Home Blog Pagina 2

Rechtse demonstratie in Arnhem met links tegengeluid

0

De rechtse NVU-partij hield vandaag een demonstratie in Arnhem tegen het azc is de wijk Elden. Verder wil de partij dat alle grenzen dichtgaan en alle azc’s sluiten. Wandelclub Zuid-Veluwe kwam met een anti-fascistische tegendemonstratie.

Een parkeerplaats vol politie

De demonstratie begon op de parkeerplaats aan de Brinksestraat. Hoewel de demonstratie tussen twee en vier uur ’s middags zou plaatsvinden, vond er daarvoor een confrontatie tussen de twee groepen plaats. Toen de wandelclub hun spandoek uitvouwde met de tekst ‘nazi’s opbokken’, gingen NVU-aanhangers richting de linkse demonstranten. De politie heeft de twee groepen uit elkaar kunnen houden. Leuzen als ‘azc! Weg ermee!’ en ‘meer of minder fascisten’ waren op de parkeerplaats te horen.

Rechtse mars

De demonstratie begon met toespraken van onder meer NVU-partijleider Constant Kusters en de Duitse Claus Cremer, van de neo-nazistische ‘Die Heimat’ partij. Daarna liepen de rechtse demonstranten een vooraf met de politie en gemeente afgesproken route door de wijk. Zo liepen ze langs het azc en de lokale voetbalclub. Het azielzoekerscentrum dat in 2015 geopend werd is volgens de NVU een tijdelijke opvangplaats die na vier jaar had moeten sluiten.

De route eindigde weer bij de parkeerplaats, waar Kusters de aanhangers opnieuw toesprak. Hij riep onder andere op tot het starten van een remigratie. De partijleider uitte zijn zorgen over het aantal mensen met een migratie achtergrond in Nederland. Asielzoekers zijn volgens hem een gevaar voor de Nederlandse samenleving. Bewoners van de wijk staan langs de weg te kijken. Er waren veel agenten aanwezig. De parkeerplaats werd omringd door politie busjes en er waren agenten op paarden te zien. Een vrouw liep naar Constant Kusters toe tijdens zijn toespraak en probeerde zijn megafoon af te pakken. Daarnaast vond er een arrestatie plaats. Verder verliep de demonstratie op een vreedzame manier.

Rob Goossens: “Meer series exclusief op YouTube Premium en streamingdiensten”

Steeds meer populaire YouTubers brengen hun grootste series niet langer gratis uit, maar achter de betaalmuren van streamingdiensten als Videoland en Prime Video. Daarmee rijst de vraag of YouTube-content achter een abonnement verdwijnt. Volgens mediadeskundige Rob Goossens en mediaondernemer Richard Otto is die vrees overdreven, maar Goossens benadrukt dat er op het online videoplatform wel degelijk het een en ander gaat veranderen. “Bepaalde series of podcasts zullen uitsluitend op YouTube Premium beschikbaar worden.”

Vorige week maandag kondigde StukTV via Instagram een nieuwe video aan waarin Stefan Jurriens en Thomas van der Vlugt Giel de Winter ontvoeren naar het buitenland. “Eindelijk weer eens een video op YouTube”, reageerden veel volgers. Waar StukTV tussen 2012 en 2020 wekelijks uploadde, verschijnt er nu nog maar één video per maand. Tegelijkertijd zijn hun producties steeds vaker te zien op Videoland, weet ook Goossens, die thuis is in verschuivingen in het medialandschap. “Het nieuwe seizoen van De Drop is uitsluitend op Videoland te bekijken. Hetzelfde geldde voor Het Jachtseizoen. Ik zie steeds meer YouTube-content op streamingdiensten verschijnen. Dat zijn feiten.”

StukTV staat niet op zichzelf. De Bankzitters verschenen op Prime Video, in The Moderators namen Qucee en Yordi de social media kanalen van Prime Video over en ook Frank’s Veiling van Frank van der Slot vereist een Prime Video-abonnement. Nog een voorbeeld is Open Casa, gepresenteerd door Robert Rodenburgh. De serie op Prime Video is een uitgebreide versie van Open Kaart, de YouTube-variant waarin Rodenburgh openhartige gesprekken voert met bekende Nederlanders. Open Casa bevat meer BN’ers in één aflevering en heeft een exclusievere uitstraling: het schoolvoorbeeld van hoe groter hoe beter, alleen wel achter een betaalmuur.

