoogste Duitse jeugdcompetitie. Volgens de club past zijn komst binnen de wens om meer jonge Nederlandse spelers met internationale ervaring aan te trekken. Zelf had Van der Reijden aanvankelijk niet verwacht deze zomer naar Tilburg te vertrekken. „Eigenlijk wilde ik in Duitsland blijven”, vertelt hij. „Maar ik speelde daar in de Onder 20 en op een gegeven moment is het tijd voor een volgende stap.” Die volgende stap kwam sneller dan gedacht. Na een proeftraining bij Tilburg Trappers viel alles op zijn plek. Het contract tekende hij uiteindelijk thuis, zonder groot moment of ceremonie. „Gewoon in mijn joggingspak op de bank.”

Toch beseft hij dat er nu meer van hem wordt verwacht dan ooit. Als jonge speler die uit Duitsland komt, wordt hij door veel supporters gezien als een talent voor de toekomst. Die plotselinge aandacht is nog wennen, vertelt hij een dag na de bekendmaking van zijn transfer. „Eergisteren had eigenlijk niemand het over me. Nu ineens wel. Op 28 augustus staat zijn eerste wedstrijd voor Trappers gepland. Daar kijkt hij naar uit, al spelen de zenuwen ook mee. „Ik heb er heel veel zin in, maar ik ben ook nerveus.”

Naast het ijshockey begint voor Van der Reijden ook een nieuw leven buiten de sport. Na jaren op het internaat van Krefeld gaat hij wonen in een appartement dichtbij het stadion. Hoewel hij al gewend is om zelfstandig te wonen, kijkt hij uit naar het leven in Tilburg. „Een echt studentenleven heb ik eigenlijk nooit meegemaakt. Dit wordt de eerste keer dat ik in een studentenstad woon.” Ook denkt hij na over zijn toekomst na het ijshockey. Hij wil naast het ijshockeyen misschien een online studie volgen of beginnen aan een propedeuse, mogelijk in een richting als sportwetenschappen.

Voorlopig richt Van der Reijden zich volledig op zijn eerste seizoen in Tilburg. De aanvaller tekende voor één jaar en wil vooral laten zien wat hij waard is. „Eerst moet ik het waarmaken. Daarna zie ik wel wat er op mijn pad komt.” Hoewel een langer verblijf in Tilburg niet uitgesloten is, houdt hij ook de deur naar Duitsland open. Voor nu ligt de focus op één ding: een sterke start bij Trappers.

Ophef over Verenigde Staten als gastland WK

0

Al heel de week stromen er sombere berichten binnen in het nieuws over het WK in Canada, Mexico en de Verenigde Staten. Al dit leidt tot de vraag: is de Verenigde Staten wel een geschikt gastland voor dit toernooi? “Ze zullen zelf zeggen dat het goed gaat.”

Maandag 8 juni werd bekend dat scheidsrechter Omar Abdulkadir Artan de VS niet werd binnen gelaten omdat hij ‘banden met vermoedelijke leden van terroristische organisaties’ zou hebben. Maar ook Senegalese fans zijn niet welkom en kaartjes voor wedstrijden van Iraanse fans zouden ongeldig zijn verklaard door FIFA. De spelers en staf van Iran hadden ook moeite met hun visums. “Dit hebben we nog nooit eerder gezien bij een sportevenement,” vertelt sporthistoricus Jurryt van de Vooren.

Voor de landen die wel worden toegelaten tot de VS is het ook niet rozengeur en maneschijn. “Het is zo doorzichtig en racistisch. Ze wisten allang dat die scheidsrechter zou fluiten en dan doen ze het nu zo last minute,” zegt Van de Vooren. Als sporthistoricus krijgt hij veel vragen over het WK voor de eerste wedstrijd en daarna gaat het alleen nog maar over voetbal. Maar nu denkt hij dat het wel is anders kan zijn. “De Verenigde Staten is groot genoeg om het WK te organiseren. Daar ligt het probleem niet. Het is alleen wel een probleem geworden en dat heeft alles te maken met hoe de VS omgaat met gasten.”

Zo werd het team van Oezbekistan gefouilleerd en lieten ze honden snuffelen. Van de Vooren is verontwaardigd over deze acties. Zo vertelt hij dat de VS als gastland helemaal niet zo gastvrij is, maar de gaststeden juist wel. Zo kleurt Kansas City, de thuisbasis van het Nederlands elftal, al weken oranje in aantocht naar het WK.

