Een werkstuk laten schrijven door ChatGPT, aanbevolen video’s op YouTube bekijken of snel iets opzoeken via Google: voor veel jongeren is kunstmatige intelligentie nu een normaal onderdeel van hun leven. AI wordt steeds belangrijker. Dit blijkt uit een grote stap van Alphabet, het moederbedrijf van Google. Het techbedrijf wil 80 miljard dollar ophalen om verder te investeren in AI. Hiermee laat het bedrijf zien dat de strijd om de toekomst van AI volop bezig is.
Infrastructuur
Achter AI-systemen schuilt een enorme infrastructuur. Om AI-modellen te trainen en te gebruiken zijn krachtige chips, datacenters en veel energie nodig. Alphabet noemt kunstmatige intelligentie “een enorme verandering in de technologie van onze tijd”. Volgens Alphabet is er daarom heel veel geld nodig om te investeren. Dat heeft niet alleen te maken met technologie, maar ook met de concurrentie tussen grote techbedrijven. Die concurrentie maakt dat de bedrijven steeds meer geld uitgeven.
Om te begrijpen hoeveel geld dat is, kunnen we het vergelijken met andere grote uitgaven. Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft bijvoorbeeld een budget van ongeveer 24 miljard dollar in 2026. Dat klinkt als veel geld, maar het is maar een klein deel van het totale budget van de Amerikaanse overheid.
Grote techbedrijven zoals Alphabet, Microsoft en Meta geven samen veel meer geld uit aan kunstmatige intelligentie. Hun jaarlijkse uitgaven aan AI en datacenters zijn geschat op honderden miljarden dollars. Dat is soms zelfs meer dan het budget van historische projecten zoals het Apollo-ruimteprogramma.
In Europa wordt ook geïnvesteerd in technologie, maar op een veel kleinere schaal. De Europese Unie heeft een totale begroting van ongeveer 193 miljard euro in 2026. Een deel van dat geld gaat naar innovatie en digitale technologie, maar AI-projecten krijgen meestal maar een paar honderd miljoen tot een paar miljard euro. Er is een groot verschil tussen bedrijven en overheden. Overheden geven geld uit aan dingen die belangrijk zijn voor de hele maatschappij, zoals onderwijs, veiligheid en infrastructuur. Terwijl technologische bedrijven, volgens analyses van onder andere Reuters en investeringsbanken zoals Google, Microsoft, Meta en Amazon, het grootste deel van hun technologische investeringen besteden aan kunstmatige intelligentie en de bijbehorende infrastructuur.
Waarom kost AI zoveel geld?
Kunstmatige intelligentie kost veel geld door een combinatie van rekenkracht, hardware en energieverbruik, en omdat dit allemaal op grote schaal nodig is.
Ten eerste is het trainen van AI-modellen extreem duur. Dat gebeurt in grote datacenters met duizenden gespecialiseerde chips (GPU’s), en kan miljoenen tot zelfs honderden miljoenen dollars kosten. Deze chips zijn nodig omdat AI bestaat uit miljarden berekeningen die tegelijk moeten worden uitgevoerd.
Daarnaast kost het dagelijks gebruik van AI veel geld. Elke vraag die je aan een AI stelt, moet opnieuw worden berekend door hetzelfde zware model. Omdat er miljoenen mensen zijn die dit tegelijk doen, blijven de kosten maar stijgen. De apparatuur zelf is ook heel duur. AI-systemen hebben speciale chips nodig die soms wel tienduizenden euro’s per stuk kosten. Deze chips worden ook snel verouderd, waardoor bedrijven constant nieuwe apparatuur moeten aanschaffen.
Tot slot gebruiken de datacenters waar deze systemen in staan veel energie en moeten ze gekoeld worden. Dit levert extra kosten en elektriciteitsverbruik op.
Of AI zoveel geld waard is of dat het puur een hype is, wordt kritisch naar gekeken. Critici waarschuwen dat de enorme investeringen ook een vorm van ‘AI-hype’ kunnen zijn, waarbij bedrijven elkaar proberen te overtreffen zonder dat duidelijk is of alle toepassingen winstgevend worden, gedreven door de angst de boot te missen.
Concurrentie
De concurrentie tussen bedrijven speelt een belangrijke rol. Sinds de doorbraak van ChatGPT, investeren grote technologiebedrijven over de hele wereld veel geld in kunstmatige intelligentie. Ze willen niet achterblijven bij de andere bedrijven die ook in kunstmatige intelligentie investeren. Microsoft werkt samen met OpenAI en heeft veel geld gestoken in het gebruik van kunstmatige intelligentie in programma’s zoals Word, Excel en Bing. Google (Alphabet) ontwikkelt met Gemini zijn eigen AI-modellen om concurrerend te blijven met ChatGPT. Meta investeert op zijn beurt in open-source AI-modellen, zoals Llama, die vrij beschikbaar worden gemaakt om een bredere marktpositie op te bouwen. Ook andere bedrijven zoals Amazon investeren fors in AI voor hun cloudplatform AWS, dat door veel bedrijven wordt gebruikt om AI-systemen te draaien. Volgens BNR laat de investering van Alphabet zien dat het bedrijf zijn positie in deze wereldwijde AI-race wil behouden.
Impact op jongeren
Voor jongeren zijn de gevolgen waarschijnlijk dichterbij dan ze denken. AI wordt steeds vaker gebruikt voor diensten die dagelijks worden gebruikt, zoals de Google zoekmachine, YouTube en Google Gemini. Daardoor kan de manier waarop jongeren informatie vinden, leren en online werken de komende jaren verder veranderen. Er is een grotere kans dat mensen minder vaak zelf bronnen vergelijken wanneer er gebruik wordt gemaakt van een AI-tool, omdat direct antwoord krijgen sneller en simpeler werkt. Een voorbeeld hiervan is dat leerlingen AI gebruiken om snel samenvattingen te maken of om hulp te krijgen bij huiswerk. In plaats van zelf informatie op te zoeken en verschillende bronnen te vergelijken, krijgen ze direct een kant-en-klaar antwoord. Dit kan ervoor zorgen dat jongeren minder oefenen met kritisch denken en het beoordelen van informatiebronnen.
Kunstmatige intelligentie ontwikkelt zich in een enorm tempo en vraagt om investeringen op een schaal die we nog niet eerder hebben gezien. Grote techbedrijven investeren miljarden in de wereldwijde AI-race, om niet achterop te raken. Overheden doen ook hun best om mee te komen, maar hebben minder geld beschikbaar. Dit laat zien hoe belangrijk kunstmatige intelligentie tegenwoordig is. Maar het roept ook veel vragen op. Wat zijn bijvoorbeeld de kosten van al deze ontwikkelingen? Hebben grote techbedrijven te veel macht? En hoe beïnvloedt dit ons dagelijks leven, vooral dat van jonge mensen? AI biedt veel kansen, maar maakt ons ook steeds afhankelijker van technologie. Hoe deze balans eruit gaat zien, zal bepalen welke rol AI in de toekomst speelt.