Betalen voor YouTube

Hoe exclusiever de content, hoe hoger de productiekosten. “Een van de redenen om naar streamingdiensten uit te wijken, zijn de hoge productiekosten”, licht Goossens toe. “Dit is dus ook een soort noodzaak bij het maken van uitgebreidere formats.” De oprichter van het tv-dataplatform Kenjiro verwacht hierdoor ook een verschuiving in de app van Google zelf. “In de toekomst zullen bepaalde series of podcasts uitsluitend op YouTube Premium beschikbaar worden. Wanneer het zover is, heeft de videodienst al een groep betalende gebruikers.” Het abonnement kost €13,99 per maand.

Promotie

Ook uitgever van vakmediaplatform Spreekbuis, Richard Otto, ziet steeds meer content op streamingdiensten verschijnen. Echter vreest Otto, ook directeur van Tens Media, niet voor het verdwijnen van gratis YouTube-video’s. “De noodzaak om op streamingdiensten te verschijnen is voor influencers puur afhankelijk van de combinatie met hun eigen mediaplatformen. YouTubers kiezen hiervoor ter promotie van hun eigen kanalen, en zullen deze dan ook niet op slot gooien.” Otto plaatst de bekendheid van YouTubers in perspectief. “Videomakers met 100.000 volgers hebben een specifiek publiek, een soort niche. Velen daarvan kunnen op een woensdagmiddag makkelijk over de markt lopen zonder herkend te worden. We leven tenslotte in een vergrijsd land. Publicaties op streamingdiensten trekken een veel bredere doelgroep, en daarom kiezen steeds meer YouTubers voor een rol in een programma op Videoland bijvoorbeeld.” Verschijnen op streamingdiensten draait niet alleen om het promoten van de eigen socialmediakanalen, volgens de mediaondernemer. “Het vergroot ook de persoonlijke bekendheid, en daarmee de kans op lucratieve tv-reclames en andere commerciële deals.”

YouTube winstgevender

Streamingdiensten bieden een hoopvol alternatief op het overstappen van YouTubers naar televisie, aldus Otto. “Hoewel grote namen als Kalvijn, Anna Nooshin en Monica Geuze de overstap naar tv waagden, bleef het grote succes vaak uit. Waar zij op YouTube floreren door volledige creatieve controle en een rauwe, oprechte uitstraling, dwingt televisie hen in een strak en soms gedateerd keurslijf.” Goossens deelt die mening. “De afgelopen jaren hebben bewezen dat iemand die succesvol is op YouTube, niet altijd succesvol is op tv.” Bovendien is YouTube het meest rendabel voor de makers, volgens Otto. “Als content creators bijvoorbeeld voor Talpa zouden werken, zijn ze gebonden aan een vast salaris, waardoor zij met YouTube meer kunnen verdienen.” Goossens bevestigt, maar brengt een nuance. “Ik denk inderdaad dat makers op YouTube meer kunnen verdienen, maar neem De Drop op Videoland: dat is een enorme stap omhoog qua productiewaarde.”

Kijkcijfers

Ondanks dat YouTube volgens Goossens steeds meer content zal verwelkomen die betalingen vereisen, zijn zowel de journalist voor RTL Boulevard als Otto van mening dat gratis YouTube nooit zal verdwijnen. “Dat gaat echt niet omvallen de komende jaren. Kijk alleen al naar de kijkcijfers. Die zijn immens”, zegt Goossens. Uit ruim 280.000 videoanalyses van Channel Factory en SilverLabs blijkt dat 91,7 % van de bekeken video’s ‘user-generated content’ is: typisch gratis, door makers gepubliceerde video’s. “Daar komt bij dat de algoritmes van YouTube beter zijn dan welke streamingdienst dan ook”, voegt Goossens toe.

Al met al lijkt YouTube de komende jaren een leidende rol te blijven spelen binnen de video-industrie, alleen is eventueel een Premium-account nodig voor bepaalde content.

