Het totale aantal zelfdodingen in Nederland is voor het eerst sinds 2012 onder de grens van 1800 gezakt. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die de Commissie Actuele Nederlandse Suïcideregistratie (CANS) vandaag naar buiten heeft gebracht. In 2025 maakten 1785 mensen in Nederland opzettelijk een einde aan hun leven. Toch is er volgens deskundigen weinig reden tot optimisme, omdat achter die daling een hardnekkige en zorgwekkende trend schuilgaat: onder jongeren blijft het aantal suïcides stijgen.
Volgens CANS overleden vorig jaar 290 jongeren onder de dertig jaar door zelfdoding. Daarmee zet een stijgende lijn voort die al bijna tien jaar zichtbaar is. Vooral bij tieners is de toename opvallend. Waar het aantal suïcides in deze leeftijdsgroep doorgaans rond de zestig per jaar ligt, overleden in 2025 maar liefst 73 tieners. CANS-voorzitter Renske Gilissen spreekt van een zorgwekkende ontwikkeling en waarschuwt dat signalen bij jongeren nog te vaak te laat worden herkend.
De commissie baseert zich op registraties van zelfdodingen op Nederlands grondgebied en werkt samen met onder meer 113 Zelfmoordpreventie en het Registratienetwerk Forensische Geneeskunde. De cijfers wijken vaak licht af van die van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat ook suïcides van Nederlanders in het buitenland meeneemt. De daling in het totale aantal zelfdodingen is volgens CANS vooral toe te schrijven aan een afname onder mensen van middelbare leeftijd.
Die tegenstelling roept de vraag op hoe de cijfers zich in 2026 zullen ontwikkelen. Zet de daling onder volwassenen door, en lukt het om ook het aantal suïcides onder jongeren terug te dringen? Of blijft juist die groep achter in de preventie?
Ontwikkelings- en klinisch onderzoekspsycholoog dr. Glenn Kiekens van Tilburg University benadrukt dat voorzichtigheid geboden is bij het doortrekken van trends. „Het is belangrijk om deze cijfers over meerdere jaren te blijven volgen,” zegt hij. „Pas dan kunnen we vaststellen of dit een structurele ontwikkeling is of een schommeling.” Tegelijkertijd herkent hij het bredere patroon achter de cijfers. „Internationaal zien we al langer dat de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. In veel studies rapporteert één op de vijf tot één op de vier jongeren ernstige depressieve of angstklachten.”
Volgens Kiekens bevinden jongeren zich in een levensfase die de afgelopen decennia ingrijpend is veranderd. „De overgang naar volwassenheid is complexer geworden. Jongeren studeren langer, ervaren prestatiedruk en worden geconfronteerd met hoge verwachtingen, terwijl sociale en economische zekerheden later komen dan vroeger. Dat kan zorgen voor onzekerheid en stress.”
In zijn onderzoek richt Kiekens zich onder meer op niet-suïcidaal zelfverwondend gedrag, zoals snijden of zichzelf slaan. „Dat gedrag gebeurt zonder doodswens, maar vormt wel een belangrijke risicofactor,” legt hij uit. „Ongeveer één op de tien jongeren die zichzelf verwonden, ontwikkelt later suïcidaal gedrag. Gemiddeld zit daar zo’n drie jaar tussen.” Volgens hem kan herhaalde zelfverwonding leiden tot gewenning aan pijn en een lagere angst voor de dood, waardoor drempels op termijn afnemen.
Dat maakt vroegsignalering cruciaal, juist met het oog op de cijfers van de komende jaren. „Zelfverwonding is zelden een op zichzelf staand probleem,” zegt Kiekens. „Het is vaak een signaal van bredere kwetsbaarheid, zoals pesten, negatieve levenservaringen of langdurige stress. Als die signalen vroeg worden herkend, kan escalatie mogelijk worden voorkomen.”
Toch schiet preventie bij jongeren nog vaak tekort. „Er bestaan goede richtlijnen om risicogedrag en suïcidale gedachten systematisch te bevragen,” zegt Kiekens. „Maar in de praktijk gebeurt dat niet overal even consequent.” Daarnaast zoeken veel jongeren geen hulp. „Ongeveer één op de drie jongeren geeft aan geen hulp te zoeken omdat ze het gevoel hebben dat ze het alleen moeten oplossen.
Volgens Kiekens vinden volwassenen doorgaans beter hun weg naar zorg, terwijl jongeren vaker blijven worstelen met problemen die voor hun omgeving minder zichtbaar zijn. „Als we willen dat de cijfers onder jongeren de komende jaren dalen, moet preventie zich minder richten op crisis en meer op vroeg begrip, laagdrempelige ondersteuning en het bespreekbaar maken van mentale gezondheid.”
De vandaag gepubliceerde cijfers van CANS laten zien dat suïcidepreventie effect kan hebben, maar ook dat die winst nog niet iedereen bereikt. Hoe de cijfers er in 2026 uit zullen zien, hangt volgens deskundigen af van de mate waarin signalen bij jongeren sneller worden herkend en serieus genomen. Zonder die omslag dreigt de paradox achter de cijfers voorlopig te blijven bestaan.
Wie zich zorgen maakt om zichzelf of een ander, kan contact opnemen met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-0113, of chatten via 113.nl.