Veranderingen

De Verenigde Staten die het bod won om mede gastland van het WK voetbal te zijn, is dan ook niet hetzelfde land als nu. Destijds was Joe Biden president en  het toernooi aan de gang is, is Donald Trump weer president. Dat de FIFA niks doet aan de acties van Trump zijn regering vindt Van de Vooren niet kunnen. Hij spreekt van ‘ongelofelijke lafheid’ en vindt dat de geloofwaardigheid van de organisatie nu écht weg is.

Ondanks alle gebeurtenissen rondom het evenement denk Van de Vooren niet dat het de ervaring van supporters zal belemmeren. “Vier jaar geleden was de enige vraag vanuit supporters of ze wel een biertje konden drinken. Dus ze zullen er vast geen last van hebben.”

Curaçao flink uitgedaagd op hun eerste WK

Het kleinste land, de oudste trainer en het langste reizen. Het Nederlands getinte Curaçao wordt op hun eerste WK meteen uitgedaagd als ze zondag in Houston starten tegen favoriet Duitsland. Volgens oud-voetballer, tevens half-Nederlands, half-Curaçaos, Hedwiges Maduro is het toernooi nu al historisch.

“Het toernooi is eigenlijk al geslaagd, want ze staan op een WK”

Het record van oudste WK-coach ooit wisselt deze week razendsnel. Donderdag pakte de Belg Hugo Broos (74) het record met Zuid-Afrika, waarna de Tsjech Miroslav Koubek (74) het een wedstrijd later alweer overnam. Zondag claimt Dick Advocaat definitief de titel. De bondscoach van Curaçao is dan 78 jaar en 260 dagen oud. Hoewel Advocaat vaak riep te stoppen, verwacht Maduro dat hij gewoon blijft zitten: “Hij heeft nog genoeg energie en vindt het hartstikke leuk. Zolang hij fysiek door kan, blijft hij dit doen.”

Extra uitdaging

Het kleinste land ooit op een WK legt ook nog eens de meeste afstanden af. Met slechts 156.000 inwoners reist Curaçao vanuit hun basis in Florida meer dan 10.122 kilometer voor de drie groepsduels. Daarmee reizen zij van alle deelnemers het meest, ver boven landen als Oostenrijk en Engeland. Om de spelers te ontlasten, stelde Advocaat een ‘family plan’ op in het Marriott Hotel in Boca Raton, zodat de gezinnen mee konden reizen naar de Verenigde Staten.

WK-deelname geeft Haïti hoop: “iets om voor te juichen”

Voor Haïti is deelname aan het WK voetbal van 2026 veel meer dan een sportief succes. Het Caribische land doet pas voor de tweede keer in de geschiedenis mee aan een wereldkampioenschap. De enige eerdere deelname was in 1974. Daarmee komt er een einde aan een wachtperiode van 52 jaar. Volgens de FIFA zorgde de kwalificatie voor grote vreugde onder Haïtianen van alle leeftijden. De bond spreekt van een moment waarop “Haïtianen overal glimlachen” na jaren van wachten.

Ongewone kwalificatie
De prestatie is extra bijzonder omdat Haïti tijdens de kwalificatie geen echte thuiswedstrijden kon spelen. Door de veiligheidsproblemen in het land werden de wedstrijden op neutraal terrein afgewerkt. Toch wist de ploeg zich te plaatsen voor het WK. Op sociale media noemen voetbalfans dat een “ongelooflijk verhaal” en een prestatie die “iets geeft om voor te juichen in moeilijke tijden”.

Ook binnen de selectie wordt de betekenis van het WK benadrukt. Bondscoach Sébastien Migné noemde het toernooi “een belangrijk moment voor de fans, de staf en de spelers”. Volgens hem is het WK voor veel voetballers “de heilige graal”, zegt hij tegen de FIFA. Aanvoerder Frantzdy Pierrot zei op de website van de FIFA dat de ploeg vooral één doel heeft: “Haïti trots maken”.

Vleugje Keuken Kampioen Divisie
Die trots is ook bij ons in de buurt te vinden. Zo gaat Almere City-aanvaller Ruben Providence ook mee met de selectie van ‘Les Grenadiers’, ook wel ‘de soldaten’ genoemd. Dat brengt dan ook het nodige teweeg bij de club: Ze volgen hem en de wedstrijden, besteden er aandacht aan via eigen kanalen en zijn als Almere City “uiteraard enorm trots op hem”, lieten ze ons weten.

