Home Blog Pagina 2

Wat vliegen, bomen en driehoekjes met treinstoelen te maken hebben: ”Kunst is altijd moeilijk”

TILBURG – Uit het raam staren en wegdromen op een muziekje: voor veel mensen dé ultieme treinervaring. Maar, als je goed kijkt, is er in de coupés van de NS-intercity’s ook verstopte kunst te vinden. ‘‘We doen heel veel met kunst.’’

Midden in de trein staan 287 dikke bromvliegen in veertien rijen opgesteld. De buitenste vliegen buigen af naar de zijkant, terwijl de rest in het midden recht omhoog lijkt te vliegen. Behalve dat ze niet echt zijn: ze zijn op een glazen wand in de achterste coupe van de intercity naar Roosendaal gedrukt. 

De filosofie

Achter deze vliegen zit een verhaal. NS-woordvoerder Carola Belderbos vertelt: ‘‘Wij – de NS – doen heel veel met kunst, om de treinen wat levendiger te maken. Als er een nieuwe trein komt, laten we een kunstenaar meekijken tijdens het ontwerpen. Deze kan dan kijken hoe geïntrigeerde kunst een plek kan krijgen in het nieuwe interieur, zodat het echt onderdeel wordt van de trein.’’

Marieke van Diemen, ontwerpster voor de nieuwste trein (de DDNG), heeft als drijfveer ‘om mensen goed te laten kijken’. Ze schrijft het volgende op de NS-website: ‘‘In de trein kijk je vaak op een scherm of door dat andere scherm: het treinraam. Ik hoop mensen uit te nodigen om af en toe bewuster te kijken en vragen te stellen bij de vanzelfsprekendheid van onze waarneming.’’

Wat vinden reizigers?

Bij een rondgang onder studenten blijkt dat de kunst niet per se opvalt: ‘‘Ik ben er nog nooit zo bewust van geweest,’’ zegt een student. Een andere student, Bas (22), heeft er ook nog nooit bij stilgestaan. “ Belderbos: ‘‘Kunst is altijd moeilijk: wat de een mooi vindt hoeft de ander niet per se mooi te vinden. Dus wij kijken: vinden we het zelf goed bij elkaar passen? Is het een toevoeging aan de trein zelf?’’ De NS vertrouwt daarbij veel op de kunstenaar: ‘‘Dat zijn ook mensen die daar gevoel voor hebben. Het heeft veel met de beleving te maken. We kijken naar de behoefte van reizigers: zo organiseren we bijvoorbeeld ook testen voor de stoelen.’’

Een schoolproject om jongvolwassenen meer te laten fietsen: Fietsjemee nu ook gespot in studentenstad Tilburg

Ze verschijnen op stoepen en fietspaden, duiken op in Instagramfeeds en trekken de aandacht met felle letters: Fietsjemee. De campagne lijkt ineens overal op te duiken en is inmiddels ook in Tilburg gespot. Achter de opvallende leuzen schuilt geen groot marketingbureau, maar een schoolproject van een HAN-student uit Nijmegen met een heldere missie: jongvolwassenen vaker de fiets laten pakken. Wat is het verhaal achter Fietsjemee, dat onlangs overwaaide van Nijmegen naar andere studentensteden, zoals Tilburg?

Van schoolopdracht naar fietsmissie

Fietsjemee begon ooit als een schoolproject binnen een communicatiestudie aan de HAN in Nijmegen. Daar ontstond het idee voor het initiatief: “Ik zag in mijn omgeving dat mensen steeds vaker de fiets lieten staan,” zo vertelt de 22-jarige initiatiefnemer. En dat vond hij zonde, want volgens hem is fietsen juist enorm belangrijk. “Het houdt je fit, is goed voor je mentale gezondheid en is ook nog eens beter voor het klimaat,” legt hij uit. “Daarnaast ben je flexibeler, is het efficiënter en ook betaalbaarder.”

