Home Blog Pagina 2

Lees hier terug over Prinsjesdag

Prinsjesdag 2026 bij Ey!Daily
Welkom bij dit liveblog! Onze verslaggevers zijn onderweg naar Den Haag om de ontwikkelingen bij te houden voor studenten en starters. Volg het laatste nieuws hier bij Ey!Daily.
Vandaag volgen onder andere de protestacties, de Glazen Koets en de balkonscène.

Film over dementie maakt veel los bij het publiek

Wereld Alzheimer dag, hoewel de officiële datum 21 september is, stond buurthuis Jeruzalem in Tilburg er afgelopen donderdag al bij stil. GeheugenInfopunt organiseert het hele jaar door diverse activiteiten. De hele maand September staat voor hen in het teken van dementie en zij organiseren daarom meer activiteiten. Donderdag stond er een filmavond op de planning. De film in kwestie? De Terugreis, geschreven door Marijn de Wit en geregisseerd door Jelle de Jong. Na afloop werden ervaringen gedeeld en vragen gesteld. Het publiek kreeg tools mee, die zij in de praktijk konden toepassen bij mensen de dementie hebben.

In het onderstaande item hoor je Mia Vugts, dementieconsulent en één van de organisatoren van de filmavond. Zij verteld meer over dementie en waarom dit werk voor haar zo belangrijk is.

Geen klik, maar naar de winkel: het streetwearmerk zonder webshop 

Streetwearmerk Aiche opende afgelopen week de Amsterdam Fashion Week. Het in 2019 opgerichte Amsterdamse merk door jeugdvrienden Milki Abadura en Tim Sluijter heeft geen eigen webshop. Wie kleding van het merk wil kopen, moet ervoor naar een fysiek verkooppunt, zoals Coef of De Bijenkorf. Dit is opvallend in een tijd waarin online kleding kopen steeds populairder wordt. Wat kunnen de redenen zijn voor de keuze van Aiche om geen webshop te hebben? En heeft dit voor- of nadelen?  

Volgens Paul te Grotenhuis, retail deskundige bij INretail, is de keuze van Aiche opvallend, maar het kan ook juist bijdragen aan de positionering van het merk. De laatste jaren is online verkoop sterk gegroeid. “Niet alleen jongeren maar zelfs mijn vader van 90 koopt zijn broeken online.” Het gemak speelt hierbij een belangrijke rol: online winkels zijn 24/7 toegankelijk.  

Toch is er volgens Te Grotenhuis ook ruimte voor een tegenbeweging. Wanneer een merk er bewust voor kiest niet online verkrijgbaar te zijn, kan dit zorgen voor exclusiviteit. Wanneer een product maar beperkt te verkrijgen is, kan er schaarste ontstaan. Consumenten willen hierdoor sneller een product kopen omdat ze niet zeker weten of het later nog beschikbaar zal zijn. “Ook kan het klantencontact belangrijk zijn, klanten hechten waarde aan het krijgen van goed advies met een kopje koffie.” 

Praktische gevolgen 

Geen webshop hebben kan naast de strategische keuzes ook praktische voordelen hebben. Een online verkoopkanaal hebben kan extra werkzaamheden hebben en brengt kosten met zich mee volgens Te Grotenhuis. Bestellingen moeten worden opgestuurd en teruggestuurde kleding moet opnieuw worden verwerkt waardoor discussies kunnen ontstaan over bijvoorbeeld de staat waarin een kledingstuk teruggestuurd wordt.  

Voor zo een verkoopkanaal zijn kosten en tijd nodig. Het kan dus een bewuste keuze zijn om zich op een kanaal te richten. Volgens Te Grotenhuis betekent het niet hebben van een webshop niet per se dat een merk klanten misloopt. Een merk kan volgens hem zo gericht kiezen voor publiek dat ze de mensen die niet tot de doelgroep behoren zo veel mogelijk buiten de deur houden. Hierdoor kan het merk zich volledig richten op zijn fysieke concept en hoeft het niet bezig te zijn met meerdere verkoopkanalen te onderhouden. 

