In de Bibliotheek LocHal komen kinderen woensdagochtend samen voor een voorleesochtend in het kader van de Nationale Voorleesdagen. Dit keer leest niet een bibliotheekmedewerker voor, maar wethouder Peter Kok.
Stoeltjes schuiven over de vloer. Kinderen wurmen zich in een halve maan: kleine stoelen vooraan, grote blokken daarachter. Er klinkt gestommel en geschuifel, tot de eerste tonen van het lied De Voorleestrom beginnen. Handen klappen tegelijk mee op de maat.
“Goedemorgen kinderen, papa’s, mama’s en zélfs opa’s en oma’s!” Het is half tien en het wordt wat stiller in de hoek van de bibliotheek. “Ik ga jullie vandaag een verhaal vertellen over de Kleine Aap.” In een donkergroen pak met stropdas neemt de wethouder plaats op een rood blok voor de halve kring.
In gesprek, later die ochtend, vertelt Kok waarom ochtenden als deze volgens hem belangrijk zijn: “Kinderen komen thuis steeds minder in aanraking met lezen. Het gevolg is dat hun woordenschat achterblijft. In groep 1 en 2 zie je die achterstand al ontstaan.”
Die achterstand werkt volgens hem door. “Ongeveer 25 procent van de mbo-studenten is laaggeletterd. Dat betekent dat zij moeite hebben om zelfstandig te functioneren in de samenleving. Dat is dramatisch.”
In de voorleeshoek pakt Kok Kleine Aap van Mies van Hout op, het prentenboek dat dit jaar centraal staat tijdens de Nationale Voorleesdagen. In de voorste rij wordt met grote ogen gekeken, af en toe wordt er gefluisterd en gewezen. Wanneer een krokodil in de prent verschijnt, roept een meisje op de voorste rij: “De krokodil is een billenbijter.” Er trekt gegiechel door de kring.
Vooraan blijft het tijdens het voorlezen rustig, achteraan beginnen langzaam de eerste kinderen van hun plek lopen en te kletsen. Na een minuut of tien sluit Kok het boek. “Jullie hebben heel goed geluisterd”, zegt hij. Als afsluiting wordt er gedanst, geklapt en gesprongen op de ‘Apenstopdans’; zowel kinderen als ouders staan op van hun stoel. Wanneer het lied afgelopen is, rennen de kinderen naar de lange ontbijttafel tussen de boekenrekken voor een krentenbol, glaasje ranja en wat fruit.
Initiatieven tijdens de Voorleesdagen laten volgens Kok zien wat regelmatig lezen kan betekenen. “Bij kinderen die hier vaker komen, merk je dat ze woorden sneller herkennen en gebruiken.” Kok kijkt nog even richting de grote ontbijttafels. “Ik zie blije kinderen. Elk kind vindt lezen leuk. Ze moeten er alleen mee in aanraking komen.”

