“Daarom besloot ik dat er een leuke, positieve campagne moest komen om dat te veranderen,” vervolgt hij. Met één duidelijk doel voor ogen: meer jongvolwassenen vaker korte afstanden laten fietsen in de stad.

Jongvolwassenen op de pedalen

De student besloot zich in zijn campagne vooral te richten op jongvolwassenen. “Studenten pakken de fiets gewoon een stuk minder vaak”, vertelt hij. Hoewel 25- tot 35-jarigen nóg minder vaak fietsen, koos de initiatiefnemer er bewust voor zich te richten op jongvolwassenen: “Ik wilde me graag op mijn eigen doelgroep focussen; daar viel het me ook het meest bij op.”

Positiviteit op de fiets

Volgens de HAN-student zijn de drie belangrijkste redenen om niet te fietsen, in volgorde: slechte weersomstandigheden, gebrek aan motivatie en het idee dat andere vervoersmiddelen comfortabeler zijn. Met Fietsjemee wil hij daar verandering in brengen door fietsen neer te zetten als leuker, goedkoper, flexibeler en klimaatvriendelijker dan andere vervoersopties. “Ik probeer vooral positiviteit uit te stralen”, legt hij uit.

Dat doet hij door fietsen te koppelen aan iets leuks, zoals feesten. “Ik wil fietsen zo aantrekkelijk mogelijk maken voor mijn doelgroep. Daarom zet ik verschillende campagnes op, zoals Pimp je bikka”, vertelt hij. Onder de leus ‘Je leven is een feestje, dus hang de slingers op aan je fiets’ riep de initiatiefnemer jongvolwassenen op hun fiets te versieren. “Daar heb ik veel positieve reacties op gekregen”, aldus de student.

Fietsjemee groeit verder

“Dit gaat verder dan alleen een schoolproject”, legt de student uit. “Ik vind het leuk om te doen en merk dat ik zelf ook meer ben gaan fietsen sinds ik hiermee ben begonnen.” Daarom besloot de 22-jarige door te gaan, ook nadat het schoolproject officieel was afgerond. Inmiddels werkt hij samen met verschillende partijen en krijgt hij hulp van kennissen, vrienden en familie.

“We verspreiden de boodschap via leuzen op schilderstape en stickers”, vertelt hij. Daarnaast maken we gebruik van stoepkrijt en proberen we online aansluiting te vinden bij studenten. Het doel? Fietsjemee laten groeien.

FLOOR KONINKXS

Karate-Talent Fenne Maas genomineerd voor Tilburgse sportgala

0

Vanavond staat Fenne Maas (19) voor het eerst als een van de genomineerde op het Tilburgse sportgala in de schouwburg. Ze vertelt over haar prestaties, prestatiedruk en haar vooruitzicht in de sport.

Kloof tussen Nederlandse en Caribische Nederlandse journalistiek

0

In het Caribische deel van ons koninkrijk ervaren bewoners dat Nederlandse journalisten met onvoldoende kennis nieuwsberichten over ze schrijven. “Als je hier niet woont weet je niet hoe het hier is, zo simpel is het,’’ zegt Marc Verkade van het Antilliaans Dagblad.

Wat speelt er?

In een recent opiniebericht van Villamedia, zegt journalist en documentairemaker Wensly Fransico dat de recente gebeurtenissen in Venezuela het verschil tussen de Nederlandse en Caribische Nederlandse journalistiek goed aantonen. Curaçaose media delen dit idee. Marc Verkade zegt: “Persoonlijk vind ik dat de Nederlandse media de nieuwsverhalen over Curaçao veel teveel opblazen.” Nederlandse correspondent op Curaçao, Dick Drayer, ziet ook de verschillen. In een gesprek vertelt hij dat de meeste Nederlandse journalisten zich niet goed genoeg verdiepen in de koninkrijkrelaties tussen Nederland en Curaçao, en dat daar echt anders naar dingen word gekeken. ‘‘Ik ben hier nu zo’n twintig jaar correspondent, en ik begin het nu een beetje te begrijpen.”