Volgens Ingrid Ploegmakers, gespecialiseerde in ontwikkeling van winkelgebieden en retail, zijn fysieke winkels nog altijd belangrijk. Zij zegt dat het overgrote deel van retail aankopen nog steeds via fysieke winkels gaat. Dit komt volgens Ploegmakers omdat consumenten niet alleen naar een winkel gaat om iets te kopen, maar ook echt voor de ervaring eromheen.  

Het is voor een merk wel belangrijk dat het online zichtbaar blijft; “je moet wel vindbaar zijn, maar dat wil niet zeggen dat je per se een webshop moet hebben.” zegt Ploegmakers. Volgens haar kan een merk met marketing en sociale media bekendheid opbouwen en hoeft dit niet te betekenen dat je de producten ook echt online moet verkopen. Consumenten kunnen juist nieuwsgierig worden en naar de fysieke winkels gaan. Volgens Ploegmakers zitten hier wel voorwaarden aan. Een fysieke winkel moet wel iets extra’s te bieden hebben aan het consument en ook de plek waar de vestiging van de winkel is speelt een rol. Retailers kiezen volgens haar bewust voor bepaalde plekken omdat die passen bij de doelgroep die daar komt of bij hun imago. 

De kracht van het hebben van een fysieke winkel 

Volgens Ploegmakers speelt beleving een hele belangrijke rol en moet het winkelgebied echt aantrekkelijk zijn bij fysieke winkels. Ze noemt het sociale aspect van winkelen. Mensen gaan bijvoorbeeld naar het centrum om iets te drinken met vrienden en combineren dat vaak met winkelen. Dit betekent niet dat fysieke winkels alleen maar belangrijker gaan worden. Het aantal fysieke winkels neemt alleen maar af. Gemeenten zijn daarom bezig met het aantrekkelijker maken en herontwikkelen van winkelgebieden. Er zijn in Nederland nog steeds meer winkels dan er vraag naar is vanuit consumenten volgens Ploegmakers. Wel blijft er behoefte aan fysieke winkels, sommige producten wil je eerst kunnen voelen of bekijken voordat je ze koopt.  

De keerzijde  

Dat het merk geen webshop heeft, betekent niet dat iedereen daar blij mee is. Bij Coef, waar Aiche wordt verkocht, blijkt dat de merkbeleving niet anders is dan bij andere merken. De medewerkers geven aan dat ze bij Coef altijd persoonlijk in het contact zijn met klanten. Ook ervaren klanten weinig verschil, de persoonlijke benadering hoort volgens hen bij de winkel zelf en is niet specifiek gekoppeld aan Aiche.  

Wel vinden sommige klanten het jammer dat Aiche geen webshop heeft. Een klant geeft aan dat dit lastig kan zijn wanneer je niet gelijk kunt beslissen of je een kledingitem wilt kopen. Het is dan namelijk niet online te krijgen waardoor het moeilijker wordt om er later alsnog aan te komen.  

Fysiek, in een digitale wereld 

Ondanks de groei van online webshops wordt verwacht dat fysieke winkels belangrijk blijven volgens Te Grotenhuis. Volgens hem gaan mensen niet alleen naar een winkel om iets te kopen. Ze bezoeken centra ook om mensen te ontmoeten, koffie te drinken, rond te struinen en te recreëren. Het ontbreken van een webshop hoeft voor een merk dus niet automatisch een probleem te zijn volgens Ploegmakers. Hij geeft aan dat merken wel online zichtbaar kunnen zijn en dan toch alleen fysiek hun producten te verkopen. Door de combinatie van online zichtbaarheid en fysieke verkoop kan een consument het merk online leren kennen en het daarna naar een winkel te gaan om het te kopen.  

Tegelijkertijd laat de reactie van de klanten bij Coef zien dat het niet voor iedereen handig is. Wanneer iemand nog twijfelt in de winkel, is het daarna niet eenvoudig te bestellen via de webshop. 

Aiche laat zien dat online zichtbaarheid en online verkoop niet hetzelfde hoeven te zijn. Het streetwearmerk kiest ervoor om de verkoop fysiek te houden, terwijl het wel online zichtbaar is. Dit kan voordelen hebben, zoals persoonlijk contact en een gerichte doelgroep, maar het maakt het ook moeilijker voor consumenten om aan een product te komen. 