Waarom patiënten met een niet-westerse achtergrond langer wachten op een donor

In Nederland is al jaren een structureel tekort aan donoren met een niet-westerse achtergrond. Dit tekort zorgt ervoor dat patiënten uit deze groep minder vaak iemand vinden met vergelijkbare genetische kenmerken, terwijl die overeenkomsten essentieel zijn voor een goede match. Volgens de organisaties achter de campagne ‘Donor van Ons’: de Nederlandse Transplantatie Stichting, Sanquin Bloedvoorziening en stichting Matchis zijn exacte cijfers van het tekort niet bekend. Echter laten diverse wetenschappelijke onderzoeken en peilingen door de jaren heen een duidelijk beeld zien: er is een grote ondervertegenwoordiging van mensen met een niet-westerse achtergrond in de donorbestanden en patiënten uit deze groep moeten langer wachten op een match. Dit probleem werkt direct door in hun behandeling, herstel en overlevingskansen.

Structureel tekort aan diverse donoren

Een goede match tussen donor en patiënt hangt sterk samen met genetische overeenkomsten. Juist die kunnen variëren per afkomst. Volgens ‘Donor van Ons’ komt dat doordat bepaalde genetische varianten, zoals HLA-typen en specifieke bloedgroepantigenen, binnen sommige populaties veel vaker voorkomen dan binnen andere. Wanneer een patiënt een donor krijgt die genetisch minder goed aansluit kan dit leiden tot een (grotere) kans op complicaties en grotere noodzaak tot extra medicatie dat vervolgtransplantatie complexer maakt. “Het is belangrijk om een groter en diverser donoraanbod te hebben om gezondheidsverschillen en kansenongelijkheid te verkleinen.”

Gevolgen voor patiënten

Het tekort aan passende donoren heeft duidelijke gevolgen voor patiënten die afhankelijk zijn van een match met vergelijkbare genetische kenmerken. In de praktijk betekent dit dat behandelingen voor mensen met een niet-westerse achtergrond vaker worden uitgesteld, omdat een geschikte donor op het moment moeilijk te vinden is. Een minder goede match kan leiden tot extra medicatie en een grotere kans op compilaties. De organisaties achter ‘Donor van Ons’ zegt dat hierdoor een vorm van kansenongelijkheid ontstaat. “We zien dat het gebrek aan diverse donoren direct leidt tot verschillen in behandeluitkomsten.”

De verwachting is dat het tekort aan diverse donoren de komende jaren alleen maar groter wordt. Het CBS rekent erop dat rond 2050 bijna 40 procent van de Nederlanders een migratieachtergrond heeft, waarvan een groot deel niet-westers. De bevolking verandert snel, terwijl het aantal donoren achterblijft. Op deze manier wordt het steeds lastiger voor patiënten met een niet-westerse achtergrond een match te vinden. Als het donorbestand niet meegroeit, blijft de kloof tussen vraag en aanbod toenemen. 

Donor van Ons

De campagne ‘Donor van Ons’ is opgezet om het donorbestand diverser te maken en zo de kansenongelijkheid in de zorg te verkleinen. Het is een samenwerking tussen de Nederlandse Transplantatie Stichting, stichting Sanquin en stichting Matchis. De organisaties richten zich vooral op mensen met een niet-westerse achtergrond. Met voorlichting, persoonlijke verhalen en samenwerking met gemeenschappen probeert de campagne duidelijk te maken waarom afkomst een rol speelt bij donatie. Het doel is om drempels weg te nemen, misverstanden te verminderen en meer mensen te bereiken die zich nog nooit aangesproken hebben gevoeld door eerdere donorcampagnes. 

Het tekort aan donoren met een niet-westerse achtergrond is geen nieuw probleem, maar de gevolgen worden steeds zichtbaarder. Terwijl Nederland verandert, blijft het donorbestand achter. Voor patiënten die wachten op een match maakt dat een groot verschil. De campagne Donor van Ons laat zien dat één extra aanmelding soms al genoeg kan zijn. Het gaat om gelijke kansen op zorg en die zouden niet afhankelijk mogen zijn van afkomst.

Jonge mannen neigen vaker naar anabolen: ‘Het ellendige is dat het werkt.’

Uit een Amerikaans-Canadees onderzoek onder jonge mannen blijkt dat zij steeds vaker neigen naar anabole steroïden bij het zien van content hierover op sociale media. Een trend die ook in Nederland zichtbaar is, merkt de dopingautoriteit op. ‘Het wordt genormaliseerd als een soort lifestyle.’

