Ey! Daily is het publicatieplatform van de studenten van Fontys Journalistiek Tilburg. Hier leren en publiceren we.
Alle content werd geproduceerd binnen een onderwijscontext. Het is een leeromgeving, wat betekent dat deze redacteuren behalve mooie dingen, ook fouten mogen en zullen maken. Meer weten? Stuur je vragen naar eydaily@fontys.nl.
Ey! Daily. is het publicatieplatform van de studenten van Fontys Journalistiek Tilburg. Hier leren en publiceren we.
Alle content werd geproduceerd binnen een onderwijscontext. Het is een leeromgeving, wat betekent dat deze redacteuren behalve mooie dingen, ook fouten mogen en zullen maken. Meer weten? Stuur je vragen naar eydaily@fontys.nl.
Het kleinste land, de oudste trainer en het langste reizen. Het Nederlands getinte Curaçao wordt op hun eerste WK meteen uitgedaagd als ze zondag in Houston starten tegen favoriet Duitsland. Volgens oud-voetballer, tevens half-Nederlands, half-Curaçaos, Hedwiges Maduro is het toernooi nu al historisch.
“Het toernooi is eigenlijk al geslaagd, want ze staan op een WK”
Het record van oudste WK-coach ooit wisselt deze week razendsnel. Donderdag pakte de Belg Hugo Broos (74) het record met Zuid-Afrika, waarna de Tsjech Miroslav Koubek (74) het een wedstrijd later alweer overnam. Zondag claimt Dick Advocaat definitief de titel. De bondscoach van Curaçao is dan 78 jaar en 260 dagen oud. Hoewel Advocaat vaak riep te stoppen, verwacht Maduro dat hij gewoon blijft zitten: “Hij heeft nog genoeg energie en vindt het hartstikke leuk. Zolang hij fysiek door kan, blijft hij dit doen.”
Extra uitdaging
Het kleinste land ooit op een WK legt ook nog eens de meeste afstanden af. Met slechts 156.000 inwoners reist Curaçao vanuit hun basis in Florida meer dan 10.122 kilometer voor de drie groepsduels. Daarmee reizen zij van alle deelnemers het meest, ver boven landen als Oostenrijk en Engeland. Om de spelers te ontlasten, stelde Advocaat een ‘family plan’ op in het Marriott Hotel in Boca Raton, zodat de gezinnen mee konden reizen naar de Verenigde Staten.
Voor Haïti is deelname aan het WK voetbal van 2026 veel meer dan een sportief succes. Het Caribische land doet pas voor de tweede keer in de geschiedenis mee aan een wereldkampioenschap. De enige eerdere deelname was in 1974. Daarmee komt er een einde aan een wachtperiode van 52 jaar. Volgens de FIFA zorgde de kwalificatie voor grote vreugde onder Haïtianen van alle leeftijden. De bond spreekt van een moment waarop “Haïtianen overal glimlachen” na jaren van wachten.
Ongewone kwalificatie De prestatie is extra bijzonder omdat Haïti tijdens de kwalificatie geen echte thuiswedstrijden kon spelen. Door de veiligheidsproblemen in het land werden de wedstrijden op neutraal terrein afgewerkt. Toch wist de ploeg zich te plaatsen voor het WK. Op sociale media noemen voetbalfans dat een “ongelooflijk verhaal” en een prestatie die “iets geeft om voor te juichen in moeilijke tijden”.
Ook binnen de selectie wordt de betekenis van het WK benadrukt. Bondscoach Sébastien Migné noemde het toernooi “een belangrijk moment voor de fans, de staf en de spelers”. Volgens hem is het WK voor veel voetballers “de heilige graal”, zegt hij tegen de FIFA. Aanvoerder Frantzdy Pierrot zei op de website van de FIFA dat de ploeg vooral één doel heeft: “Haïti trots maken”.
Vleugje Keuken Kampioen Divisie Die trots is ook bij ons in de buurt te vinden. Zo gaat Almere City-aanvaller Ruben Providence ook mee met de selectie van ‘Les Grenadiers’, ook wel ‘de soldaten’ genoemd. Dat brengt dan ook het nodige teweeg bij de club: Ze volgen hem en de wedstrijden, besteden er aandacht aan via eigen kanalen en zijn als Almere City “uiteraard enorm trots op hem”, lieten ze ons weten.