Weet jij wat je maximaal mag betalen voor je studentenkamer?

0

Een kamer vinden in Tilburg is lastig. Maar als je er eindelijk één hebt gevonden, weet je dan ook of de huurprijs klopt? Een Tilburgse student stond op het punt een kamer te huren voor 520 euro per maand, totdat ze ontdekte dat er mogelijk iets niet klopte. In deze audio-productie kijken we naar de regels achter de huurprijs van studentenkamers, de cijfers van de Huurcommissie in Tilburg en vooral: hoe kom je er zelf achter of je te veel betaalt?

Kastanjes zorgen voor gladde fietspaden in Tilburg: gemeente ruimt alleen na melding

0

Tilburgse fietsers moeten in de herfst extra opletten op kastanjes op de weg. Op verschillende plekken in de stad liggen grote hoeveelheden kastanjes op fietspaden en stoepen. Vooral wanneer de vruchten nat worden door regen, kunnen ze glad worden en zorgen voor gevaarlijke situaties voor fietsers. De gemeente Tilburg ruimt de kastanjes niet standaard extra op, maar vraagt inwoners om een melding te maken wanneer de overlast te groot wordt.

Een omwonende ziet de gevolgen van de kastanjes dagelijks. “Ja, ik ga hier echt dagelijks bijna onderuit en zie het ook dagelijks gebeuren. Ik loop nu maar een stukje om dat te voorkomen”, vertelt de bewoner. Volgens de omwonende liggen er regelmatig zoveel kastanjes op de route dat uitwijken lastig is. Vooral na een regenbui worden de vruchten glad, waardoor fietsers minder grip hebben op het wegdek.

De kastanjes vallen ieder jaar in de herfst uit de bomen. Toch voert de gemeente Tilburg in deze periode geen extra veegbeurten uit bovenop de normale schoonmaakplanning. Volgens de gemeente is daar onvoldoende capaciteit voor. Inwoners kunnen wel een melding maken wanneer zij een onveilige situatie door de kastanjes tegenkomen. De gemeente bekijkt vervolgens wat er op die locatie kan worden gedaan.

Daarmee is het afhankelijk van meldingen van inwoners wanneer een locatie extra aandacht krijgt. De gemeente kan volgens haar eigen planning niet alle plekken waar kastanjes vallen preventief vaker schoonmaken. Voor fietsers op drukke fietsroutes kan dat betekenen dat de kastanjes blijven liggen totdat iemand de situatie meldt.

De overlast speelt vooral in de herfst, wanneer de kastanjes uit de bomen vallen en regen de vruchten en het wegdek glad kan maken. Voor inwoners die dagelijks dezelfde route fietsen, kan het daardoor een terugkerend probleem zijn. De gemeente blijft vooralsnog bij de reguliere veegplanning en grijpt bij specifieke overlast in na een melding.

Keert het extreem dunne schoonheidsideaal terug?

0

Op rode lopers, in campagnes en op sociale media valt één ding steeds vaker op: extreem slanke lichamen lijken opnieuw het schoonheidsideaal te bepalen. Waar Hollywood jarenlang werd bekritiseerd om zijn onrealistische schoonheidsstandaard en body positivity juist steeds belangrijker werd, lijkt het silhouet van de jaren negentig opnieuw terrein te winnen.

Ariana Grande, Jenna Ortega, Selena Gomez en Demi Moore: op TikTok wordt volop besproken hoe dun sommige celebrities zijn geworden. Hollywood lijkt niet meer te eten, wordt er op sociale media gezegd. Maar is dit echt een nieuwe bodytrend?

Heroin chic

De afgelopen jaren kwamen Y2K-trends weer terug en daarmee ook de extreem dunne uitstraling van de jaren negentig: heroin chic. Deze look werd gekenmerkt door extreem dunne modellen, een bleke en vermoeide uitstraling en een magere lichaamsbouw. Kate Moss werd het gezicht van deze trend.