De WK-deelname leeft bovendien sterk onder mensen uit Haïti in het buitenland. In een reportage van People vertellen twee supporters dat het toernooi voor hen draait om trots, identiteit en verbondenheid met hun afkomst. Vooral in steden met een grote Haïtiaanse gemeenschap wordt de deelname gezien als een cultureel feest, niet alleen als een sportevenement.

Trots in moeilijke tijden
Of Haïti ver komt op het WK, is zeker niet vanzelfsprekend. Maar één ding staat al vast: voor een land dat al jaren kampt met politieke en sociale problemen zoals armoede, bendegeweld en klimaatproblemen betekent deze deelname veel meer dan alleen voetbal. Het is een zeldzaam moment van nationale trots en saamhorigheid.

Huisarts die patiënt verkrachtte mag na vijf jaar weer aan het werk. ‘Maar terugkeer zal erg moeilijk zijn’ 

Huisarts Thomas S. is afgelopen week in de Utrechtse rechtbank schuldig bevonden aan verkrachting van zijn patiënt. Naast een celstraf van drie jaar heeft S. een beroepsverbod van vijf jaar opgelegd gekregen en moet hij het slachtoffer een schadevergoeding van 10.000 euro betalen. Hoewel het beroepsverbod een einddatum heeft, betekent dit niet dat de veroordeelde huisarts zomaar weer aan het werk kan. “Zal zodoende moeilijk zijn.”

“Wat mij betreft had hij nooit meer als huisarts mogen werken,” wordt er hoofdschuddend gefluisterd buiten de rechtszaal. Het door de rechtbank opgelegde beroepsverbod zorgt voor verbazing bij enkele belangstellenden die de uitspraak op de publieke tribune hebben gevolgd. De huisarts heeft tijdens zijn uitoefening als zorgverlener een zedendelict begaan, maar mag over enkele jaren zijn beroep weer oppakken. Bij de aanwezigen roept het vragen op over de bescherming van toekomstige patiënten. ‘Moet niet worden voorkomen dat hij opnieuw als zorgverlener aan de slag kan?’ “In deze functie heb je een VOG nodig en die ga je na zo’n veroordeling nooit meer krijgen,” zegt strafrechtadvocaat Ivonne Leenhouwers. 

Het beroepsverbod

Het beroepsverbod geldt als een zware sanctie die als extra straf mag worden opgelegd. In het Wetboek van Strafrecht staat dat hiertoe mogelijk is bij specifieke strafbare feiten, bijvoorbeeld wanneer iemand het delict pleegt tijdens uitoefening van een bepaald beroep. Huisarts S. heeft zijn professionele grens ernstig overschreden. Tijdens zijn nachtdienst op de huisartsenpost kwam hij in contact met het slachtoffer, waarna hij haar gegevens misbruikte om opnieuw contact te leggen onder een valse naam én verzonnen organisatie. Vervolgens is hij naar haar woning gegaan waar uiteindelijk het zedendelict heeft plaatsgevonden. “Elke vorm van seksueel contact tussen huisarts (of welke arts dan ook) is absoluut ontoelaatbaar. Het is van groot belang dat patiënten zich veilig en vertrouwd weten bij hun huisarts,” benadrukt de Landelijke Huisartsen Vereniging op dit feit.

Ook de woordvoerder van de Vakbond voor zorgprofessionals (FBZ) zegt: “Vanzelfsprekend vinden we dat zorgprofessionals, onze leden, zich moeten gedragen. Als FBZ is ‘gezond en veilig werken’ een van onze speerpunten. Dat betekent niet alleen dat artsen een veilige werkplek moeten ervaren, maar dat patiënten ook veilige zorg krijgen.” 

Verschillende scenario’s


“Zolang een uitspraak nog niet onherroepelijk is, wordt het beroepsverbod niet in het BIG-register opgenomen en kan een huisarts doorgaans blijven werken. Wel kan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ingrijpen door naast het strafrecht een tuchtprocedure te starten waarmee een tijdelijk beroepsverbod of een Last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOOB) kan worden opgelegd.

 Zaak S. nog niet onherroepelijk waardoor zijn BIG-registratie nog niet is aangepast en theoretisch gezien nog aan de eisen van huisarts voldoet.