Cultuurverschillen

De reden dat Nederlandse journalisten niet goed zijn in berichtgeving over het Caribisch gebied is grotendeels door de cultuurverschillen tussen de twee delen van ons koninkrijk. Drayer: “Als je hier loopt heb je het gevoel alsof je in Nederland bent.” Door dat gevoel vergeten journalisten soms dat in de Cariben anders naar onderwerpen word gekeken. “Het probleem met observeren is: je kijkt altijd op een manier hoe jij hebt geleerd te kijken, en dat is niet per se de manier die Curaçaoënaar aanhangt, of een Sint-Maartenaar, of een Bonairiaan. Die kijkt soms heel anders naar de zaken om hem heen. Dat maakt journalistiek toch een verdomd moeilijk vak wat dat betreft,’’ aldus Drayer. Andere cultuurverschillen zijn dat Nederlanders vaker meer van de regel zijn en bijvoorbeeld Curaçaoënaars meer van de relatie tussen mensen. Drayer geeft hier een recenter voorbeeld van met de gebeurtenissen in Venezuela. Op Curaçao vinden ze dat de Nederlanders zeuren over mogelijke regels die zijn geschonden, terwijl de Curaçaoënaars simpelweg blij zijn dat Maduro weg is.

Naast de cultuurverschillen vertelt Drayer dat er ook simpelweg te weinig kennis is van; Nederlanders over Curaçao.  De focus van het Caribische gebied is heel erg op Nederland mensen lezen en kijken de Nederlandse kranten en journaals. Andersom is dit helemaal niet.

Mogelijke oplossing

Een goede oplossing voor het probleem is lastig. Het simpele antwoord zou zijn: zoek Curaçaose journalisten om verslag over het Caribisch gebied te doen. Maar volgens Drayer heeft dit zowel voor- als nadelen. Een Nederlandse journalist als correspondent of een Curaçaose journalist de berichtgeving laat doen. Zo heeft een Nederlandse journalist meer afstand op de onderwerpen om er verslag over te doen maar dus ook mogelijk minder kennis over het onderwerp. Een Curaçaose journalist heeft dan juist meer kennis over de onderwerpen en de omgangsnormen van het gebied, maar zit mogelijk wel weer vast aan familiebanden, omdat het zo’n klein eiland is. Daardoor zou deze niet altijd goede onafhankelijke berichtgeving kunnen doen.

Het beste wat je als Nederlandse journalist kan doen als je berichtgeving doet over het Caribisch gebied is het goed inlezen in de cultuur en geschiedenis om zo beter te begrijpen hoe mensen daar anders naar onderwerpen kijken. Blijf je ook als Nederlander bewust dat je altijd met een ander kader naar dingen kijkt. Drayer: “Probeer je als journalist, maar ook als ambtenaar of politieman of in welke hoedanigheid je dan ook naar het eiland komt, probeer je bewust te zijn dat jouw manier van kijken gekaderd is door jouw opvoeding, door jouw opleiding, door jouw plaats in de maatschappij en dat kaderen is heel sterk.”

Meer mensen hebben recht op huurtoeslag, maar het risico op terugbetalen blijft

0

Op 1 januari zijn de regels over huurtoeslag veranderd. Er zijn nu meer mensen die recht hebben op de toeslag. Wat hetzelfde blijft is het problematische systeem dat bepaald hoeveel toeslag iemand krijgt. “Ik denk dat in het systeem inherent een zwakte zit”, zegt Wilco van Dijk, hoogleraar Economisch Gedrag en directeur van Kenniscentrum Psychologie en Economisch Gedrag.

“En dan is de vraag: moeten we de mensen repareren, of moeten we kijken hoe we dat systeem beter aan kunnen laten sluiten op hoe mensen werken?”,  aldus Van Dijk.

