“Studenten zijn waardeloos om mee samen te werken. Dan komt er weer zo’n lopende zak shag een kwartier te laat de les binnenwandelen.” Met die woorden sprak Maarten van Rossem dinsdag de grote groep aanwezige studenten toe tijdens de Atlantische Onderwijsconferentie, georganiseerd door de Atlantische Commissie in samenwerking met Fontys Educatie in Tilburg. In een zaal vol studenten en docenten stond die middag Donald Trump centraal en werd de geopolitiek uitgebreid besproken.
Terwijl het buiten richting de twintig graden liep, stroomde het A-gebouw op de campus van Fontys Stappegoor rond een uur of één langzaam vol. In allerlei accenten pratend en kibbelend wachtten de aanwezigen op de lange trappen voor de zaal. Het programma lag bij binnenkomst op lange tafels keurig klaar: iets na 13.00 uur zou historicus en tv-bekende Maarten van Rossem in gesprek gaan met bijna-naamgenoot Maarten van Rossum, voormalig diplomaat en toponderhandelaar. Vooral eerstgenoemde maakte de tongen los, ook bij een nauwelijks te verstaan groepje Limburgers op de tweede rij werd hij uitgebreid besproken.
De middag stond onder leiding van Martijn de Greve, kaal, overhemd aan en een bril, zo omschreef hij zichzelf. Daar was geen speld tussen te krijgen. Na een korte introductie kondigde hij de twee Maartens aan. Met een licht gebogen rug en een volledig zwarte outfit, inclusief sjaal, betrad Maarten van Rossem het podium. Telefoons gingen de lucht in, soms stiekem, soms openlijk, en er werden volop foto’s gemaakt van de 82-jarige Van Rossem, die met een papieren beker koffie in de hand de zaal in zich opnam, terwijl zijn blik rustig van rij naar rij gleed.
Presentator Martijn de Greve opende het gesprek met opgeheven stem en vuurde in rap tempo zijn eerste woorden af. Toen hij de titel van de bijeenkomst, ‘De wereld van Trump: het recht van de sterkste’, uitsprak, bromde Maarten van Rossem er onverstaanbaar doorheen. In tegenstelling tot de andere Maarten op het podium had hij geen microfoon op zijn trui gespeld. De Greve greep haastig in een tas en haalde er alsnog een microfoon tevoorschijn.
Zonder aarzeling herhaalde Van Rossem zijn woorden, dit keer luid en duidelijk: “Wat een slechte titel is dit, maar ja, dat is vaak zo. Meestal slaan titels nergens op, maar je moet toch wat verzinnen.” Nog voor het gesprek goed en wel op gang was, rolde het eerste gelach door de zaal. De Greve lachte kort mee, terwijl hij zijn blik snel weer op zijn papieren liet vallen.
Al snel nam het gesprek serieuzere vormen aan en kwam het conflict tussen Amerika en Iran ter sprake, door Van Rossem bestempeld als een ‘krankzinnige oorlog’. Terwijl vooral de andere Maarten uitgebreid inging op vragen over de complexe situatie, richtte De Greve zich weer tot Van Rossem met een tamelijk lange vraag over de Straat van Hormuz. Even bleef het stil. De presentator keek hem verwachtingsvol aan, maar Van Rossem nam rustig een slok van zijn koffie en haalde zijn schouders op. “Oh sorry, ik zat helemaal niet op te letten, wat was de vraag?” Opnieuw ging er gelach door de zaal.
Los van het gelach bleef het daarna stil in de zaal. Telefoons bleven laag: alle blikken waren gericht op de drie mannen op het podium. “Weet je wat het is,” begon Van Rossem ineens, zonder duidelijke aanleiding. “Het zal mij helemaal niks verbazen als er binnenkort een raket op Nederland valt.” De Greve keek hem aan en even zoekend naar een reactie. “Meen je dat nou?” Van Rossem haalde zijn schouders . “Natuurlijk niet joh.” Hier en daar werd kort gelachen, terwijl mensen elkaar even aankeken.
Het viel de presentator zichtbaar niet mee om het gesprek in goede banen te leiden en zich aan de planning te houden. “Nu is het tijd voor een filmpje, we gaan even kijken naar een over…,” begon De Greve, maar hij kon zijn zin niet afmaken of Van Rossem greep al naar zijn microfoon. “Nee, we gaan toch niet naar zo’n stom filmpje kijken. Ik kom hier om te praten, we zijn toch geen talkshow.” De Greve glimlachte kort en probeerde door te gaan. Het filmpje startte, maar nog geen tien seconden later klonk Van Rossems stem opnieuw door de zaal: “Dit heeft iedereen al lang gezien!” Het gelach zwol weer aan, terwijl op het scherm de beelden doorgingen en nog maar weinig ogen die kant op gericht waren.
Terwijl het gesprek nog wat nadreunde en Van Rossem de helft van de Amerikaanse bevolking als ‘halvegare’ wegzette, was het tijd voor vragen uit de zaal. Een jongen van begin twintig stond op. Student geschiedenis, zo bleek. Hij formuleerde zorgvuldig een lange vraag, maar struikelde af en toe over zijn woorden en keek tussendoor naar de grond. Van Rossem luisterde, knikte even en reageerde droog: “Ik vond het een hele onduidelijke vraag, maar het lijkt mij goed als we accepteren dat er een Amerikaanse president is die ons niet moet.” De vraag ging over Hongarije. Pas later kwam Van Rossem er nog kort op terug. Hij merkte op dat Viktor Orbán er, naarmate hij zwaarder werd, niet sympathieker op was geworden. Voor de student was het, alles bij elkaar, toch nog een antwoord.
De overige vragen werden door beide mannen beantwoord en liepen in hoog tempo in elkaar over. De laatste vraag kwam van een docent economie. Hij sprak zijn zorgen uit over de huidige wereldsituatie en vroeg zich hardop af hoe hij zijn leerlingen gerust kon stellen. Van Rossem boog zich iets naar voren en antwoordde direct: “De wereld staat helemaal niet op instorten, er komt geen grote oorlog. En als die wel komt, ben ik toch allang dood. Dus ik weet eigenlijk ook niet waarom ik hier zit.” Opnieuw ging er gelach door de zaal.
Door het uitlopende programma werd de pauze ingekort. In die korte onderbreking kregen bezoekers de kans om boeken van beide Maartens te kopen en te laten signeren. Driekwart van de zaal stroomde uit, op weg naar de tafel van Van Rossem: bij de rij naast hem bleef het een stuk rustiger. De boeken gingen als warme broodjes over de toonbank en niet iedereen kon er nog een bemachtigen. Wie wel geluk had, schoof snel aan voor een handtekening, en een foto. “Prima,” zei Van Rossem, zonder op te staan, “maar ik blijf wel zitten hoor.” Terwijl de conferentie weer op gang kwam, liet hij het geheel achter zich en schuifelde hij op zijn gemak het gebouw uit.