Steeds meer gebruik

In het onderzoek zijn 1500 jongens en mannen gevolgd in hun sociale media-gebruik en de verbandhouding met hun intenties tot het gebruiken van anabole androgene steroïden (AAS). Hieruit konden onderzoekers concluderen dat jongens en mannen bij een hoger gebruik van sociale media, meer neigen naar anabolen. De dopingautoriteit ziet deze trend ook, vertelt een woordvoerder van de organisatie. ‘Er is een flinke toename op het gebruik van dopingmiddelen in de kracht- en vechtsport.’

Invloed sociale media

Vooral jongeren zijn gevoelig voor de content hierover op sociale media. ‘Wat we zien is dat een kwetsbare groep gevoelig is voor wat ze online zien.’ Vertelt de woordvoerder. Volgens de dopingautoriteit schetst sociale media een eenzijdig beeld van wat anabole middelen kunnen doen. Dat, in combinatie met makkelijke online bestellingen, verlaagt de drempel tot gebruik enorm.

Student Harold Moorrees geeft ook aan beïnvloed te worden door het gebruik van steroïden op sociale media. ‘Af en toe maakt dat mij onzeker. Je ziet dan iemand die ontzettend gespierd is, daar vergelijk je jezelf mee.’ De dopingautoriteit ziet die vergelijkingen ook. ‘Mensen streven het ideaalbeeld na.’

Gevaren en bijwerkingen

Maar wat zijn anabole androgene steroïden precies? Anabole steroïden zijn afgeleid van het mannelijke geslachtshormoon testosteron, deze maakt het lichaam zelf aan. Mannen produceren dagelijks zo’n 7 miligram testosteron, vrouwen 0,5 miligram. De stof zorgt voor een mannelijker uiterlijk en meer spieropbouw. Door het verhoogde testosteron treden ook bijwerkingen op. Zo krijg je sneller last van acne of haaruitval en kan gebruik zelfs leiden tot hartfalen of onvruchtbaarheid. ‘Maar het ellendige is dat het werkt.’ zegt de dopingautoriteit.

Veel jongeren zijn zich echter niet genoeg bewust van deze gevaren. De dopingautoriteit merkt op dat zij de gevaren van die bijwerkingen niet goed zien. ‘Je ziet mooie resultaten, maar niet de bijwerkingen.’ Moorrees zegt wel bewust te zijn van de gevaren. ‘Dat zijn wel hele grote redenen om het niet te doen.’ Toch zit hij wel eens in de twijfels: ‘Ik heb wel eens nagedacht, heel eerlijk, waarom zou ik het niet doen?’

‘Eerlijke verhaal’

De dopingautoriteit wil twijfelaars daarom ook bewuster maken van de gevaren van doping. ‘Het onderzoek laat goed zien dat het een echt maatschappelijk probleem is.’ De organisatie geeft aan het ‘eerlijke verhaal’ te willen vertellen. Zo kunnen mensen een weloverwogen keuze maken. ‘Het is niet aan ons om het te verbieden.’

Recordwarmte zorgt voor volle terrassen en druk op horeca

0

Officieel is het nog winter, maar de zon laat zich deze dagen volop zien. Met recordtemperaturen die oplopen tot wel zeventien graden is het genieten. Geen wonder dus dat de terrassen massaal vollopen. Maar kan de horeca, die toch al kampt met personeelstekorten, deze vroege drukte wel aan?

Dinsdag 3 maart 2026 werd het met 16,1°C de warmste 3 maart ooit gemeten. waardoor terrassen in Nederland volstroomden. Dit is goed nieuws voor de horeca, maar ondernemers, die roosters vaak weken van tevoren vastleggen, houden zelden rekening met zulke onverwachte pieken.​ Personeelsplanning is al lastig door het structurele tekort (ruim 30.000 vacatures). Last-minute oproepen mislukken vaak, waardoor sluiting of beperkte bediening dreigt, met extra stress voor het team.

Winter

Maurits Kroeze is eigenaar van De Reddingsloods, een restaurant in het toeristische Ouddorp. Ondanks het prachtige (terras)weer kon hij deze week niet open. “Bij ons restaurant is de drukte erg afhankelijk van het weer. Om die reden zijn wij van januari tot en met maart gesloten. Toen ik zag dat het prachtig weer zou worden, heeft het natuurlijk wel door mijn hoofd gespookt om alsnog open te gaan. Maar het was simpelweg geen optie. Het terras staat nog in de winteropstelling en de voorraad is er nog niet.”

