Home Blog Pagina 4

Amerikaanse groepsverkrachtingsszaak naar de rechter; ook universiteit aangeklaagd

De Amerikaanse Jane Doe* is twee jaar na dato naar de rechter gestapt voor een vermeende verkrachting door zeven schoolgenoten van de Cornell University in New York. In oktober 2024 zou Jane door de schoolgenoten zijn gedrogeerd en voor 7 uur zijn verkracht in een studentenhuis. De jongens, die aangeduid worden als ‘Cornell 7’, zijn wegens gebrek aan bewijs niet strafrechtelijk veroordeeld voor de vermeende verkrachting.

Heb jij seksueel geweld meegemaakt en wil je daarover praten? Centrum Seksueel Geweld biedt professionele hulp en is 24/7 bereikbaar via het telefoonnummer 0800 – 0188. Je kunt ook terecht bij Slachtofferhulp Nederland via 0900-0101.

*Jane Doe is een gefingeerde naam, haar identiteit wordt vanwege privacyredenen beschermd.

De zaak heeft, sinds de nieuwe ontwikkelingen, veel online aandacht gekregen. Vooral gezien het feit dat, volgens de advocaat van Doe, twee van de vermeende zeven daders, na melding bij de universiteit, werden geschorst. De vijf anderen kwamen weg met het schrijven van een essay en het volgen van workshops. Dit vinden talloze mensen online een te lage straf. De universiteit ontkent dat zij ‘slechts essays moesten schrijven.’ Veel mensen vinden dat Doe veel onrecht is aangedaan en nemen het voor haar op. Zo wordt bijvoorbeeld een poging gedaan haar identiteit te beschermen tegenover het grote publiek. Online zijn ook de namen en gezichten van de vermeende daders naar buiten gebracht.

New York vs. Nederland

Volgens strafrechtadvocaat Ivonne Leenhouwers zullen verkrachtingszaken altijd complexe zaken blijven. “Het lastige met het strafrecht is dat je wettelijk overtuigend bewijs moet hebben. Één enkele verklaring op zichzelf is niet genoeg.” In New York ligt dit zelfs nog een stukje complexer ten opzichte van de wetgeving in Nederland. Zo hoef je in Nederland alleen te bewijzen dat je seksueel contact hebt gehad, door een chatbericht of bepaalde lichamelijke gevolgen. Echter moet je in New York ook bewijzen dat je niet bekwaam was om toestemming te geven of dat het misbruik met dwang heeft plaatsgevonden. Leenhouwers stelt dat het erg lastig kan zijn om zulk bewijs aan te leveren. “Het gebeurt vaak wanneer er niemand anders bij is.”

Dit is ook wat de zaak van Doe lastig maakt. Er zijn verschillende bewijsstukken die de verkrachting aan kunnen tonen, maar het is nog de vraag of deze zullen leiden tot een vervolging. Zo zijn er screenshots van Snapchat gesprekken gelekt uit de groepsapp van de studentenvereniging Chi Phi. Waar de zeven vermeende daders ook in voorkomen. Hier worden verschillende teksten als ‘free pussy’ en ‘like, you can walk and whip it out.’ gedeeld, verwijzend naar Doe.

De kant van het slachtoffer

Wat nu als je hier geen gerechtigheid voor krijgt en je door moet met je leven? Sara Alaoui is Directeur van de Safe Space club en werkt dagelijks met slachtoffers. Ze geeft via schriftelijke reactie aan: “Dat kan ontzettend pijnlijk zijn. Iedereen reageert anders, wat we vaak zien is dat het gevoel van onrecht bijna een tweede laag bovenop het oorspronkelijke trauma kan worden.” 