De WK-deelname leeft bovendien sterk onder mensen uit Haïti in het buitenland. In een reportage van People vertellen twee supporters dat het toernooi voor hen draait om trots, identiteit en verbondenheid met hun afkomst. Vooral in steden met een grote Haïtiaanse gemeenschap wordt de deelname gezien als een cultureel feest, niet alleen als een sportevenement.
Trots in moeilijke tijden Of Haïti ver komt op het WK, is zeker niet vanzelfsprekend. Maar één ding staat al vast: voor een land dat al jaren kampt met politieke en sociale problemen zoals armoede, bendegeweld en klimaatproblemen betekent deze deelname veel meer dan alleen voetbal. Het is een zeldzaam moment van nationale trots en saamhorigheid.
Huisarts Thomas S. is afgelopen week in de Utrechtse rechtbank schuldig bevonden aan verkrachting van zijn patiënt. Naast een celstraf van drie jaar heeft S. een beroepsverbod van vijf jaar opgelegd gekregen en moet hij het slachtoffer een schadevergoeding van 10.000 euro betalen. Hoewel het beroepsverbod een einddatum heeft, betekent dit niet dat de veroordeelde huisarts zomaar weer aan het werk kan. “Zal zodoende moeilijk zijn.”
“Wat mij betreft had hij nooit meer als huisarts mogen werken,” wordt er hoofdschuddend gefluisterd buiten de rechtszaal. Het door de rechtbank opgelegde beroepsverbod zorgt voor verbazing bij enkele belangstellenden die de uitspraak op de publieke tribune hebben gevolgd. De huisarts heeft tijdens zijn uitoefening als zorgverlener een zedendelict begaan, maar mag over enkele jaren zijn beroep weer oppakken. Bij de aanwezigen roept het vragen op over de bescherming van toekomstige patiënten. ‘Moet niet worden voorkomen dat hij opnieuw als zorgverlener aan de slag kan?’ “In deze functie heb je een VOG nodig en die ga je na zo’n veroordeling nooit meer krijgen,” zegt strafrechtadvocaat Ivonne Leenhouwers.
Het beroepsverbod
Het beroepsverbod geldt als een zware sanctie die als extra straf mag worden opgelegd. In het Wetboek van Strafrecht staat dat hiertoe mogelijk is bij specifieke strafbare feiten, bijvoorbeeld wanneer iemand het delict pleegt tijdens uitoefening van een bepaald beroep. Huisarts S. heeft zijn professionele grens ernstig overschreden. Tijdens zijn nachtdienst op de huisartsenpost kwam hij in contact met het slachtoffer, waarna hij haar gegevens misbruikte om opnieuw contact te leggen onder een valse naam én verzonnen organisatie. Vervolgens is hij naar haar woning gegaan waar uiteindelijk het zedendelict heeft plaatsgevonden. “Elke vorm van seksueel contact tussen huisarts (of welke arts dan ook) is absoluut ontoelaatbaar. Het is van groot belang dat patiënten zich veilig en vertrouwd weten bij hun huisarts,” benadrukt de Landelijke Huisartsen Vereniging op dit feit.
Ook de woordvoerder van de Vakbond voor zorgprofessionals (FBZ) zegt: “Vanzelfsprekend vinden we dat zorgprofessionals, onze leden, zich moeten gedragen. Als FBZ is ‘gezond en veilig werken’ een van onze speerpunten. Dat betekent niet alleen dat artsen een veilige werkplek moeten ervaren, maar dat patiënten ook veilige zorg krijgen.”
Verschillende scenario’s
“Zolang een uitspraak nog niet onherroepelijk is, wordt het beroepsverbod niet in het BIG-register opgenomen en kan een huisarts doorgaans blijven werken. Wel kan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ingrijpen door naast het strafrecht een tuchtprocedure te starten waarmee een tijdelijk beroepsverbod of een Last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOOB) kan worden opgelegd.
Zaak S. nog niet onherroepelijk waardoor zijn BIG-registratie nog niet is aangepast en theoretisch gezien nog aan de eisen van huisarts voldoet.