Kroeze denkt dat hij, als hij wel open had gekund, zeker drukte had verwacht. “Het is niet zo dat ik er wakker van lig. Het is even jammer, maar dit is iets wat van tevoren is besloten. En ja, nu is het lekker weer, maar dat kun je van tevoren niet weten. We gaan gewoon op 1 april open en dan gaan we met Pasen direct knallen. Hopelijk schijnt dan ook de zon.”

Snel schakelen

De situatie is voor ondernemer Lars Hartog anders. Zijn restaurant No9 in Middelharnis is het hele jaar open. “Zodra het zonnetje schijnt, komt iedereen zijn huis uit en stromen ook onze terrassen vol. Vorige week woensdag was de eerste echt mooie dag. Dan weet je: het wordt retedruk. Wij zagen de weerberichten en konden ons dus op tijd voorbereiden. Wel merkten we dat het even wennen en aanpoten was.”

Hartog kent tijdens deze drukke dagen geen personeelsproblemen. “Ik plan mezelf nooit in, dus nu het zo mooi weer is kan ik bijspringen als ‘extra’. Dat scheelt een hele hoop. Ook plan ik altijd mensen in als stand-by, dat komt in deze dagen perfect uit.”

Vaste groep

Hartog erkent zelf ook dat hij van geluk kan spreken dat hij die opties heeft: “Ons voordeel is dat de groep die vorig jaar bij ons werkte nog steeds hier werkzaam is. Normaal kun je je personeel in maart en april rustig inwerken, zodat ze kunnen meedraaien wanneer het vanaf mei mooi weer wordt en drukker wordt. Nu het al zo mooi weer is, komt het heel goed uit dat ons personeel al ingewerkt is en deze drukte aankan.”In veel horecazaken is dat niet het geval, zo weet ook de jonge eigenaar van No9. “Ik hoor van heel veel zaken dat ze met problemen kampen. Als je in de winter dicht bent, is het ook een heel ander verhaal met personeel en het voorbereiden van dingen. Dat gaat simpelweg gewoon niet.”

Kwaliteit

Ook speelt volgens Kroeze de personeelskrapte in zijn restaurant een rol bij het besluit om niet open te gaan. “Samen met nog iemand run ik het restaurant. Omdat we niet op dit weer hadden gerekend en later open zouden gaan, hebben we allebei in maart nog vakanties gepland. De rest van ons personeel bestaat voornamelijk uit studenten: die kunnen ook niet zomaar doordeweeks werken.”

Bij een gebrek aan personeel staat er niet alleen meer druk op het team, maar kan dat ook merkbaar zijn voor de gasten. “Je wilt je gasten in het restaurant de goede service kunnen bieden die ze normaal ook krijgen. Door te weinig personeel en een voorraad die nog niet op orde is, kunnen mensen dat kwalitatief merken. Dan wacht ik liever een paar weken, zodat we alles goed hebben voorbereid en de kwaliteit kunnen bieden die we willen,” aldus Kroeze.


Coalitie wil streep door huishoudelijke hulp in Wmo: “Te drastisch”

Hulp bij het stofzuigen, het verschonen van bedden of andere huishoudelijke taken dreigt voor honderdduizenden mensen te verdwijnen. Het kersverse kabinet-Jetten wil de huishoudelijke hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) schrappen. Als het plan doorgaat, verliezen ruim 550.000 mensen hun recht op ondersteuning via de gemeente en moeten zij deze hulp zelf betalen of een beroep doen op hun omgeving. De coalitie verwacht daarmee jaarlijks 435 miljoen euro te besparen. Volgens juridisch adviseur Wim Peters is deze ondersteuning voor veel mensen essentieel om zelfstandig te kunnen blijven wonen.

Veel Nederlanders krijgen er vroeg of laat mee te maken: een naaste die door ouderdom of ziekte de grip op het huishouden verliest. Via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kunnen zij hulp krijgen bij taken als stofzuigen, dweilen of het verschonen van het bed. Volgens het CBS maakten vorig jaar ruim 555.000 mensen gebruik van deze voorziening. Het schrappen van de hulp moet de coalitie structureel 435 miljoen euro per jaar opleveren.

Het plan om de huishoudelijke hulp volledig uit de Wmo te schrappen gaat volgens Juridisch adviseur Wim Peters veel te ver. “Ik vind het te drastisch en onnodig”, stelt hij. “Je slaat met een moker een hele voorziening weg, terwijl er een minder ingrijpende oplossing is.” Volgens de adviseur is het probleem grotendeels opgelost als de eigen bijdrage weer inkomensafhankelijk wordt, zonder een vast maximum. “Dan zie je vanzelf dat mensen met een hoger inkomen de hulp weer zelf gaan regelen, omdat het via de gemeente niet langer goedkoper is.”