Volgens Alaoui is een straf echter niet het enige wat de pijn voor een slachtoffer kan verzachten. “Het leed dat iemand is aangedaan, laat zich eigenlijk nauwelijks vertalen naar een aantal maanden of jaren gevangenisstraf. Het is daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar uitkomst van een strafzaak, maar ook naar hoe iemand gedurende en na dat proces wordt geleid.” Dit blijkt ook uit het feit dat Jane Doe de Cornell University aanklaagde omdat ze vindt dat de school haar niet genoeg heeft begeleid en gesteund in het proces. “Een veroordeling kan ontzettend belangrijk zijn, maar erkenning moet ook van binnenuit kunnen ontstaan; weten dat wat jou is aangedaan niet oké was.”

Tekortkomingen in het systeem

Volgens Alaoui is het erg belangrijk dat de bewijslast in de rechtsstaat altijd hoog op de prioriteitenlijst blijft staan. Echter vindt zij ook dat het systeem op een aantal punten tekort komt. “We verwachten nog te vaak dat slachtoffers zich aanpassen aan het systeem, in plaats van dat het systeem voldoende rekening houdt met wat seksueel geweld en trauma met iemand kunnen doen. Hoe iemand tijdens of na seksueel geweld reageert, past lang niet altijd bij het beeld dat we hebben van hoe een ‘slachtoffer’ zich zou moeten gedragen. Iemand kan bevriezen, meewerken, fragmentarisch herinneren.” Ook wordt het proces van het naar de rechter stappen voor een verkrachtingszaak voor veel slachtoffers als erg belastend ervaren. “We moeten garanderen dat iemand die seksueel geweld heeft meegemaakt niet vervolgens ook nog hoeft te vechten om serieus genomen, goed geïnformeerd en goed geholpen te worden.” 

Het is nog niet bekend wanneer de uitspraak volgt in de zaak van Jane Doe.

AI-agents brengen een enorm risico

Recent zag OpenAI af van het lanceren van GPT-6.1 Astra vanwege veiligheidsredenen. De AI-agent zou niet binnen grenzen en bevoegdheden blijven. Volgens AI-deskundig Stefan Leijnen zitten er risico’s aan AI-agents: “Die technologie doet soms niet controleerbare dingen.”

Het nieuwste model van ontwikkelaar OpenAI zal niet begin oktober worden gelanceerd. Volgens het bedrijf is Astra het slimste en best afgestemde model ter wereld. Het biedt bepaalde betalende gebruikers een AI-agent aan.

AI-agents

Wat een AI-agent precies is, legt Stefan Leijnen uit. “Een agent is computerprogramma die zelfstandig kan handelen. Het zijn slimme programma’s die veel taken kunnen uitvoeren zonder dat de mens mee hoeft te kijken. Het kan dus dingen besluiten en berekenen zonder dat mensen soms zelf begrijpen wat er precies gebeurt.” AI-agents gaan niet volledig zelf te werk, het is niet dat het een eigen wil heeft, het blijft in die zin een computer.

Risico

De agents blijken vrij krachtig. Zo kreeg een model tijdens interne trainingen en tests bij OpenAI de opdracht om informatie te verzamelen. Deze informatie ging over overheidsuitgaven aan medicijnen. Toen bepaalde informatie hierover niet direct beschikbaar was, ging het verder dan bedoeld. Het kreeg toegang tot achterliggende infrastructuur. De AI-agents probeerden hier zelfstandig beperkingen te omzeilen. Dit risico ziet Eltjo Poort, adviseur op het gebied van digitale architectuur en maatschappelijke aspecten van onder andere AI, ook ontstaan. “Het risico is het niet hebben van controle. Dat gebeurt nu dus op grote schaal bij de meest geavanceerde modellen.”

Stel een AI-agent zou op een website komen waar gevoelige informatie te vinden is, is het moeilijk te voorspellen wat het met de informatie gaat doen. Het kan beperkt blijven tot meekijken, het kan ook zijn dat er allerlei informatie op straat kom te liggen, maar het kan ook zijn dat een agent informatie gaat aanpassen. “Het is dan dus lastig dat je niet weet of die agents dat doen en hoe je ze tegen kan houden”, vertelt Stefan Leijnen. Ook Eltjo Poort ziet hier gevaar in. “Kwaadwillenden kunnen via agents allerlei zeer gevoelige informatie vinden, ze kunnen ook agentes misbruiken om een gevoelige website plat te leggen.”

