Nederlandse jongeren lezen steeds slechter. Op de internationale PISA-ranglijst zakt ons land verder weg. Dat is zorgwekkend nieuws. Zeker omdat landen als Ierland en Singapore jaren geleden ook problemen hadden, maar door een slimme aanpak nu wél bij de top horen. Daan Beeke, specialist voortgezet onderwijs bij Stichting Lezen, legt uit waar het in Nederland volgens hem misging en hoe we het kunnen veranderen.
De lage score op de ranglijst is schrikken, al moeten we volgens Daan Beeke wel iets in ons achterhoofd houden. “PISA is in de basis een lijst voor wetenschappers. Het blijft lastig om landen met elkaar te vergelijken,” legt hij uit. ”Het Chinese schoolsysteem is bijvoorbeeld totaal anders.” Toch is de boodschap volgens de onderwijsspecialist helder: de daling in Nederlandse leesvaardigheid is een hard feit.
Een opstapeling van problemen
De oorzaken liggen volgens Beeke op meerdere vlakken. Investeringen in het onderwijs zijn te lang uitgebleven, waardoor de verschillen tussen arme en rijke buurten erg groot zijn geworden. Ook is het lesprogramma te lang hetzelfde gebleven en niet meegegaan met de tijd.
Daarnaast ging de digitalisering volgens hem te snel. Door het vele online zijn is de aandachtsboog van jongeren flink korter geworden. Dat heeft grote gevolgen. “Als je een langere tekst kunt lezen, kun je ook meer bereiken,” stelt hij. Het lezen van boeken helpt jongeren om hun hersenen en emoties te ontwikkelen. Ze leren daardoor meer empathie tonen en kunnen zichzelf beter uitdrukken zonder AI te gebruiken. Snelle filmpjes bieden die diepgang niet.
Ook in de klas zijn verkeerde keuzes gemaakt. Kinderen mochten te lang zelf kiezen wat ze wilden lezen, in plaats van te werken met verplichte leeslijsten. Ook werden teksten te veel aangepast op niveau. “Dat heeft een omgekeerd effect,” waarschuwt Beeke. “Kinderen kunnen dan bang worden van lange teksten.” Bovendien ontstond er op het vmbo een verkeerde aanname. Volgens Beeke is er een groep geweest die dacht dat deze leerlingen niet van lezen houden, waardoor de uitdaging daar grotendeels verdween.
Leren van Ierland en Singapore
In Ierland zagen ze de leesscores in 2011 al dalen en grepen ze meteen in. Ierland richt zich sterker op scholen die het moeilijker hebben. Volgens Beeke is dat een punt waar Nederland echt iets aan moet doen. Wel merkt hij op dat Ierland sterkere dorpsgevoelens kent en minder grote steden met ingewikkelde problemen, wat de aanpak daar wellicht makkelijker maakte. Wel is er daar heel gericht geïnvesteerd in scholen en lerarenopleidingen.
Ook Singapore geldt als een belangrijk voorbeeld. Daar zette men massaal in op strakke lerarenopleidingen en intensieve ouderbetrokkenheid. Nederland blijft op die punten achter. “Nederland is een rijk land en er wordt relatief veel geïnvesteerd in lezen,” vindt Beeke. Het is volgens hem dan ook apart dat het zo gaat en hij vraagt zich af of we wel genoeg investeren in de directe toepassing in het onderwijs.
Het betrekken van ouders is volgens hem cruciaal, net zoals in Ierland en Singapore gebeurt. Al erkent hij dat dit in Nederland niet altijd makkelijk is. “Er zijn hier mensen die heel kritisch zijn of er niet zo veel zin in hebben,” merkt hij op.
Terug naar papier en echte verhalen
Inmiddels verandert er in Nederland wel wat. “Begrijpend lezen gaat uit het schoolsysteem,” kondigt Beeke aan. “We gaan meer lange boeken lezen in plaats van korte teksten.”
Er ligt nu een plan in de Tweede Kamer voor schoolbibliotheken. Op die manier krijgen scholen minder schermen en laptops. Onderwijs met papier en boeken is volgens Beeke moderner en beter. “Samenwerking met de openbare bibliotheek is daarbij belangrijk,” legt hij uit, zodat ook scholen zonder eigen bieb boeken kunnen krijgen.
Ook de lerarenopleiding verandert. Toekomstige docenten krijgen nu speciale lessen waarin experts de klas in komen met boeken om er vol enthousiasme over te vertellen. Een verplichte lijst van dertig boeken komt er overigens niet meer. “Dertig boeken gaan we nooit meer halen,” zegt Beeke. Als een boek moet, voelt dat voor leerlingen als saai huiswerk. Het doel is nu om lezen ook buiten school weer leuk te maken.
Hersenarchitect in de wieg
Het allerbelangrijkste begint trouwens al thuis, lang voordat een kind naar school gaat. Stichting Lezen richt zich met programma’s zoals BoekStart al ongeveer 25 jaar op gezinnen met baby’s.
“In het eerste halfjaar van de baby ben je als ouder een ‘hersenarchitect’,” vertelt Beeke. Als je veel praat, zingt en voorleest, maakt een kind beter verbinding in de hersenen. De connectie met de ouders is daarin superbelangrijk. Die vroege aandacht bouwt het fundament. Alles wat daarna op school komt, noemt hij in feite gewoon ‘updates’. Dat geldt ook voor meertalige kinderen: vaardig zijn in de taal die je thuis spreekt, helpt om later beter te worden in het Nederlands.
Uiteindelijk ligt de sleutel voor het herstel van de Nederlandse leesvaardigheid dus niet alleen in het klaslokaal, maar al bij de allereerste verhaaltjes aan het bed.