Spanning voor wedstrijden, prestatiedruk, meerdere keren per dag moeten trainen en aan hoge verwachtingen willen voldoen. Het zijn een paar voorbeelden van de druk die menig topsporter ervaart. Ondanks deze druk kiest een groot gedeelte van de jonge topsporters ervoor om daarnaast ook een studie te volgen. Er ligt een belangrijke taak voor coaches en onderwijsinstellingen bij het ondersteunen van deze studerende sporters. Maar volgens de sporters zelf kan deze begeleiding nog een stuk beter.
Topsporters en talentvolle sporters
Uit recentelijk onderzoek van het Mulier Instituut, een onderzoekbureau dat zich richt op sport en beweging, blijkt dat steeds meer topsporters waarde hechten aan het volgen van een opleiding naast het sporten. Hierin wordt een verschil gemaakt tussen topsporters, die al actief zijn op senioren- of mondiaal topniveau, en talentvolle sporters die zich aan het ontwikkelen zijn om bij de seniorentop te komen. Van de topsporters volgt 37 procent een studie en bijna 3 op de 4 talentvolle sporters combineert hun sport met studie.
Het belang van een studie naast topsport
Volgens mentale coach en ex-profvoetballer Yuri Cornelisse (51) kunnen topsporters veel baat hebben bij het combineren van sport met een studie. “Het is sowieso goed om je hoofd even leeg te maken met wat anders. En een studie kan daarbij heel goed helpen. Omdat je dan toch iets doet waar je later wat aan hebt. En je kan ook je gedachten even op wat anders zetten. Dat is super belangrijk”, vertelt hij.
Cijfers over de begeleiding
Van alle studerende topsporters zegt 28 procent het lastig te vinden sport te combineren met studie, blijkt uit het onderzoek van het Mulier Instituut. Onder talentvolle sporters is dat 11 procent. Topsporters beoordelen de ondersteuning die ze krijgen vanuit hun opleiding met een 6,3 en de talentvolle sporters geven de begeleiding een 7,3.
Julia Sleeuwenhoek (19), die 5 jaar lang op hoog niveau bij Sparta voetbalde, heeft afgelopen jaar de opleiding Sport en Coaching afgerond aan het Johan Cruyff College in Roosendaal. Dit is een MBO dat verbonden is aan voetbalclub Sparta. Sleeuwenhoek vertelt, “Ik heb ervoor gekozen om dat te doen omdat het dan beter te combineren was en alle communicatie dan makkelijker verliep met Sparta.”
Topsportscholen
Volgens Julia Sleeuwenhoek is er op een topsportschool veel aandacht voor begeleiding. “Elke week had ik een vast moment met mijn studiecoach en dan hadden we echt een gesprek van een half uur tot een uur over of ik er goed voor stond en of ik ergens hulp bij nodig had en hoe ik het aan kon pakken met trainingstijden en wanneer ik wat ging doen voor school”, aldus Sleeuwenhoek.
Merendeel van de topsporters en talentvolle sporters studeert echter bij een reguliere school of universiteit. Volgens Sleeuwenhoek kan dit een stuk lastiger zijn, “Ik heb die ervaring niet gehad maar ik denk dat er veel meer bij komt kijken qua regelen en qua druk van schoolopdrachten. De communicatie moet je dan ook vaak zelf doen met de school en je sport. Ik denk dat je daar dan wel extra hulp bij nodig hebt.”
Mentale ondersteuning
Die extra hulp is echter nog niet voldoende, laat het onderzoek van het Mulier Instituut zien. Yuri Cornelisse kan dit beamen, “De begeleiding bij de combinatie van topsport en studie kan veel beter.” Volgens hem is vooral de mentale ondersteuning van topsporters hierin belangrijk. In Nederland ervaart bijna 75 procent van de topsporters mentale problemen. Dat werd duidelijk uit onderzoek van Amsterdam UMC in samenwerking met NOC*NSF.
Mentale coach Yuri Cornelisse ziet dit ook terug in de praktijk. Hij begeleidt al jaren lang jonge topsporters bij het omgaan met druk, doorbreken van patronen en het ontwikkelen van zichzelf. Als je niet goed om leert gaan met stress en druk, heeft dat invloed op zowel je sport- als studieresultaten maar ook op persoonlijk vlak. Volgens Cornelisse is het daarom belangrijk dat studerende topsporters ook mentaal begeleidt worden, zodat ze met zowel de druk van sport als studie om leren gaan. “Zeker preventief is het gewoon goed. Meestal gaan mensen pas actie ondernemen als iemand uit is gevallen”, laat hij weten. De laatste jaren ziet hij dat er steeds meer aandacht voor is, maar nog lang niet zoveel als zou moeten.