EU AI Act

Op 1 augustus 2024 ging de EU AI Act (verordening artificiële intelligentie) in werking. Het hoofddoel hiervan was zorgen dat AI-systemen binnen de Europese Unie veilig en betrouwbaar zijn. Dat geeft volgens Eltjo Poort nog geen enkele garantie dat AI-agents zelf in bedwang kunnen worden gehouden. Dit soort modellen zijn autonoom en hebben bij interne trainingen laten zien dat ze soms beperkingen proberen te omzeilen om alsnog hun doel te halen. “Het is in de aard van die modellen ontzettend moeilijk om te garanderen dat ze bepaalde dingen niet zullen gaan doen. Daar moet je echt andere maatregelen voor nemen.”

Stand van Zaken: 40% van vrouwen financieel afhankelijk

40 procent van de vrouwen in Nederland is financieel afhankelijk van hun partner of de overheid. 40 procent! Dat getal is verassend groot. Waarom eigenlijk? Waar ligt dat nou precies aan en hoe kunnen we dat getal rechttrekken? Door samen het gesprek aan te gaan! En dat doen we vandaag met Marianne Bruijn, oprichter van The Female Fix! Benieuwd? Luister dan naar de derde aflevering van Stand Van Zaken!

In de podcast Stand Van Zaken gaan wij, Yva Voet, Sarah Sleeuwenhoek en Nora Jansen, iedere week in op nieuws dat jongeren aangaat. Van politiek tot fashion, economie tot media en sport tot buitenland, wij onderzoeken en bespreken wat de stand van zaken is. Veel luisterplezier!

Plopsa Run: ‘Ik voel me zorgeloos’

Myrthe Kooijinga (25) uit Oostburg is al druk bezig met de voorbereidingen op de Plopsa Run. In Plopsaland wordt op 7 november een uniek loopevent georganiseerd voor de Make-A-Wish Foundation. ‘Kinderen van Make-A-Wish hebben geen zorgeloze tijd en als ik door het rennen geld kan ophalen om hen een fijne dag te geven, doe ik dat heel graag’, aldus Myrthe.

Waar het begon

Bron: Myrthe Kooijinga

Myrthe werkt al 6 jaar als pedagogisch medewerker bij het kinderdagverblijf Zeeuws-Vlaanderen. Ze is dol op Plopsaland en alles wat met Studio 100 te maken heeft. ‘Ik ben ermee opgegroeid.’ Inmiddels heeft ze een jaarabonnement en gaat ze regelmatig naar het attractiepark, maar ook naar de optredens van K3. ‘Toen ik naar de middelbare school ging, heb ik K3 uit het oog verloren. Maar zodra het programma K2 zoekt K3 kwam, heb ik het hele avontuur gevolgd.’ Tijdens haar werk kan ze ongestoord muziek opzetten van Studio 100, niet alleen voor de kinderen maar ook voor zichzelf.

Myrthe legt uit dat ze zich fantastisch voelt wanneer ze naar muziek luistert. ‘Ik hoef dan even niet na te denken. Het lijkt alsof de wereld om ons heen even wegvalt.’ Gedurende het gesprek en de wandeling blijft er steeds één woord terugkomen: zorgeloos. In haar omgeving merkt ze soms dat mensen gek opkijken als zij naar deze muziek luistert of hoe vaak ze in Plopsaland te vinden is. ‘Mensen hebben vaak vooroordelen. Het is jammer dat zij deze niet opzij zetten en het gesprek met je aangaan.’