Toekomst na afloop beroepsverbod 

Sanne Zachariasse, communicatieadviseur van zorgverzekeraar DSW zegt: “Als het beroepsverbod vanuit de rechtbank gekoppeld is aan een bepaalde termijn, is het juridisch mogelijk dat de zorgverlener na die periode probeert zich opnieuw te laten registreren. Dit is echter geen automatisme. Om opnieuw BIG-geregistreerd te worden, moet de persoon aantonen het beroep weer ‘zonder beperkingen’ te mogen uitoefenen. Bovendien moet worden voldaan aan de strenge, actuele eisen voor herregistratie, zoals urennormen (werkervaring) en scholing.”

Ook benadrukt Zachariasse dat de beëindigde AGB-code, een persoonlijke code om declaraties bij zorgverzkeraars in te dienen en vergoedingen te ontvangen, niet zomaar wordt geheractiveerd. “Zonder BIG-registratie wordt een AGB-code ingetrokken of inactief gemaakt. Een nieuwe code kan pas worden aangevraagd zodra een zorgverlener weer voldoet aan de registratie-eisen.”

Zorgaanbieders moeten volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen (de Wkkgz) nagaan dat de wijze waarop hun zorgverleners ‘in het verleden hebben gefunctioneerd, het huidige verlenen van zorg niet in de weg moet staan’ (Artikel 4). Dit heet de vergewisplicht. Een Verklaring Omtrent Gedrag helpt de zorgaanbieder of zorginstelling zich te vergewissen van de achtergrond van deze persoon. “Voor een zedendelict geldt een onbeperkte terugkijktermijn. Zodoende zal het moeilijk zijn om een VOG te verkrijgen,” legt de DSW uit. 

Die inschatting sluit aan bij wat strafrechtadvocaat Ivonne Leenhouwers verklaart: “Als arts heb je zeker een VOG nodig. Die krijg je gewoon niet meer na zo’n veroordeling in dit vak.”



Juridisch mogelijk

“Als een zorgverlener er ondanks al deze praktische barrières in slaagt om weer een geldige BIG-registratie, een AGB-code en (indien van toepassing) een VOG en kwaliteitsregistratie te verkrijgen, dan is deze persoon voor de wet bevoegd om zorg te verlenen. Op dat moment hebben wij als zorgverzekeraar non-discriminatoir te handelen. Wij zijn echter niet verplicht om te contracteren, ook niet als iemand voldoet aan ons contracteerbeleid. We moeten alleen wel goed kunnen uitleggen op welke gronden we iemand uitsluiten en geen contract aanbieden. Wij zouden op moreel ethische gronden kunnen besluiten om geen contract aan te gaan. Dit hebben we in het verleden ook al eens gedaan. Dat alles kan natuurlijk alleen als wij ook op de hoogte zijn van het verleden van een zorgaanbieder,” verklaart DSW.

Hoewel het juridisch dus niet onmogelijk is, zijn de praktische gevolgen vaak een vrijwel onoverkomelijke belemmering voor een terugkeer in het beroep. Komende week zal moeten blijken of S. of het Openbaar Ministerie hoger beroep instelt.





Fotoreportage: Larissa (23) gaat naar Duitsland om boodschappen te doen: “Het is gewoon veel goedkoper”

0

Nederlanders die de grens over gaan om in het buitenland goedkoop boodschappen te doen. Het zijn inmiddels bekende beelden. Ook jongeren doen hier aan mee. Larissa (23) uit Breda studeert in Nijmegen en gaat regelmatig de grens over naar Duitsland: “Het doet me goed om te zien dat de bank niet breekt als ik twee tassen aan spullen afreken.”

Na een busrit van een uur komt de studente aan bij een drogisterij in de Duitse stad Kleve. Op de parkeerplaats zijn de Nederlandse kentekenplaten prominent aanwezig en onder het winkelende publiek is veel Nederlands te horen. Na een uur winkelen is het mandje van Larissa goed gevuld met producten zoals haarverzorgingsproducten, zonnebrand, wasmiddel en wc-papier.

Ook micellair water staat vaak op Larissa’s lijstje. In Nederland betaal je daar namelijk €7,99 voor, in Duitsland maar €3,95. “In Nederland moet je heel erg op kortingsacties letten, maar hier hebben ze dat niet en is alles standaard goedkoper”, legt ze uit.

Naast dat het goedkoper is, roept het bezoek aan Duitsland warme gevoelens op omdat ze er familie heeft wonen: “Ze wonen niet vlakbij de grens, maar toch is het jeugdsentiment om dat soort winkels te bezoeken.” Of de volgende rit naar Duitsland al op de planning staat? “Nee, ik denk pas na de zomervakantie. Ik haal best wel veel, dus ik hoef niet super vaak te gaan.”