Rekensom pakt voordelig uit voor hogere inkomens

Volgens de coalitie is het huidige systeem te aantrekkelijk geworden voor huishoudens die de hulp in principe zelf zouden kunnen bekostigen. De kern van het probleem ligt bij het zogeheten abonnementstarief: een vaste eigen bijdrage van 21,80 euro per maand, ongeacht het inkomen of het aantal uren hulp. Sinds de invoering van dit tarief is het aantal aanvragen voor huishoudelijke ondersteuning via de Wmo explosief gestegen.

Juridisch adviseur Wim Peters ziet een groot verschil met hoe het voorheen ging. “Toen de huishoudelijke hulp in 2007 naar de gemeenten ging, was de eigen bijdrage inkomensafhankelijk”, legt Peters uit. “Mensen met een hoog inkomen vroegen die hulp toen niet bij de gemeente aan, omdat ze die uiteindelijk toch zelf moesten betalen.” Dat veranderde toen kabinet-Rutte III het abonnementstarief introduceerde. Het doel was destijds om de administratieve rompslomp te verminderen, maar het effect was volgens Peters een enorme ‘aanzuigende werking’. “De eigen bijdrage werd voor iedereen vastgezet op ongeveer 19 euro per maand”, vertelt hij. “Mensen die hun huishoudelijke hulp eerst zelf betaalden, rekenden uit dat ze via de gemeente veel goedkoper uit waren. Als je drie uur hulp per week hebt voor zo’n 20 euro per uur, betaal je al snel rond de 240 euro per maand. Via de gemeente kostte het nog maar 19 euro per maand.”

Mensen die de hulp zelf konden betalen, maakten door de nieuwe regeling vaker gebruik van de voorziening om goedkoper uit te zijn. Het gebruik van de huishoudelijke hulp onder hogere inkomens steeg met een percentage van 114 procent. Volgens Peters is er formeel geen sprake van misbruik. “Het is geen misbruik, want mensen volgen simpelweg de wet. Je kunt hooguit zeggen dat het misschien ethisch misbruik is, maar dat is een vaag begrip.”

Kwetsbare groep tussen wal en schip

De huishoudelijke hulp in de Wmo is er juist voor de groep die (nog) geen zware zorg nodig heeft. Wie 24 uur per dag toezicht nodig heeft, krijgt dat via de Wet langdurige zorg (Wlz), en medische verpleging aan huis loopt via de zorgverzekeraar. De Wmo is het vangnet voor alles daartussenin. Volgens Peters treft het schrappen van de regeling juist de meest kwetsbaren: mensen met een kleine portemonnee en een beperkt sociaal netwerk. “Dat zijn vaak mensen met een stapeling van problemen. Als de gemeente deze zorg stopt, vallen zij overal buiten. Die groep moet je blijven helpen.”

Politieke puzzel in Den Haag

Het is de vraag of de plannen in hun huidige vorm de eindstreep halen. Omdat de coalitie in zowel de Tweede als de Eerste Kamer een meerderheid mist, is steun van de oppositie cruciaal. Daarnaast wacht een lang juridisch traject: het wetsvoorstel moet eerst in consultatie, zodat organisaties en burgers hun kritiek kunnen geven. Pas daarna kan het definitieve ontwerp voor advies naar de Raad van State. Volgens Peters is het daarom onzeker of het plan ongewijzigd wordt aangenomen. “Ik schat in dat er genoeg partijen zijn die zeggen: ‘daar doen wij niet aan mee’. Maar ja, uiteindelijk zal het waarschijnlijk neerkomen op ruilhandel: ik dit, jij dat. En ik weet niet wat ze daarvoor terug zouden willen, of hoe belangrijk dit onderwerp voor de coalitie is.”

Influencers en supplementen: zorgen over verkeerde gezondheidsadviezen

0

Steeds meer influencers bieden gezondheidsproducten aan. “Influencers hebben veel invloed op de beeldvorming en spelen een belangrijke rol in informatieverspreiding, maar helaas ook in het ontstaan van misinformatie,” vertelt Saskia Geurts, directeur van de organisatie Natuur- en Gezondheidsproducten.