Trainingen

Bron: Myrthe Kooijinga

Ze is al even bezig met de voorbereidingen voor de run. Zelf rent ze 5 km, maar mensen kunnen ook 10 km rennen. Wanneer het lukt, rent Myrthe na haar werk een rondje. Rennen is niet altijd even makkelijk geweest voor Myrthe. Door het trainen in de sportschool is zij in totaal 30 kilo afgevallen en het hardlopen gaat steeds beter. ‘Het is bewijs voor mezelf dat ik wèl gewoon kan bewegen en de beste keuzes maak voor anderen, dus voor dat goede doel. Maar ook voor mezelf door deze run te doen.’

Een deel van de opbrengsten gaat naar de Make-A-Wish Foundation. Dit is een non-profitorganisatie die wensen voor kinderen met een levensbedreigende ziekte vervult. Aangezien ze met kinderen werkt, was dit een extra reden om haar voor de Plopsa Run op te geven. ‘Ik vind dat elk kind moet leven zonder zorgen en niet alleen voor één dag. Maar alle beetjes helpen en ik ben in de positie dat ik hieraan mee kan doen. Waarom zou ik dat dan niet doen?’ Tijdens het loopevent zullen er ook Studio 100-figuren langs het parcours zijn, samen met Gert Verhulst en zijn zoon Viktor.

Lang leve de bruine kroeg

0

Zaterdag 3 oktober vindt de vijfde editie van de Dag van de Bruine Kroeg plaats. De dag begon in Amsterdam en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk moment waarop de traditionele bruine kroeg centraal staat.

Ook in Tilburg is er aandacht voor het behoud van de bruine kroeg. Maar wat maakt een bruine kroeg zo belangrijk? En wat betekent zo’n plek voor de mensen die er komen? Wij gingen langs vijf Tilburgse bruine kroegen en vroegen het aan eigenaren, medewerkers en stamgasten.

Café Weemoed

Café Weemoed aan de Korte Heuvel bestaat sinds 1984 en werd opgericht door Willem van Gestel, ook bekend als Willem Weemoed. Sylvie en Woef zijn de huidige eigenaren van het café.

Voor Hans, barman bij Weemoed, draait een bruine kroeg vooral om: “Aan de bar hangen en lullen. Ouderwets lullen, schuine grappen.”

Rianneke, vaste stamgast bij Weemoed en De Troubadour, over wat de bruine kroeg haar biedt: “Een plek waar je kan ontspannen zonder veel herrie en veel gedoe.”

Burgemeester Jansen

Het pand aan de Piushaven werd in 1923 gebouwd als café en stond jarenlang bekend als Café Havenzicht. In 2005 kreeg het de naam Burgemeester Jansen, vernoemd naar oud-burgemeester Johannes F. Jansen.

Bij Burgemeester Jansen draait het volgens eigenaar Erwin om het huiskamergevoel: “Als je je gezicht een paar keer hebt laten zien, dan weten we je naam en we weten wat je lekker vindt. En dat is ja, dat huiskamergevoel.”

Café De Troubadour

Café De Troubadour aan de Sint Annastraat bestaat al sinds 1881 en is daarmee het oudste nog bestaande café van Tilburg. Rob Verbunt runt het café.

Rob (links), eigenaar van de Troubadour, over waarom de jeugd belangrijk is voor de bruine kroeg: “De bruine kroeg heeft het al heel moeilijk. En als de jeugd echt 100% weg blijft, ja, dan houdt het op op een gegeven moment.”

Joys en Erna, vrijwilligers bij De Troubadour, over de betrokkenheid van vaste gasten: “Een aantal gasten hebben besloten dat als onze Rob zou stoppen, dat we dit niet willen missen. Die hebben besloten om te investeren en hebben het pand gekocht.”

Kaffee ’t Buitenbeentje

In 1981 opende Con Diks Kaffee ’t Buitenbeentje aan de Korte Heuvel. Na ruim 42 jaar droeg hij het café in 2024 over aan Cas van der Ven en Koen Reijnen, die al jaren in het café werkten.