Toekomst na afloop beroepsverbod
Sanne Zachariasse, communicatieadviseur van zorgverzekeraar DSW zegt: “Als het beroepsverbod vanuit de rechtbank gekoppeld is aan een bepaalde termijn, is het juridisch mogelijk dat de zorgverlener na die periode probeert zich opnieuw te laten registreren. Dit is echter geen automatisme. Om opnieuw BIG-geregistreerd te worden, moet de persoon aantonen het beroep weer ‘zonder beperkingen’ te mogen uitoefenen. Bovendien moet worden voldaan aan de strenge, actuele eisen voor herregistratie, zoals urennormen (werkervaring) en scholing.”
Ook benadrukt Zachariasse dat de beëindigde AGB-code, een persoonlijke code om declaraties bij zorgverzkeraars in te dienen en vergoedingen te ontvangen, niet zomaar wordt geheractiveerd. “Zonder BIG-registratie wordt een AGB-code ingetrokken of inactief gemaakt. Een nieuwe code kan pas worden aangevraagd zodra een zorgverlener weer voldoet aan de registratie-eisen.”
Zorgaanbieders moeten volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen (de Wkkgz) nagaan dat de wijze waarop hun zorgverleners ‘in het verleden hebben gefunctioneerd, het huidige verlenen van zorg niet in de weg moet staan’ (Artikel 4). Dit heet de vergewisplicht. Een Verklaring Omtrent Gedrag helpt de zorgaanbieder of zorginstelling zich te vergewissen van de achtergrond van deze persoon. “Voor een zedendelict geldt een onbeperkte terugkijktermijn. Zodoende zal het moeilijk zijn om een VOG te verkrijgen,” legt de DSW uit.
Die inschatting sluit aan bij wat strafrechtadvocaat Ivonne Leenhouwers verklaart: “Als arts heb je zeker een VOG nodig. Die krijg je gewoon niet meer na zo’n veroordeling in dit vak.”
Juridisch mogelijk
“Als een zorgverlener er ondanks al deze praktische barrières in slaagt om weer een geldige BIG-registratie, een AGB-code en (indien van toepassing) een VOG en kwaliteitsregistratie te verkrijgen, dan is deze persoon voor de wet bevoegd om zorg te verlenen. Op dat moment hebben wij als zorgverzekeraar non-discriminatoir te handelen. Wij zijn echter niet verplicht om te contracteren, ook niet als iemand voldoet aan ons contracteerbeleid. We moeten alleen wel goed kunnen uitleggen op welke gronden we iemand uitsluiten en geen contract aanbieden. Wij zouden op moreel ethische gronden kunnen besluiten om geen contract aan te gaan. Dit hebben we in het verleden ook al eens gedaan. Dat alles kan natuurlijk alleen als wij ook op de hoogte zijn van het verleden van een zorgaanbieder,” verklaart DSW.
Hoewel het juridisch dus niet onmogelijk is, zijn de praktische gevolgen vaak een vrijwel onoverkomelijke belemmering voor een terugkeer in het beroep. Komende week zal moeten blijken of S. of het Openbaar Ministerie hoger beroep instelt.
Nederlanders die de grens over gaan om in het buitenland goedkoop boodschappen te doen. Het zijn inmiddels bekende beelden. Ook jongeren doen hier aan mee. Larissa (23) uit Breda studeert in Nijmegen en gaat regelmatig de grens over naar Duitsland: “Het doet me goed om te zien dat de bank niet breekt als ik twee tassen aan spullen afreken.”
Na een busrit van een uur komt de studente aan bij een drogisterij in de Duitse stad Kleve. Op de parkeerplaats zijn de Nederlandse kentekenplaten prominent aanwezig en onder het winkelende publiek is veel Nederlands te horen. Na een uur winkelen is het mandje van Larissa goed gevuld met producten zoals haarverzorgingsproducten, zonnebrand, wasmiddel en wc-papier.
Ook micellair water staat vaak op Larissa’s lijstje. In Nederland betaal je daar namelijk €7,99 voor, in Duitsland maar €3,95. “In Nederland moet je heel erg op kortingsacties letten, maar hier hebben ze dat niet en is alles standaard goedkoper”, legt ze uit.