Steeds vaker komen de pillen voorbij: een voedingssupplement hier, een visoliepil daar. Alles om de gezondheid optimaal te laten presteren. Vooral op TikTok worden voedingssupplementen aangeraden, maar zijn dat wel goede adviezen?
“Misleidende online marketing en influencer marketing kunnen verkeerd gebruik van voedingssupplementen stimuleren,” legt Geurts uit. “Bijvoorbeeld voor gebruik voor doeleinden waarvoor voedingssupplementen niet bedoeld zijn.”

Wet- en regelgeving

“Voedingssupplementen zijn bijvoorbeeld niet bedoeld om een ziekte of klacht te genezen, maar worden op sociale media vaak wel op deze manier aangeprezen. Hierdoor wordt de consument ernstig misleid,” vertelt Geurts.

Om misleidende reclame of niet duidelijk aangegeven aanprijzingen tegen te gaan, worden influencers sinds 2024 gezamenlijk gemonitord op overtredingen door de Keuringsraad, Neprofarm en NPN. Hierbij moet de kijker of luisteraar duidelijk kunnen zien of horen dat het om reclame gaat en de influencer moet duidelijk aangeven dat er sprake is van een samenwerking. Ook stelt de industrie een Europese richtlijn op voor influencer marketing, bedoeld om de situatie te verbeteren.

Gezondheidsrisico’s

“Misleidende online marketing en influencer marketing kunnen verkeerd gebruik van voedingssupplementen stimuleren,” legt Geurts uit. “Bijvoorbeeld voor gebruik voor doeleinden waarvoor voedingssupplementen niet bedoeld zijn.” Denk hierbij bijvoorbeeld aan afvallen of sportprestaties verbeteren.

In de zomer vorig jaar onderzocht de NVWA claims die vijftien influencers maakten bij de promotie van onder andere voedingssupplementen. Dit waren geregistreerde influencers bij influencerregels.com, wat betekent dat ze de regels zouden moeten kennen.
Saskia Geurts waarschuwt: “Producten voor afslanken, prestatiebevordering of libidoverhoging bevatten soms opzettelijk middelen die de hartslag kunnen verhogen of de stofwisseling kunnen versnellen, die niet op het etiket vermeld staan.”

Consumeren

“Er zijn veel verschillende redenen om een voedingssupplement te gebruiken. Het lukt veel mensen bijvoorbeeld niet om elke dag gezond en gevarieerd te eten. Een voedingssupplement kan dan een goede aanvulling zijn. Ook kan het zijn dat je een verhoogde behoefte hebt aan voedingsstoffen, bijvoorbeeld tijdens zwangerschap of bij medicijngebruik. Ook kan het zijn dat je lichaam een vitamine of mineraal niet goed opneemt uit voeding. In al deze gevallen is een voedingssupplement nuttig. Daarnaast worden voedingssupplementen, met name kruidensupplementen, vaak gebruikt om een specifieke gezondheidsreden. Bijvoorbeeld voor de weerstand, voor spieren of bij stress,” legt Geurts uit.

In Nederland zijn voedingssupplementen volgens Nederlandse en Europese wetgeving in principe veilig, maar toch moet je altijd goed het etiket lezen en je aan de vermelde dagelijkse inname houden. Mocht je via het internet supplementen willen kopen, is het verstandig om te controleren waar het precies vandaan komt. “Het is belangrijk om alert te zijn bij aankopen via buitenlandse webshops, omdat landen buiten de EU soms minder strenge regels hebben,” waarschuwt Geurts.

Hoe staat het met de vogelgriep bij Wildopvang Hart van Brabant?

Vogelgriep verschijnt met regelmaat in het nieuws, vaak in de vorm van korte meldingen over besmettingen en ingrijpende maatregelen. Achter die berichten gaat een vast protocol schuil. Zodra het virus wordt vastgesteld, worden bedrijven geruimd, vervoersverboden ingesteld en veiligheidszones afgekondigd. Die maatregelen moeten verdere verspreiding voorkomen, maar hebben grote gevolgen voor pluimveehouders en hun omgeving.

De risico’s verschillen per situatie. Het virus verspreidt zich vooral via wilde vogels en direct contact tussen dieren. Voor de volksgezondheid wordt het risico doorgaans laag ingeschat, maar alertheid blijft noodzakelijk. Wildopvang Hart van Brabant, in Tilburg, krijgt hier ook mee te maken.