Kayleigh, barvrouw bij Kaffee ’t Buitenbeentje, over wat de kroeg bijzonder maakt: “Ik denk de vaste gasten. Dat je altijd een beetje een clubje hebt die er altijd zijn. En het huiselijke gevoel ook.”

Café Kandinsky

Het pand aan de Telegraafstraat werd rond 1900 gebouwd en stond jarenlang bekend als Café De Post. In 1992 werd het Café Kandinsky, een bruin speciaalbiercafé.

Kevin, eigenaar van Café Kandinsky, over de toekomst van de bruine kroeg: “Ik hoop dat het belangrijk blijft voor de komende generaties, want er verdwijnen er steeds meer.”

Van Netflix naar het podium: een avond bij Baby Reindeer in Tilburg

Een bijna volle zaal en een verhaal dat veel bezoekers al kennen. In Schouwburg Concertzaal Tilburg speelt Thijs van de Meeberg de eerste try-out van Baby Reindeer. Voor veel mensen begon het verhaal bij de gelijknamige Netflixserie. Nu zien ze het terug als een one-man-show, waarin Van de Meeberg in zijn eentje het hele verhaal op het podium vertelt.

Voor aanvang loopt de kleine zaal vol met bezoekers van verschillende leeftijden. In de gesprekken met hen komt Netflix vaak ter sprake. Bijna iedereen die we spreken heeft de serie gezien en is daardoor benieuwd naar de theaterversie. Vooral de vraag hoe je een verhaal van meerdere afleveringen in je eentje op het podium vertelt, maakt nieuwsgierig.

Niet iedereen kent de serie. Een stel komt vooral voor Van de Meeberg, die ze eerder al tijdens Theaterfestival Boulevard in Den Bosch wilden zien. Van Baby Reindeer weten ze vooraf alleen dat het over stalking gaat. Het grootste deel van het publiek gaat met een open kijk zometeen de zaal in, vertellen ze.

Alleen op het podium
Als de lichten dimmen, is het decor nog eenvoudig. Een kapstok en ondersteboven hangende glazen roepen het beeld van een bar op. Een videoscherm dat later onderdeel wordt van het decor ontbreekt tijdens deze eerste try-out nog. Af en toe klinkt er wat ongemakkelijk gelach door de absurdheid van wat er op het podium afspeelt. Tegelijkertijd behandelt het verhaal zware onderwerpen, zoals stalking en seksueel misbruik. Voor Van de Meeberg is het daarom belangrijk om goed te blijven aanvoelen wat er in de zaal gebeurt.

“Het moeilijkste is om tegelijkertijd bij jezelf te blijven en bij het publiek te blijven”, vertelt hij na afloop. Zelf bepaalt hij het tempo, maar uiteindelijk is het volgens hem belangrijker dat de zaal bij het verhaal blijft. “Dat de mensen blijven zitten is al een goed teken” vertelt hij lachend.

Dat is voor hem anders dan bij cabaret, waar hij normaal mee op het podium staat. Baby Reindeer is zijn eerste toneelmonoloog. “Bij cabaret hoor je gewoon meteen of het aangekomen is of niet. Of men lacht of stil blijft.” Bij toneel moet hij er meer op vertrouwen dat zijn verhaal aankomt. Een ingewikkeld geheim om een zaal geboeid te houden heeft hij niet. “Je moet het zelf leuk vinden. En het moet waar zijn, denk ik, wat je vertelt.”

Van Netflix terug naar het theater
Hoewel veel bezoekers Baby Reindeer kennen van Netflix, begon het verhaal juist in het theater. De Schotse Richard Gadd schreef de monoloog op basis van zijn eigen ervaringen. Pas later volgde de nu bekende serie waar in Gadd ook zelf zijn verhaal vertolkt.