Vogue Nederland schreef in 2023 al over de comeback van de trend. Volgens het tijdschrift waren graatmagere modellen opnieuw opvallend aanwezig op catwalks. Toch betekent dit niet dat de volledige heroin-chicstijl terug is. Tijdens de recente Amsterdam Fashion Week waren opnieuw veel dunne modellen te zien, maar de typische ‘ongezonde’ uitstraling van de jaren negentig was daar niet duidelijk aanwezig.

Na de jaren negentig veranderde het schoonheidsideaal juist. Body positivity, plus-size modellen en meer diversiteit werden steeds belangrijker. Op sociale media kwamen vrouwen in beeld die niet voldeden aan het traditionele catwalkbeeld.

Hollywood en de catwalk

Ook in Hollywood lijkt dun weer populair. Kim Kardashian viel in 2022 in korte tijd flink af om in de iconische jurk van Marilyn Monroe te passen tijdens het Met Gala. Tegelijkertijd zijn trends als minirokken en baby-T-shirts weer populair. Maar wat vooral opvalt is dat de bekende celebrities zoals Ariana Grande en Jenna Ortega echt extreem dun lijken te zijn.

Maar het gaat niet alleen om Hollywood. Uit recente cijfers van Vogue Nederland blijkt dat de modewereld nog altijd sterk gericht is op dunne lichamen. Tijdens de herfst/wintershows van 2026 werden 7.817 modellen in New York, Londen, Milaan en Parijs onderzocht. Slechts 2,1 procent van de looks werd gedragen door modellen met maat 36 tot en met 42 en maar 0,3 procent door modellen met maat 44 of groter.

Zo noemt Ciarah Vrolijk (22), voormalig model, dat in haar modellenwereld nog steeds streng wordt gekeken naar maat 34 tot 36. Volgens haar val je als model al snel tussen de categorieën te dik voor de dunne modellen, maar te dun voor plus-size.

Ozempic

Daar komt de populariteit van afslankmedicatie nog bij. Ozempic is oorspronkelijk bedoeld voor mensen met diabetes type 2, maar wordt ozempic steeds meer gebruikt voor afvallen aangezien je er minder honger van krijgt en sneller vol van zit.

Volgens cijfers van Independer kwamen er tussen 2020 en 2024 ruim 90.000 nieuwe gebruikers van semaglutide middelen bij, waarvan Ozempic de bekendste is. Dat betekent niet dat al deze mensen het medicijn gebruiken om af te vallen, maar het laat wel zien dat het gebruik sterk is toegenomen.

Afvallen lijkt daardoor steeds minder alleen te draaien om sporten en voeding. Met medicijnen kan de eetlust worden verminderd en kan afvallen makkelijker worden. Juist op een moment waarop het extreem dunne lichaam opnieuw veel zichtbaarheid krijgt.

Zijn we terug bij het dunne ideaal?

Op sociale media lijkt het soms alsof we juist een andere kant op zijn gegaan. Body positivity en inclusiviteit zijn zichtbaarder dan ooit. Toch laten de cijfers uit de modewereld een ander beeld zien.

Het extreem dunne schoonheidsideaal uit de jaren negentig is misschien niet letterlijk terug. De bleke huid en vermoeide ‘heroin chic’uitstraling zien we niet overal terug. Maar het idee dat dun zijn mooi is, lijkt nog steeds aanwezig.

Misschien is het ideaal dus niet verdwenen, maar alleen van vorm veranderd. Terwijl we op sociale media steeds vaker horen dat ieder lichaam goed is zoals het is, blijven dunne lichamen in de modewereld en onder celebrities veel zichtbaarheid krijgen. En met de groeiende populariteit van afslankmedicatie lijkt de wens om dun te zijn allesbehalve verdwenen.

Minder FOMO meer JOMO? Waarom bewust thuisblijven niet altijd gelukkig maakt

Op sociale media lijkt iedereen een droomvakantie te beleven. Terwijl je door de eindeloze hoeveelheid zonnige zomerfoto’s scrolt, kan het soms voelen alsof jij iets mist. Oftewel, je hebt FOMO: Fear of Missing Out. Maar de afgelopen zomer kozen steeds meer reizigers juist voor het tegenovergestelde: een JOMO-vakantie, Joy of Missing Out.