Zwak systeem

Hoeveel huurtoeslag iemand uitgekeerd krijgt, wordt berekend op basis van een inschatting van hun inkomen. Die inschatting houdt geen rekening met eventuele schommelingen. Het is aan de ontvangers de taak om wisselingen in hun inkomen door te geven. Volgens Van Dijk zit hier het probleem. “Mensen met een wisselend inkomen moeten zelf actie ondernemen. Daar zit de zwakheid van het systeem.” Daarbovenop worden de toeslagen vastgesteld aan de hand van het inkomen dat door de Belastingdienst is goedgekeurd. Volgens Van Dijk wordt dat inkomen pas twee jaar later definitief goedgekeurd.

Om deze zwakheid uit het systeem te halen, zal verandering nodig zijn. “Dus dan moet je niet met voorschotten gaan werken, maar misschien met het inkomen van een jaar terug.” Maar ook dat kan niet helemaal overeenkomen met iemands huidige situatie, geeft Van Dijk toe.

Hij spreekt ook over ‘voorzichtige voorschotten’, waarbij mensen maar 80% van hun huurtoeslag op hun rekening gestort krijgen. Aan het eind van de streep kan die overige 20% als speling dienen, die kan je dan nog eventueel terugkrijgen. Op die manier voorkom je terugbetalingen.

Financiële educatie

Van Dijk schat inzetten op financiële educatie ook positief in. Hij noemt als voorbeeld het Finse schoolsysteem, daar is het verbeteren van de financiële geletterdheid opgenomen in de kerndoelen van het nationale curriculum. Finse leerlingen krijgen les in sparen, investeren en hoe je uit de schulden blijft.

“Financiële educatie kan leiden tot financieel geletterd gedrag, dat je op alle aspecten systematisch en weloverwogen nadenkt over financiële zaken.” Zo kan financiële educatie op de langere termijn helpen problemen te voorkomen.

Terugbetalen

Huurtoeslag is bedoeld als vangnet voor mensen die moeite hebben om hun huur te betalen. Dienst Toeslagen schat dat ongeveer 1,6 miljoen mensen in 2025 huurtoeslag ontvingen. “Vaak zijn het mensen die een wat minder inkomen hebben. Daarom hebben ze ook toeslagen nodig. Het is een groep die toch wel moeite heeft met rondkomen. Als ze dan een jaar later opeens een fiks bedrag moeten terugbetalen, dan past dat natuurlijk niet”, vertelt Van Dijk. “Als ze het voorschot al hebben gehad, dan hebben ze het waarschijnlijk al gebruikt.” Als het deze mensen dan niet lukt om deze terugbetaling te voltooien, dan kunnen de kosten oplopen. “Op die manier kan het vrij snel uit de hand lopen.”

Attenderen

Om mensen erop te attenderen dat zij hun inkomenswijzigingen door moeten geven, lanceerde Dienst Toeslagen in 2022 De campagne Check. Pas aan. En door. De organisatie verstuurt ook brieven om hetzelfde doel te bereiken. Toch steeg het aantal personen met geregistreerde problematische schulden tussen 2021 en 2023.

Van Dijk denkt dat het systeem waarmee de Belastingdienst mensen herinnert om vóór 1 april belastingaangifte te doen om uiterlijk 1 juni bericht te krijgen, ook goed kan werken voor huurtoeslag. In 2024 was er een piek te zien in het aantal mensen dat vlak voor 1 april belastingaangifte deed. “Het is voor veel mensen een soort van gewoonte. Dat zou bij toeslagen ook zo moeten zijn, dat je elk kwartaal je inkomen doorgeeft. Dat je iets van een herinnering krijgt met ‘Hey! is je inkomen verandert?’”

De nieuwe beleidswijziging bevat geen extra maatregelen om mensen te herinneren aan het doorgeven van inkomenswijzigingen, laat de woordvoerder van Dienst Toeslagen weten. Ook zijn er geen plannen om dat in de toekomst te veranderen.