Van de Meeberg kwam via vriend en collega Patrick Nederkoorn bij het stuk terecht. Nederkoorn ontdekte het oorspronkelijke script en wilde het vertalen, maar zocht iemand anders om het te spelen. Van de Meeberg zag die samenwerking meteen zitten. “De eerlijkheid is dat ik het niet zelf heb bedacht.” De voorbereiding begon voor hem al in mei. Vijf dagen per week leerde hij ongeveer anderhalf uur tekst. Daarna volgde een korte versie tijdens Theaterfestival Boulevard en nog ongeveer vierenhalve week fulltime repeteren. “Ja, nee, het is gewoon werk.”

De eerste ’try-out’ in Tilburg
Na de eerste try-out is de voorstelling nog niet helemaal af. Vooral aan het tempo, ritme en de samenwerking met de techniek wordt nog gewerkt. De avond in Tilburg werd opgenomen, zodat de regisseur kan terugkijken welke stukken bijvoorbeeld korter of sneller moeten. Een projectie die het hele decor bedekt staat ook nog op de planning. Dit om nog een extra laag te geven aan de beleving van de kijker.

“Het gaat wel om puntjes op de i, maar wel heel veel verschillende i’s”, zegt Van de Meeberg.

Daarvoor zijn juist de try-outs belangrijk. In een repetitieruimte kan veel worden voorbereid, maar pas met mensen in de zaal merkt Van de Meeberg hoe het verhaal daadwerkelijk overkomt.

“Theater ontstaat toch echt met het publiek. Dus hier pas kan je het optimaliseren, in de zaal.”

Buitenland weer in trek onder Nederlandse studenten: “Je gaat buiten je comfortzone” 

0

Volgens de cijfers van het CBS hebben 24 procent van de afgestudeerde HBO en WO studenten in het studiejaar 2024/2025 buitenlandervaring gehad. Vier jaar eerder was dat bij een verblijf van minimaal drie maanden nog 10,8 procent. Spanje blijft een van de populaire bestemmingen. Voor studenten als Mees de Visser en Jaap de Koning is een verblijf in Spanje niet alleen een persoonlijke voorkeur, maar ook onderdeel van hun opleiding.

Dat opleidingen studenten steeds meer in deze hoek sturen, blijkt ook uit het onderzoek Grenzeloos studeren van Nuffic. Hogescholen en universiteiten bieden volgens de organisatie steeds meer mogelijkheden voor een buitenlandse stage, minor of uitwisselingen. Mees, student International business, hoefde daardoor niet lang na te denken over zijn buitenlandervaring. “Het was ook verplicht om te doen van mijn opleiding”, vertelt hij. De student koos bewust voor Spanje: “ik heb vooral Spanje gekozen, omdat mijn extra taal op school Spaans is.” Ook Jaap, die International Business studeert aan Avans in Breda, moest voor zijn opleiding naar het buitenland. Hij loopt momenteel stage in Spanje, waar hij tijdens een tussenjaar al acht maanden woonde.

Spanje erg populair

Voor vele studenten is Spanje de ideale plek om deze schooltijd door te brengen. Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs, vertelt dat dit aan meerdere aspecten ligt. “Voor veel studenten speelt mee dat Spaans een populaire taal is om te leren, het Spaanse weer, de aantrekkelijke steden en de Spaanse cultuur spreken tot de verbeelding bij veel mensen,” aldus de organisatie. Dit is ook herkenbaar voor Jaap: “sinds jongs af aan luister ik al naar Spaanse muziek,” zegt hij. Volgens Nuffic zijn de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ook erg populair, zij vormen samen met Spanje de top 3. 

Waarom niet gewoon in Nederland?