Naast dat het goedkoper is, roept het bezoek aan Duitsland warme gevoelens op omdat ze er familie heeft wonen: “Ze wonen niet vlakbij de grens, maar toch is het jeugdsentiment om dat soort winkels te bezoeken.” Of de volgende rit naar Duitsland al op de planning staat? “Nee, ik denk pas na de zomervakantie. Ik haal best wel veel, dus ik hoef niet super vaak te gaan.”
Veel kleding bevat microplastics die tijdens het dragen en wassen vrijkomen. Steeds meer mensen op sociale media stappen daarom over op kleding van duurzamere materialen, al zijn die producten vaak duurder. Volgens onderzoeker Luuc Brans hoeft die overstap op de lange termijn echter niet meer te kosten: “Kledingstukken uit duurzame materialen gaan vaak langer mee en dus is het een betere investering. Dat betaalt zich op termijn uit.”
Uit een onderzoek van de volkskrant blijkt dat bij het bewegen in synthetische kleding we een wolk aan microplastics verspreiden. Onderzoekers maken zich zorgen over de microplastics en de mogelijk schadelijke gevolgen bij mens en dier. In 2024 publiceerde Science Focus, een magazine van de BBC, dat microplastics niet via de huid worden opgenomen, maar wel via voedsel, drinken en inademing in het lichaam kunnen terechtkomen. De overstap naar duurzamere kleding is bij veel consumenten dan ook een bewuste keuze. Brans noemt het zelfs “één van de meest duurzame keuzes die je kunt maken.”
“Als consument kun je het beste opletten op wat je koopt door goed te kijken naar de materialen van kledingstukken.”
Slecht voor milieu
Microplastics in kleding zijn niet alleen slecht voor onze gezondheid, maar ook voor het milieu is er een probleem. Synthetische kleding is namelijk moeilijk te recyclen en het kost honderden jaren voordat de stoffen worden afgebroken. “Duurzame materialen, zoals linnen, kunnen hergebruikt/recyclet worden waardoor ze ook na jouw gebruik nog lang kunnen meegaan”, verteld Brans. Een volledige garderobe vervangen is volgens hem niet de beste oplossing. Minder kopen en kiezen voor kwalitatief betere kleding heeft meer effect. “Als consument kun je het beste opletten op wat je koopt door goed te kijken naar de materialen van kledingstukken.(…) Ook is het goed om iets minder te kopen. Als je dan wat koopt, heb je misschien meer geld om iets te kopen van een betere stof dat ook langer meegaat, te repareren is, en minder snel krimpt of kapotgaat in de was.”
Concurrentie fast fashion
Bedrijven die duurzamere kleding produceren ervaren concurrentie met de prijzen van bedrijven die fast fashion produceren. Toch verwacht Brans dat regelgeving de markt kan veranderen. “Fast fashion bedrijven krijgen daarnaast steeds meer te maken met regulering. In Frankrijk wordt er zelfs gesproken over een extra belasting op fast fashion, wat het voor hen moeilijker zal maken nog op prijs te concurreren met duurzame bedrijven.”
Op Nationale Buitenspeeldag draait alles om één ding: weer naar buiten. Voor Jeroen Hoogstraten uit Rotterdam is dat niets nieuws. Met zijn stichting Knikkergek, die hij samen met Edward Boele runt, probeert hij kinderen opnieuw enthousiast te maken voor iets wat ooit vanzelfsprekend was: knikkeren. Wat begon als een ‘uit de hand gelopen ouderactiviteit’ in de basisschooltijd van zijn kinderen, samen met Edward, groeide uit tot een stichting die inmiddels op allerlei plekken actief is.
Een werkplaats vol knikkers In zijn werkplaats is meteen duidelijk waar die passie vandaan komt. De ruimte staat vol met zelfgebouwde banen, houten constructies en bakken vol knikkers in allerlei vormen en kleuren. “Ik ben half kunstenaar, half knikkergek,” zegt hij lachend. Die combinatie zie je overal terug. Hij bouwt niet alleen knikkerbanen, maar ook meubels en andere objecten. Alles draait om maken, ontdekken en spelen. Hoogstraten zelf komt daarbij over als een vriendelijke, enthousiaste verteller die moeiteloos anderen meeneemt in zijn fascinatie.