Wij gingen op pad om te kijken hoe zij omgaan met de vogelgriep. Maak je klaar voor een babyduif, loopeenden, een raaf en kippen. En het belangrijkste, antwoord op onze vragen.

NEC bereikt bekerfinale, fanatieke aanhang jaagt mee op eerste prijs

NEC is na een spectaculaire 3-2 overwinning op PSV gisteren de eerste bekerfinalist. Het is voor NEC de tweede bekerfinale in drie jaar tijd en de zesde in totaal. De Nijmegenaren staan bekend om hun fanatieke aanhang en snakken naar de eerste prijs in de clubgeschiedenis. “In mijn leven is de kans op een prijs nog nooit zo groot geweest.”


NEC beleeft onder succestrainer Dick Schreuder al een historisch seizoen: momenteel staan ze op de vierde plaats en Champions League-voetbal is nog altijd in beeld. Voor trouwe NEC-supporter en journalist Thomas Hogeling is de beker echter een ander verhaal: “Ik vind het prima als we nu achtste worden en dan wel de beker winnen. Het is nog nooit gelukt om een prijs te pakken. Het lijkt me zo vet om dat in mijn leven mee te maken. Heel Nijmegen snakt ernaar.”

Zes keer is scheepsrecht?

Het is voor NEC de zesde keer in haar historie dat de club de finale van het bekertoernooi haalt. De eerdere vijf keer grepen ze naast de ‘Dennenappel’. De laatste keer was in 2024, toen Feyenoord met 1-0 te sterk was. Volgens Hogeling voelt deze finaleplek nog bijzonderder. “Vorige keer hadden we wel een stuk minder goed team. Nu hebben we een dure en sterke selectie, dus in dat opzicht maakt dat het minder knap. Maar toen was de route een stuk makkelijker en schakelden we Cambuur uit in de halve finale. Nu maakt het het zo bijzonder omdat je dit sterke PSV in de halve finale verslaat. Ik dacht eerst: het gaat ze niet lukken, PSV is te goed. Maar ze gingen er echt vol voor. Geweldig was het.”

Algemeen directeur Wilco van Schaik deelt die mening: “Elke finale die je haalt is geweldig, maar twee jaar geleden speelden we uit. Nu in eigen huis de nummer één van Nederland verslaan, maakt het nog specialer. Nu is het 24 uur genieten en daarna gaan we weer door. De competitie is ook belangrijk.”

Finale

In de finale is AZ of Telstar de tegenstander: die halve finale staat vanavond op het programma. “Als ik eerlijk ben, hoop ik natuurlijk dat Telstar de tegenstander wordt. AZ is, als zij alle sterkhouders erbij hebben tegen ons, denk ik alsnog licht de favoriet. Maar ondanks dat is dit wel een enorme kans om eindelijk eens een prijs te winnen. In mijn leven is de kans op een prijs nog nooit zo groot geweest,” aldus Hogeling.

Wilco van Schaik vindt dat minder belangrijk: “Een finale is altijd fiftyfifty, het is een wedstrijd op zich. Als je die beker wilt winnen, moet je iedereen verslaan. Naast PSV dus ook AZ of Telstar, welke van de twee het ook wordt.”

Indrukwekkende sfeeractie

Twee jaar geleden pakten de supporters van NEC uit met twee tribunenvullende spandoeken in De Kuip. Het was iets wat nog nooit eerder was vertoond tijdens de Nederlandse bekerfinale. Supportersgroep Legio Noviomagum is verantwoordelijk voor deze indrukwekkende sfeeracties. Hogeling heeft al een aantal keer geprobeerd een journalistiek item te maken met de groep, maar daaraan werken ze niet mee.

De samenwerking tussen supportersgroepen van NEC Nijmegen en het bestuur verloopt volgens Wilco van Schaik uitstekend. “We houden elkaar continu op de hoogte van wat we doen. Zo kunnen we elkaar het beste helpen. We hebben veel contact.” De algemeen directeur verwacht dan ook tijdens deze bekerfinale een hoop spektakel. “Ze overtreffen zichzelf altijd, dus dat verwacht ik nu weer. Vrijdag gaan we naar De Kuip en krijgen we meer informatie, daarna kunnen we samen aan de slag.”

De club en de fanatieke supporters gaan samen op jacht naar de eerste prijs in de historie van de Nijmeegse club.