Het studeren in het buitenland zorgt niet alleen voor verbeteringen op schoolgebied maar ook je eigen ontwikkeling gaat erop vooruit. “Je kan niet even snel naar de Jumbo of Albert Heijn en je moet je ook aanpassen aan taal en cultuur” vertelt Jaap. Ook zijn zelfstandigheid verbetert, “Als ik in Nederland stage was gaan lopen was ik waarschijnlijk thuis blijven wonen en had ik dus niet geleerd om elke dag helemaal op jezelf te zijn aangericht”.  Toch is volgens Tilburg University er niet meer kans op een baan, “In een vergelijkbare studie die we in Nederland hebben uitgevoerd, hebben we dit effect niet kunnen vaststellen. Bovendien hebben we geen empirisch bewijs gevonden dat afgestudeerden in Nederland sneller een baan vinden wanneer ze in het buitenland hebben gestudeerd.”

Wat levert het op?

Volgens het CBS levert een buitenlandervaring studenten vooral nieuwe kennis en vaardigheden op. Zo zegt 42 procentmeer kennis te hebben gekregen van de eigen en andere culturen. 41 Procent noemt een verbetering van de zelfstandigheden en ook 41 procent zegt meer kennis over eigen vakgebied te hebben opgedaan. Daarnaast geeft 31 procent aan dat de taalvaardigheid is verbeterd. Mees herkent die ontwikkeling: “Je leert om voor jezelf te zorgen en je bouwt discipline op om elke dag toch weer alles eruit te halen wat je kan doen in de korte tijd dat je hier bent.” Volgens Nuffic kunnen studenten daarnaast meer vertrouwen krijgen en beter leren samenwerken met mensen uit verschillende culturele achtergronden. 

Niet voor iedereen vanzelfsprekend 

Terwijl de Nederlandse studenten in het buitenland stijgt, is het niet voor iedereen weggelegd. Uit onderzoek van Nuffic blijkt het financiële plaatje een belangrijke drempel te zijn. Van de studenten die wel naar het buitenland wilden maar uiteindelijk niet gingen, gaf 40,9 procent van de hbo’ers en 33,7 procent van de wo’ers geld als reden. Ook omgeving speelt een rol, Zo vertelde 15,5 procent van de hbo-afgestudeerden dat ze niemand kenden die eerder naar het buitenland was geweest. Bij wo-afgestudeerden was dat 7,5 procent. Ook verplichtingen zoals werk of zorg voor familie kunnen een buitenlandervaring moeilijker maken. Daarmee wordt een verblijf in het buitenland steeds gebruikelijker binnen het hoger onderwijs, maar blijkt uit het onderzoek van Nuffic dat niet iedere student dezelfde uitgangspositie heeft om daadwerkelijk te gaan. 

Popronde, je bent er

De Popronde streek op donderdag 1 oktober neer in Tilburg. Het grootste rondreizende muziekfestival van Nederland is dit jaar toe aan de 32e editie. Op verschillende plekken in de stad kregen opkomende acts de kans om zich aan een nieuw publiek te laten zien, van cafés tot poppodia. Wij legden vijf acts uit het begin van de avond vast.

Maxime

Nederlandstalige indiepop. Waar klassieke elementen zoals de akoestische gitaar, piano en veelstemmigheid samenkomen met elektronische invloeden. Maxime trad op in De Bierbrigadier, waar zij liedjes zong over haar liefdesleven en andere levenservaringen.

Doris Vosters

Doris Vosters trad op in DEES. Zij maakt soulpop en is geïnspireerd door artiesten als Jordan Rakel en Olivia Dean. Haar muziek is een mix van livesound en elektronische elementen.

GIB

Artiest Gib komt uit Rotterdam en trad op in de KiloKilo Vintage. Hij combineert zijn energie met emoties en speelse knipogen en creëert daarmee een unieke sound.

Calis Nyarko 

Calis Nyarko maakt house met een gospel-twist. Hij staat bekend om zijn unieke vermogen om het zielvolle element van gospel te combineren met de dynamische energie van elektronische muziek. Hij combineert live-instrumenten zoals de saxofoon, het drumpad en het keyboard samen met dynamische elektronische producties.

