De euthanasie van de 17‑jarige Milou, die jarenlang gebukt ging onder zwaar psychisch lijden, schokte de psychiatrie. Hulpverleners worstelen met deze vorm van euthanasie, die de afgelopen jaren meer dan verdubbelde. “Het was de donkerste periode in mijn carrière.”
Geschreven door Stijn Niemeijer, Jerome Sijstermans en Matthijs de Korte
“Mijn eerste reactie was vooral van: shit. “Kan ik dit wel?”, vertelt Chris Bavinck, ouderenpsychiater en geneesheer directeur GGZ, over de twee euthanasietrajecten waaraan hij heeft meegewerkt. Het is volgens hem een van de moeilijkste onderwerpen binnen zijn vak. “Kan ik wel iemand doodmaken? Want dat is waar het op neerkomt,” zegt hij. “Het gaf mij een schrikreactie.”
Beide trajecten duurden langer dan een jaar. “Het was de donkerste periode in mijn carrière.” De vraag die constant in zijn hoofd rondspookt: “Is nu eigenlijk alles wel gedaan wat eventueel zou kunnen?” Hij had het er toentertijd erg moeilijk mee, en vroeg zich constant af of er nog een andere oplossing was dan euthanasie. “Zijn er nog mogelijkheden die er eventueel nog liggen om deze ziekte te behandelen? Misschien niet altijd te genezen, maar wel dragelijk te maken.”
de zaak-Milou en de brandbrief
Bavinck is niet de enige die met dit onderwerp worstelt. Na het euthanasietraject van de zeventienjarige Milou ontstond er discussie over de werkwijze van de psychiatrie. Naar aanleiding van wantrouwen over de zorgvuldigheid bij deze patiënt, stuurden een tiental anonieme psychiaters een brandbrief naar het Openbaar Ministerie (OM) met de vraag om een strafrechtelijk onderzoek naar het handelen van de uitvoerend psychiater en ouders te overwegen.
Het was niet de bedoeling dat die brief publiekelijk gemaakt zou worden, vertelt hoogleraar psychiatrie in de documentaire serie Milou’s strijd gaat door over de brandbrief. Het OM heeft met toestemming van de ondertekenaars de brief openbaar gemaakt aan de psychiater die in die brief bekritiseerd werd. Door de psychiater werd benadrukt dat de brief niet vertrouwelijk was. Begin augustus 2024 publiceerde het Medisch Contact (KNMG) de brief op haar website. Volgens Rob Edens persvoorlichter van Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) is er een groep psychiaters dat vindt dat er te makkelijk euthanasie wordt verleend aan jongere patiënten. Daartegenover staan psychiaters die vinden dat op enig moment de conclusie kan zijn dat nog verder behandelen geen zin meer heeft.
Verder zie je bij alle vormen van ondragelijk en uitzichtloos lijden een toename. Dus bij somatische ziekten, bij dementie, bij een stapeling van ouderdom aandoeningen en bij psychisch lijden. Uit de cijfers van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) blijkt dat er in de jaren 2020 tot 2024 een stijging te zien is bij uitgevoerde euthanasieprocessen bij psychisch lijden van 88 naar 219.
De verklaring van deze toename is onbekend. “We weten het echt niet,” vertelt (kinder- en jeugd)psychiater Kit Vanmechelen. Vanmechelen zegt dat ze slechts kan speculeren over de wellicht oorzaak van de toename. Om de oorzaak van de toename vast te stellen zal nog lang duren, denkt Vanmechelen. “We weten niet of we over vijftig jaar zeggen: dit was nodig, of we zijn te ver gegaan.”
“slechts één op tien van de patiënten die een euthanasieverzoek doen, komt uiteindelijk tot euthanasie.”
– Vanmechelen
informeren of romantiseren?
Vanmechelen was regelmatig te zien in de media. Zo vertelt ze dat ze in samenwerking met Menno Oosterhoff, een collega-psychiater die de euthanasie van Milou heeft uitgevoerd, het boek ‘Laat me gaan’ heeft uitgebracht, en te zien is in een documentaire serie ‘Een goede dood’.