House dj uit Tilburg JOSSA timmert hard aan zijn carriére

0

Joost van os (23), is afgestudeerd in de CE IEMES. Comerciele economie in de culturele sector. Deze student kan door zijn achtergrond in de sector en creatieviteit achter de knoppen, het genre minimal deephouse een nieuw geluid bieden. Met meer dan 110.000 streams op zijn meest beluisterde track, komt Joost lekker op stoom.

AUDIO PORTRET JOSSA 2e VERSIE_mixdown

Venezuela: een andere stem

In westerse media wordt Venezuela vaak neergezet als een dictatuur onder het bewind van president Nicolás Maduro. Tegelijkertijd zijn er Venezolanen die juist vertrouwen hebben in de regering en het beleid steunen. In deze podcast komen mensen aan het woord die achter Maduro staan en uitleggen waarom zij dit doen.

Schrijven blijft essentieel, ook in het digitale tijdperk

0

Met de hand schrijven. Dat staat centraal in de week voor het handschrift. Het is niet alleen heel handig om te kunnen schrijven, het helpt ook tijdens het leren. Je onthoud de informatie sneller. Zelfs in een wereld vol telefoons, laptops en computers kunnen we niet zonder. Ingrid en Jorne van SchrijvenNL weten veel over het nut en belang van schrijven.

Het doel van SchrijvenNL is dat kinderen met plezier leren om vlot, vloeiend en leesbaar kunnen schrijven. ‘’Wij zijn een multidisciplinair platform met ook allerlei mensen die te maken hebben met handschrift’’, zegt Jorne. Hij geeft les aan kinderen in groep 1,2 en 3 en is docent handschrift op de pabo. Ingrid heeft tijdens haar master een test ontwikkeld om schrijfproblemen op te sporen. ‘’Daarna ben ik een beetje besmet met het schrijfvirus. Ik vind schrijven heel interessant’’, vertelt Ingrid.

‘’Er zijn veel oorzaken van schrijfproblemen zoals onvoldoende oefening, maar ook dyslexie of een gedragsprobleem. Als je tijdens de les alleen maar naar buiten staart maak je geen schrijfkilometers’’, zegt Ingrid. Schrijven is een vaardigheid. Oefenen zorgt ervoor dat je beter wordt.

Het handschrift is belangrijk omdat er tijdens schrijven en lezen meerdere hersengebieden actief zijn. Je hebt een visueel stukje, kinderen zien de letter. Tijdens de les wordt de letter uitgesproken en daar hoort een bepaalde klank bij. En als laatst schrijf je de letter. ‘’Doordat kinderen de letter op verschillende manieren benaderen, is het makkelijker om hem te onthouden’’, zegt Jorne. Daarom kun je bijvoorbeeld tijdens het leren beter schrijven. ‘’Schrijven is om te leren en typen om te produceren’’, zegt Ingrid.

Vooral leesbaar schrijven is heel belangrijk omdat de meeste toetsen op papier zijn. ‘’Wij horen nu dat het schrijftempo op middelbare scholen te laag ligt waardoor leerlingen niet op tijd klaar zijn met toetsen’’, zegt Jorne.

Digitalisering

Meer schrijven betekent niet minder digitaal. ‘’We moeten kinderen meegeven dat typen en schrijven allebei erg belangrijk zijn. Het is niet of-of, maar en-en’’, zegt Jorne. Sinds de komst van het digibord is de digitalisering van het onderwijs begonnen. ‘’Dat is niet erg, zeker niet zelfs. Maar doordat kinderen meer digitaal bezig zijn, maken ze minder schrijfkilometers. Daardoor wordt de kwaliteit van het handschrift slechter’’, zegt Jorne. Door dingen op te schrijven onthoud je het beter. Daarom kun je bijvoorbeeld tijdens het leren beter schrijven.