Igor

Zanger en rapper Igor combineert in zijn muziek hiphop, jazz, klassiek, soul en elektronische muziek. Live zet hij zijn liedjes om naar een energieke show met een compacte opstelling, geïnspireerd door Lander & Adriaan, Domi & JD Beck.

De dansvloer is voor iedereen: vijf weken gratis dansles in hartje Tilburg.

0

Sporten moet toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor mensen die wat minder te besteden hebben. Daarom werken Fontys en Quiet Tilburg samen om een keer per jaar, vijf weken lang, gratis dansles te geven aan iedereen die mee wil doen. Tweede jaars dans studenten geven in duo’s iedere week twee verschillende lessen in verschillende stijlen. Tijdens een van de lessen is te zien hoe deelnemers, met of zonder danservaring, samen de dansvloer opgaan. De studenten staan niet alleen voor de groep als docent, maar doen tegelijkertijd praktijkervaring op voor hun opleiding en stage.

Een sportseizoen kost meer dan je denkt: ‘Een paar honderd euro is veel geld’

0

Sporten kost jongeren meer dan alleen de contributie. Nieuwe schoenen, kleding, materiaal en wedstrijden kunnen de kosten gedurende het jaar flink laten oplopen. Voor gezinnen die weinig te besteden hebben, kan dat volgens het Jeugdfonds Sport & Cultuur een duidelijke drempel zijn.

De contributie is pas het begin

Bij Sportpiazza kost een 52-wekenabonnement €9,49 per week. Studenten krijgen 10 procent korting op het basisabonnement. Voor groepslessen en E-gym moet extra worden betaald. Sportpiazza laat weten dat de prijzen ook ongeveer eens per twee jaar met vijf procent worden verhoogd.

Ook bij andere sporten stapelen de kosten zich op. Een 21-jarige voetballer van VVOR betaalt €290 contributie en geeft daarnaast ongeveer €250 per jaar uit aan voetbalshirts. Een 20-jarige voetballer van RPC Eindhoven kocht dit seizoen voor €100 nieuwe schoenen. Bij hockey betaalt een 20-jarige speelster van HC Mierlo €262,50 contributie en ook nog eens €85 voor zaalhockey. Dit jaar kwam daar een hockeystick van €200 bij.

De contributie is daarmee vaak maar het begin. Gedurende het seizoen komen daar steeds nieuwe uitgaven bij, zoals kleding, schoenen, materiaal en reiskosten.

Voor sommige gezinnen is sporten te duur

Volgens het Jeugdfonds Sport & Cultuur Brabant zijn de kosten van sport voor sommige gezinnen een duidelijke drempel. “Een paar honderd euro is veel geld”, zegt een medewerker van het fonds. Vooral de contributie of het lidmaatschap kan volgens het fonds ervoor zorgen dat een kind niet gaat sporten. Ook schoenen en andere sportmaterialen spelen een rol.

Het probleem is volgens het Jeugdfonds niet tijdelijk. “Het is een heel hardnekkig probleem.” Uit het jaarverslag en jaaroverzicht 2025 blijkt dat het fonds duizenden kinderen ondersteunt om mee te kunnen doen aan sport en cultuur. De organisatie ziet daarbij geen duidelijke stijging of daling in de hulpvraag.

Voetbal het vaakst aangevraagd

Voetbal komt het vaakst voor in de aanvragen bij het Jeugdfonds, gevolgd door onder meer zwemmen en dansen. In Brabant helpt het fonds jaarlijks ongeveer 3.000 kinderen, door heel Nederland zijn dit 80.000 vertelde hij ons.

De voorbeelden van jongeren laten zien waarom alleen naar de contributie kijken een onvolledig beeld geeft. Een voetballer kan honderden euro’s kwijt zijn aan kleding en schoenen, terwijl een hockeyer bijvoorbeeld een dure stick nodig heeft. Voor gezinnen met weinig financiële ruimte kunnen juist die kosten het verschil maken.