Als Rob Edens wordt gevraagd of veel aandacht in de media de beeldvorming van euthanasie positief of negatief kan beïnvloeden, antwoordt hij: “Maar dat is dus ook kritiek van die briefschrijvers. En dat klopt wel.” Hij vertelt dat het heel nauw luistert als er over euthanasie bij psychisch lijden wordt geschreven. “Het moet niet voorgesteld worden als iets romantisch, als een oplossing voor alle problemen. Soms wordt dat gedaan. Hoe dan ook blijft het altijd een drama.”
“Media-aandacht kan iets goeds zijn, maar ik snap ook de kritiek dat het soms een eenzijdig of geromantiseerd beeld creëert,” geeft Vanmechelen toe. Dat was volgens haar nooit haar bedoeling: “het doel was taboe doorbreken, niet promoten.”
Edens vertelt dat ze bij het Expertise Centrum Euthanasie een toename zien in het aantal aanvragen dat gedaan wordt als zo’n verhaal verschijnt. Het punt dat Edens vooral probeert te maken is: “dat als je iets publiceert, je het totale plaatje moet laten zien.”
een moreel mijnenveld voor psychiaters
“Ik werd wakker op zaterdagochtend en mijn app ontplofte en er begonnen mensen te bellen en ik wist van niks,” vertelt Vanmechelen over de brandbrief die op 29 april 2024 gepubliceerd werd.
Volgens Vanmechelen had het nooit zo polariserend te hoeven gaan: “We zijn nooit rechtstreeks benaderd door de briefschrijvers. Er is nooit geprobeerd met ons in gesprek te gaan.” Dit kwam het debat niet ten goede: “De discussie is ernstig geëscaleerd door die brief naar het OM, dat heeft het debat enorm gepolariseerd.” Vanmechelen denkt dat de maatschappij belangstelling heeft voor verbetering in de toegankelijkheid van euthanasie, maar de beroepsgroep is angstig en terughoudend. “Daar wringt de schoen.”
Vanmechelen zet zich in voor de toegankelijkheid en maakt zich minder zorgen over de toename van de euthanasiecijfers. “het is een teken van emancipatie en groeiend bewustzijn van de psychiatrische patiënten.” “Er zijn mensen die denken dat ik de toename toejuich. Maar dat is natuurlijk niet zo.” van euthanasie, maar is niet blij met de toename van de euthanasiecijfers. “De cijfers zijn zorgelijk,” voegt ze eraan toe. “Er zijn mensen die denken dat ik daarvan smul. Maar dat is natuurlijk niet zo.”
Voor zover de ondertekenaars bekend zijn, hebben ze laten weten niet mee te willen werken met het artikel.
Kinder- en jeugdpsychiater en ondertekenaar van de brandbrief Ivo Aben geeft aan in de Groene Amsterdammer dat het ligt aan de falende zorg. “Dat komt vooral door de transitie van de jeugdzorg naar de gemeente in 2015,” zegt hij. “Die is volledig misgelopen. Maar ook in de jaren daarvoor schoot de zorg al vaak tekort. Denk bijvoorbeeld aan niet-passende behandeltrajecten, lange wachtlijsten, te veel wisselingen van hulpverleners, te veel onervaren medewerkers, te vaak afwijzingen omdat iemands problemen ‘te complex’ zijn.”
“Juist daarom ben ik faliekant tegen wat ik het ‘aanmoedigen’ van euthanasietrajecten voor mensen met psychisch lijden op heel jonge leeftijd noem.” – Ivo Aben in de Groene Amsterdammer
“Ik heb tijdens mijn werk veel te veel prutswerk gezien, sorry dat ik het zeg. Je moet éérst investeren in betere kwaliteit van zorg. Niet pas op het moment dat alle veerkracht, hoop en levenslust verloren zijn gegaan, maar vanaf het begin van het ernstige psychisch lijden. In plaats van het toegankelijker maken van euthanasie voor heel jonge mensen, moeten we innovatieve hulp organiseren, mensen bij elkaar zoeken die geloven dat ze daarin van meerwaarde kunnen zijn, en het perspectief op herstel verbeteren,” Laat Aben verder weten in een artikel van de Groene Amsterdammer.