Feestjes, drukke vakantieplekken en overvolle reisprogramma’s werden door reizigers bewust overgeslagen voor een zo rustig mogelijke vakantie. Uit een onderzoek van Global Rescue blijkt dat 66% van de ondervraagde reizigers meer intresse heeft in het vermijden van drukke toeristische bestemmingen dan een jaar eerder. Dat schrijft Euronews in 2026. Nu deze opkomende reistrend steeds meer als een bewuste levenshouding wordt gezien, is het maar de vraag of deze mentaliteit daadwerkelijk goed voor ons is, of dat er ook een keerzijde aan zit. (Euronews, 2026; EL PAÍS, 2026). Psycholoog Jacqueline de Wit wijst erop dat de reden achter iemands gedrag hierbij belangrijk is.

Bewust skippen

De JOMO-mentaliteit houdt in dat je bewust sociale activiteiten overslaat en je telefoon weglegt, zonder je daar schuldig over te voelen. Je kiest voor je eigen onafhankelijkheid en rust, zonder dat je angstig bent om belangrijke momenten te missen. Je plant minder, gaat niet naar alle feestjes en bent niet continu bezig met wat iedereen op sociale media uitspookt. Het gaat er ook over dat je jouw leven niet constant vergelijkt met dat van anderen en dat je tevreden bent met hoe je nu leeft. (De Nieuwe Reporter, 2023)

Het tegenovergestelde van FOMO dus, waarbij je ook niet aanwezig bent bij een gebeurtenis, maar er juist gestrest en zelfs angstig van wordt.

JOMO onder de loep

De afgelopen jaren zijn er verschillende onderzoeken gedaan rondom de JOMO-mentaliteit. De resultaten zijn gemengd. Onderzoekers van de Universiteit van Lissabon ontdekten in 2026 dat een JOMO-mindset mensen kan helpen hun socialemediagebruik beter te reguleren. Mensen die een JOMO-mindset aannamen, ervaarden gezondere digitale gewoontes en meer vrijheid in het gebruik van technologie. Ook bleek JOMO het handelen vanuit persoonlijke waarden en authenticiteit te versterken.

Wat wel belangrijk is om te bedenken, is dat dit niet betekent dat de JOMO-mentaliteit je gelukkig maakt. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de mensen die positieve resultaten ervaarden, van zichzelf al makkelijker afstand kunnen nemen van sociale media en sociale activiteiten. Onderzoek laat bijvoorbeeld ook zien dat mensen die meer JOMO ervaren, ook meer psychologisch welzijn rapporteren (Gazit et al., 2026).

Sociale angst en eenzaamheid

Onderzoekers verbonden aan Washington State University, Colorado State University en University of North Carolina at Greensboro in de Verenigde Staten onderzochten in 2023 de relatie tussen JOMO, sociale-mediagebruik, sociale angst, eenzaamheid en mentale gezondheid. Uit dit onderzoek blijkt dat de mensen die aangaven dat ze zich vaker terugtrokken of niet deelnamen aan sociale activiteiten, ook meer spanning en ongemak ervaarden in sociale situaties. Dit zegt niet dat door een JOMO-mentaliteit aan te nemen, mensen geïsoleerd raken of sociale angst krijgen (Barry et al., 2023).

JOMO is dus niet simpelweg “goed voor de mentale gezondheid”. De reden waarom iemand een activiteit overslaat, maakt daarbij uit. Jacqueline de Wit legt uit dat het belangrijk is om te weten waarom iemand iets wel of niet doet, bijvoorbeeld om te kunnen bepalen of FOMO of JOMO problematisch is. Er is een verschil tussen iemand die bewust ervoor kiest om af en toe een sociale activiteit over te slaan om tot rust te komen en nieuwe energie op te doen, en iemand die bewust sociale situaties vermijdt vanwege sociale angst of ongemak (Barry et al., 2023).

AI-topmannen maken zich zorgen over toekomst

0

Waarschuwingen uit de AI wereld worden steeds prominenter, net zoals de rol die AI in ons dagelijks leven speelt. Verschillende AI prominenten waarschuwen dat de technologie op dit tempo de mens ontgroeid, maar hoeveel is daarvan waar? Vanaf welk punt moeten we ons zorgen gaan maken? “Nu” is het antwoord van Boris Leenaars, AI expert.