Leren door te doen Die speelsheid probeert hij ook door te geven. Hoogstraten gaat regelmatig langs scholen om kinderen zelf aan de slag te laten gaan. Niet alleen kijken, maar doen. “Daar zit zoveel in,” legt hij uit. Volgens hem leren kinderen niet alleen knikkeren, maar ook samenwerken, bouwen en creatief denken. Het knikkeren is daarbij vooral een middel. Zo geeft de stichting lessen waarin bijvoorbeeld het universum wordt uitgelegd aan de hand van knikkers, en organiseren ze workshops knikkerbanen bouwen. En die geven ze niet alleen aan basisscholen, maar ook op middelbare scholen en de TU Delft.
Verdwenen van het schoolplein Toch is knikkeren minder vanzelfsprekend geworden. Waar het vroeger een vaste plek had op het schoolplein, hebben schermen die rol deels overgenomen. Hoogstraten denkt dat vooral iPads en mobiele telefoons ervoor hebben gezorgd dat kinderen minder buiten spelen.
Meer dan een spelletje Zijn fascinatie voor knikkers gaat ver. In zijn werkplaats liggen dozen met WK-knikkers van een oude producent die ook betrokken was bij de bekende flippo’s, voordat het bedrijf failliet ging. Regelmatig komen mensen langs om oude knikkers te brengen die ze zelf niet meer willen. Juist die gebruikte exemplaren vindt Jeroen vaak nog mooier dan de gloednieuwe varianten.
Tijdens de coronaperiode ontwikkelde de stichting zelfs een digitaal knikkerspel. Dat sloeg zo goed aan dat er later ook een fysieke versie kwam, waarmee inmiddels toernooien worden georganiseerd. Zo stond er afgelopen woensdag nog een toernooi gepland in Kralingen, met negen bakken en een middag vol competitie.
Buiten heeft hij een eigen knikkerpot ingegraven en als je langs zijn knikkermuseum loopt, zie je op flinke hoogte een hele rij knikkers in allerlei vormen en kleuren in het raamkozijn. Alsof je zelf weer op ooghoogte van een kind bent. Voor Hoogstraten is knikkeren meer dan nostalgie: het is een manier om kinderen te prikkelen, te laten ontdekken en vooral weer naar buiten te krijgen.
Media-ethicus Huub Evers vindt dat Nederlandse media tekortschieten in het bieden van achtergrond en context bij controversiële politieke begrippen. Volgens hem heeft het publiek recht op uitleg over de herkomst, betekenis en geschiedenis van termen die in het publieke debat opduiken. ‘
DEN HAAG – Lidewij de Vos (FvD) tijdens een debat in de plenaire zaal van de Tweede Kamer over het normaliseren van geweld in politiek en samenleving. REMKO DE WAAL / ANP
In een eerder interview met EY Daily uitte Evers kritiek op de manier waarop media omgaan met de term “Omvolking”. Niet zozeer omdat de term zelf word gebruikt, maar omdat volgens hem vaak onvoldoende wordt uitgelegd waar die vandaan komt en welke betekenis eraan wordt gegeven.
Nu enige tijd later, blijft die kritiek overeind staan.
,,Als ik nu terugkijk, dan mis ik dat eigenlijk nog steeds wel,” zegt hij. ,,Waar komt die term vandaan? Wat bedoelen mensen ermee? Wie heeft hem in het verleden gebruikt? Wat is daar voor of tegen te zeggen? Dat zorgt vragen.
De media-ethicus zegt dat er wel nieuwsberichten zijn gepubliceerd naar aanleiding van politieke discussies en Kamerdebatten, maar ontbrak een uitgebreid verhaal dat de term centraal stelt.
Recht op achtergrondinformatie
Volgens Evers hebben nieuwsconsumenten recht op meer dan alleen verslaggeving van politieke uitspraken. ,,Je moet de feiten en achtergronden brengen,” stelt hij. ,,Het publiek heeft daar recht op.”
,,Die taak ligt vooral bij nieuwsmedia zoals landelijke en regionale kranten, maar ook bij journalistieke televisieprogramma’s die ruimte hebben voor verdieping. Op sociale media ziet hij die rol minder snel terug. Daar is het allemaal korter en vluchtiger,” aldus Evers.