Een andere hoogleraar-psychiater die ook net als Aben de brief heeft ondertekend Jim van Os zegt in hetzelfde artikel van de Groene Amsterdammer: “Je kunt altijd beschikken over je eigen leven. Die optie is er altijd; daar heb je geen euthanasietraject voor nodig. Ieder mens beschikt over zijn eigen leven. Suïcide is heel erg taboe, maar het is een menselijke oplossing. Dat kan je altijd hebben. Dat is troostend, die gedachte dat je over je eigen leven kunt beschikken.”
Aben reageert op de uitspraak van Van Os in de Groene Amsterdammer: “Er zit een kern van waarheid in dat je altijd het zelfbeschikkingsrecht hebt om het te doen. Maar het is wel verschrikkelijk, natuurlijk.”
Euthanasie bij psychisch lijden is anders dan euthanasie bij een lichamelijke ziekte, vindt Bavinck. Het is volgens Bavinck helderder dat je bij iemand die binnen enkele weken overlijdt het lijden verlicht, of “het overlijden dichterbij haalt”. Bij patiënten waar sprake is van een psychiatrische aandoening is dat anders: “Die hebben nog een levensverwachting van 10 tot 60 jaar. Dus je maakt een lichamelijk gezond iemand dood met één injectie. Je geeft ze een spuit en op het ene moment zijn ze springlevend en op het volgende moment zijn ze dood.”
Bavinck vindt verder wel dat de discussie uiterst belangrijk is binnen de euthanasie, “Want ik denk dat het iets is waar altijd over gediscussieerd zal moeten worden.” Hij vindt alleen dat de polariserende brief niet nodig was. Wat hij jammer vond aan de brief is dat het belastend was voor alle partijen binnen de discussie, en dat helpt volgens hem niet bij zo’n lastig onderwerp.
waarom nemen euthanasiegevallen toe?
Wat een groot vraagteken is binnen de euthanasie, is de oorzaak van deze stijging. Zoals Vanmechelen eerder aanhaalde, is de oorzaak van de toename onbekend. Bavinck geeft aan dat het kan komen door de ontwikkeling binnen de medische wereld, “dat de medische mentaliteit nou eenmaal verandert. Genezen blijft wel de kern van de geneeskunde. Het gaat om de vraag wat gezondheid is. Dat kan ook betekenen dat iemand goed functioneert ondanks een stoornis. Vooral binnen de ouderengeneeskunde is er ruimte ontstaan om te ervaren dat je niet altijd alle klachten zou moeten behandelen. Mensen helpen met succesvol om te gaan met hun klachten is meer in beeld gekomen.”
Edens speculeert over meerdere oorzaken. Het zou volgens hem kunnen komen door de ontkerkelijking: “We zijn steeds minder religieus in Nederland, en dat zijn gewoon feiten.” De bewustwording over mogelijkheid van regie op het levenseinde, de vergrijzing, het taboe op de dood en het spreken over het levenseinde dar langzaam maar zeker afneemt zouden oorzaken kunnen zijn volgens Edens.
Er is geen duidelijke factor die je als hoofdoorzaak kan stellen voor de toename. “Het gaat om de overgrote meerderheid van de euthanasiegevallen met uitgezaaide kanker en andere terminale ziekten. Er gaat veel aandacht uit naar euthanasie bij mensen die lijden aan een psychische aandoening, maar per saldo is dat maar een heel klein deel van het totaal.” sluit Edens af.
Correctie: in een eerdere versie van het artikel stond dat de brandbrief gelekt zou zijn. Dit bleek niet te kloppen. Het OM heeft met toestemming van de ondertekenaars de brief openbaar gemaakt aan de psychiater die in die brief bekritiseerd werd. Door de psychiater werd benadrukt dat de brief niet vertrouwelijk was. Begin augustus 2024 publiceerde het Medisch Contact (KNMG) de brief op haar website. Dit werd op vijf februari 2026 aangepast.