In een essay geschreven door Dario Amodei, die onderschreven is door andere Westerse AI grootmachten zoals Sam Altman (ChatGPT) staat een groeiende zorg over de exponentiële snelheid waarmee kunstmatige intelligentie zich ontwikkeld. Amodei verteld in de essay over zijn steeds zorgelijker wordende blik op de mogelijke risico’s die AI kan vormen met de huidige vooruitgang. Vele maken zich zorgen of AI niet zo snel ontwikkeld, dat wij de redenering achter de keuzes die AI kan maken niet meer begrijpen. “Ze kunnen zoveel in zo’n korte tijd. AI doet iets in 15 minuten waar vervolgens 100 mensen overheen moeten kijken om het te analyseren.” Verteld Leenaars.

Mogelijke Risico’s

Volgens Leenaars liggen de risico’s niet alleen in AI, maar ook de systemen eromheen. “Toen ik bij Microsoft werkte, werd een routine veiligheidstest gedaan door het beveiligingsbedrijf” Zegt Lenaars “daarin proberen ze de systemen te hacken en te zien wat beïnvloed kon worden. Ze schrokken zich rot toen ze zagen waar ze allemaal toegang toe kregen. Bruggen, dijken, stoplichten. Alles was binnen handbereik.” Lenaars gaat verder over de mogelijke oorzaak van de pijlsnelle groei van kunstmatige intelligentie. “De bedoeling was om zo ver mogelijk te gaan zonder toegang op het internet, nu de stap naar het internet is gezet krijg je dit soort problemen.”

Hoe nu verder?

In de essay verteld Amodei dat hij wilt zoeken naar mogelijke beperkingen of vertragingen bij de toekomstige ontwikkeling van AI. Zo proberen Westerse AI bedrijven “de handrem erop te gooien” Volgens Leenaars. “Als Auto’s overal 300km/u mogen rijden, zorgt dat voor veel gevaar, maar door wetten en regels in plaats te stellen, maken we de omgeving een stuk veiliger voor iedereen.” aldus Leenaars. Alleen de tijd zal ons vertellen of de mogelijke beperkingen impact zullen hebben op de groei van AI, maar deze brandbrief is niet een waarschuwing om ten lichte te nemen.

Nieuw onderzoek beweert dat snacken goed kan zijn, maar klopt dat wel?

Steeds meer Nederlandse millennials snacken, maar hoe gezond is dat eigenlijk? ’s Ochtends sla je het ontbijt over, maar ’s avonds haal je het in met een zak chips, maar is het wel zo gezond?

Dit kwam uit een onderzoek van Wageningen University & Research. Hieruit bleek dat snacken een prominentere rol begint te spelen onder Nederlanders. In het onderzoek wordt wel verteld dat snacken een positieve rol kan hebben op mensen. Het kan ervaren worden als een moment dat stress wegneemt.

Ondanks dat waarschuwt diëtist Michaël Sels voor een onregelmatig eetpatroon. Sels zegt: “Doordat mensen hun maaltijden niet goed over de dag heen verspreiden, kan het de maag vol verzadigen en er daardoor voor zorgen dat ze het eten niet goed kunnen verteren en hierdoor ook aankomen.” Volgens hem begint dat patroon vaak al aan het begin van de dag: “’s Ochtends wordt de maaltijd vaak overgeslagen en gecompenseerd over de dag heen.”

Sels concludeert: “Het draait niet om hoe vaak of hoeveel je op een dag eet, het draait om wat je eet. Het belangrijkste is dat je genoeg groenten en genoeg fruit op een dag eet, het liefst twee keer per dag. Een onregelmatig eetpatroon heeft geen zin.”

NSK wielrennen Eindhoven groot succes: ”meer dan 300 deelnemers”

0

Zaterdag 12 september werd het Nederlands studenten kampioenschap wielrennen verreden op de High Tech Campus in Eindhoven. Marijn Wiskerke deed verslag.