Dilemma’s voor redacties
Tegelijkertijd erkent Evers dat redacties voor een dilemma staan. Wanneer media uitgebreid aandacht besteden aan controversiële begrippen of politieke afwegingen, bestaat volgens hem de angst dat zij onbedoeld bijdragen aan de zichtbaarheid ervan.
,,Misschien denken redacties wel dat ze daarmee toch een beetje reclame maken voor zo’n clubje,” zegt hij.
Dat spanningsveld is niet nieuw. Al jarenlang discussiëren journalisten over de vraag hoe zij moeten omgaan met radicale of extreme politieke stromingen. Te weinig aandacht kan worden uitgelegd als negeren of wegstoppen. Te veel aandacht kan juist een podium bieden.
Volgens Evers bestaat er geen eenvoudig antwoord op die vraag. ,,Je loopt altijd het risico dat politici jouw strategie voor hun eigen doeleinden proberen te gebruiken.”
DEN HAAG – Stephan van Baarle (DENK) en Gidi Markuszower (Groep Markuszower) tijdens een debat in de plenaire zaal van de Tweede Kamer over het normaliseren van geweld in politiek en samenleving. REMKO DE WAAL / ANP
Niet doodzwijgen
Toch vind Evers dat stilzwijgen geen oplossing is. Hij verwijst naar het oude idee van het zogenaamde cordon sanitair, waarbij media controversiële politieke stromingen zo min mogelijk aandacht geven. ,,Die overtuiging begint steeds minder terug te keren in de media. En terecht, denk ik.”
Volgens hem kunnen politieke partijen een gebrek aan aandacht juist gebruiken om te beweren dat zij bewust worden buitengesloten. Daarom moeten journalisten volgens Evers niet kiezen voor zwijgen, maar voor uitleg en context.
Ook als iedereen het niet leest
Een veelgehoord argument tegen uitgebreide achtergrondverhalen is dat het publiek daar nauwelijks belangstelling voor zou hebben. Lange artikelen worden minder snel gelezen dan kort nieuws.
Evers begrijpt de redenering, maar vindt niet dat dit een doorslaggevend argument mag zijn.
,,Wie leest dat nou?” is volgens hem een vraag die redacties zichzelf kunnen stellen. Toch blijft hij erbij dat die verhalen gemaakt moeten worden. Zelfs wanneer slechts een deel van het publiek de verdieping leest, moeten media de mogelijkheid bieden om zich goed te informeren.”
Journalistieke verantwoordelijkheid
De kritiek van Evers raakt daarmee aan een bredere discussie binnen de journalistiek. Moeten media zich beperken tot het registeren van politieke uitspraken, of hebben zij ook de taak om begrippen, ideeën en ideologieën actief van context te voorzien?
Voor Evers is het antwoord duidelijk. Journalistiek gaat niet alleen over het doorgeven van het nieuws, maar ook over het bieden van de kennis die burgers nodig hebben om het nieuws goed te begrijpen.
,,Je moet de feiten en de achtergronden brengen,” zegt hij. Dat is de taak van de journalistiek.
In de Bredase wijk Tuinzigt kleurt de buurt weer volop oranje. In aanloop naar het WK hebben bewoners verschillende straten versierd met vlaggen, spandoeken en andere feestelijke aankleding. Het kloppend hart van die traditie is de Ahornstraat, die al jaren bekendstaat als de ‘Oranjestraat van Nederland’. Maar achter de indrukwekkende versieringen schuilt meer dan alleen liefde voor voetbal: het draait ook om saamhorigheid, betrokkenheid en trots op de wijk. Voor deze reportage spraken we met de organisator achter de versieringen en met een buurtbewoonster over wat deze traditie betekent.
Ey! Daily gebruikt cookies om informatie over je apparaat op te slaan en die informatie te analyseren. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij onder andere zien welke content het meest wordt gelezen, wat voor apparaten onze lezers gebruiken, waar onze lezers vandaan komen, en hoe lang ze op onze website blijven. Wij gebruiken die informatie vervolgens om onze content en onze website te verbeteren. Als je geen toestemming geeft of je toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.