‘’Uiteindelijk gaat het om doelgericht communiceren. Want alleen als het leesbaar is, dan heeft het zijn kracht’’, zegt Jorne.

Manegepaarden krijgen rust terug, ondanks hard werken.

Op de Capelse Manege ontstond ongeveer drie jaar geleden het Buddyproject, een initiatief waarbij vrijwilligers manegepaarden extra aandacht geven buiten de lessen om. Wat dat betekent voor de paarden zelf, wordt vooral zichtbaar op de momenten dat ze even niet hoeven te presteren.

Amerikaanse invloed op de oliemarkt: wat Nederland en Europa kunnen verwachten

De Verenigde Staten lijken opnieuw het wereldtoneel op zijn kop te zetten met hun hernieuwde focus op Venezuela’s enorme oliereserves. Nadat de regering-Trump plannen aankondigde om tientallen miljoenen vaten olie richting de VS te brengen en strategische controle uit te breiden, groeit de vraag wat dit voor Nederland en Europa kan betekenen.

Hoewel Venezuela lange tijd bijna volledig uit de mondiale oliemarkt was verdwenen door sancties en politieke onzekerheid, is er nu opnieuw beweging in de keten. De Verenigde Staten hebben recent een deal gesloten om tot 50 miljoen vaten Venezolaanse olie te verhandelen, waarbij Amerikaanse raffinaderijen de ruwe olie verwerken en kunnen exporteren naar markten als Europa en India.                                                                                                                             

Energiemarkteconoom Aldo Spanjer is gespecialiseerd op de impact van geopolitieke ontwikkelingen op de energiesector en heeft ervaring bij Shell. Volgens hem kunnen de recente gebeurtenissen in Venezuela goed uitpakken voor Europa en automatisch ook voor Nederland. “Als er meer olie uit Venezuela komt dan gaat dat via Amerikaanse raffinaderijen, waarin de olie wordt verwerkt in Diesel. Wij importeren heel veel Diesel vanuit Amerika, dus de uiteindelijk zullen de dieselprijzen in Europa omlaag gaan.

Afhankelijkheid Amerika

Amerika krijgt nu langzamerhand meer macht over de olie in de wereld. In 2024 kwam ongeveer 24% van de geïmporteerde olie in Nederland uit de Verenigde Staten. Dat komt vooral doordat Nederland en Europa sinds de oorlog in Oekraïne vrijwel volledig zijn gestopt met het importeren van olie uit Rusland. De vraag is nu of deze afhankelijkheid verder zal toenemen? Maar volgens Spanjer hoeven we ons daar geen zorgen over te maken. “ Het is een politieke beslissing dat Europa zo afhankelijk is van Amerika, omdat we niet meer willen importeren van Rusland. Dus de afhankelijk zal blijven, maar niet meer worden.” Het enige scenario die de econoom kan bedenken is als er in Venezuela een grote verandering komt in het staatsbeleid. “Stel Venezuela gaat herinvesteren en de olie-industrie super snel groeit terwijl Amerika daar de macht houdt, dan geeft Amerika dat heel veel macht aangezien Venezuela de grootste reserves heeft. Maar totdat punt zal het niet zo snel gaan.”

Kansen voor Europa

Amerika ziet dus grote kansen, maar wat betekent dat voor Europese bedrijven? Nederland heeft al geschiedenis in Venezuela als het gaat om olie. Mede door het Brits-Nederlands fusie oliebedrijf Koninklijke/ Shell kwam de olieproductie daar op stoom in. Toch is Spanjer nog skeptisch of dat weer gaat gebeuren: “Als je naar de historie van Venezuela is er al expropriatie geweest in Venezuela onder Chávez. Bedrijven zijn gewoon het land uitgetrapt.  Dus ik denk dat het nog wel even wat tijd gaat kosten voordat een bedrijf comfortabel is om daar miljoenen of miljarden in te stoppen, omdat het op dit moment gewoon een zekerheidsverhaal is.”