Home Blog Pagina 150

Halsema opent eerste duurzame klimatenkas in de Hortus Botanicus: “klimaatverandering dwingt ons het groen te waarborgen”.

Door Florian Tom

Burgemeester Femke Halsema heeft woensdagmiddag de vernieuwde klimatenkas in de Hortus Botanicus in Amsterdam geopend. De kas was een jaar gesloten voor renovatie en is nu weer toegankelijk voor publiek. Het bouwwerk wordt volledig zonder gas verwarmd en mag zich daarom de eerste duurzame publiekskas van Europa noemen.

De klimatenkas is een oase van groen, midden in Amsterdam, waarin planten te zien zijn uit drie verschillende klimaatzones: de tropen, de kaap en de woestijn. Het verwarmen van zo’n kas kost normaal veel energie, maar de Hortus vond een duurzame oplossing. De kas is aangesloten op de restwarmte van het nabijgelegen H’ART Museum, heeft dik isolerend glas en een dakraam dat automatisch opent om oververhitting te voorkomen. Dankzij deze technieken kan de kas volledig zonder gas verwarmd worden. Het project kostte in totaal 8,5 miljoen euro.

Opening
Tijdens de opening benadrukte burgemeester Femke Halsema het belang van de Hortus voor de stad. Volgens haar is het essentieel dat ook stedelingen de natuur van dichtbij kunnen ervaren. Ze noemde de botanische tuin “de tuin van Amsterdam, voor alle Amsterdammers” en sprak de hoop uit dat vooral scholieren en jongeren in de kas ontdekken hoe belangrijk planten zijn voor de stad én voor de wereld. Ook wees ze erop dat “klimaatverandering ons dwingt het groen te waarborgen” en dat de Hortus daarin een belangrijk voorbeeld is.

Educatieve rol
Directrice Carlien Blok benadrukte dat de Hortus meer is dan een tuin alleen: “Het is een museum met een levende collectie”. Volgens haar is het educatieve aspect minstens zo belangrijk als de verduurzaming. “We willen dat bezoekers na een rondgang niet alleen planten bewonderen, maar ook begrijpen hoe belangrijk ze zijn voor het leven op aarde. En hopelijk gaan ze hierdoor bewuster nadenken over het klimaat en hoe we daar mee om moeten gaan”.

Groene Toekomst
Ten slotte ging burgemeester Halsema in gesprek met middelbare scholieren uit de omgeving over hoe zij Amsterdam in de toekomst zien. Eén ding werd duidelijk: zowel de scholieren als de burgemeester willen meer groen in de stad. Om hieraan bij te dragen plantten ze symbolisch een boompje in de klimatenkas, in de hoop dat deze mag volgroeien in een klimaatneutrale toekomst.

Bibliotheek LocHal organiseert voorleesmiddag met ‘blote voetenpad’: “Zou je een verhaal kunnen voelen?”

0

TILBURG — De Bibliotheek LocHal in Tilburg organiseerde deze woensdag een voorleesuurtje dat nét even anders was dan normaal. Om kinderen te laten ontdekken en ervaren hebben ze een ‘blote voetenpad’ gemaakt. “Zo leren kinderen om een volledig beeld te maken”, zegt kinderfysiotherapeut Marcella Koelewijn.

Voorleesuurtje

Vlak voor het begin van het wekelijkse voorleesuurtje in de Tilburgse LocHal staan de kinderen al te springen van het enthousiasme. De kinderen spelen met naschoolse drukte tikkertje en iene miene mutte tussen de kleurrijke boekenrekken van de bibliotheek. Naast hen staan onopgemerkt dozen van karton en plastic, gevuld met dingen zoals gedroogde pasta, stro en rijstkorrels: het blote voetenpad.

De kinderen worden naar het voorleeshoekje geleid en ‘spoorleesconducteur’ Marja pakt haar conducteursjas. Een kind roept: “Die jas ken ik!” Marja reageert blij: “Ja, dezelfde als altijd!” Net zoals elke andere week haalt Marja een boek uit de houten voorleeslocomotief en leest ze voor. Deze keer is het kinderboek ‘Hoe groot is de wereld?’ aan de beurt.

Voelen

‘Hoe groot is de wereld?’ gaat over het vormen van een compleet beeld van de wereld, wat goed past bij de activiteit van de middag. Vlak na afloop van het boek vertelt Marja vrolijk dat er vandaag iets “bijzonders” op de kinderen wacht: “Zou je een verhaal ook kunnen voelen?”

Marcella Koelewijn, de aanwezige kinderfysiotherapeut, legt uit waarom voelen belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen: “Kinderen zijn erg visueel ingesteld. Vooral de slimmeriken kunnen dingen zien en van te voren besluiten of ze iets wel of niet leuk vinden. Voelen kan ze juist leren om een volledig beeld te vormen.”

Het blote voetenpad

De kinderen krijgen twee papiertjes: eentje met een lachend gezichtje en de ander met een fronsend gezichtje. De kinderen worden uitgedaagd om alles van het blote voetenpad te voelen en dan de papiertjes te leggen bij wat ze het fijnste vonden voelen of het minst fijn.

Er ontstaan gelijk duidelijke publieksfavorieten: de kinderen verzamelen zich al snel om te stampen in de bakken met scheerschuim en water. De bakken met zachte doeken en de bakken met zand krijgen ook al snel meerdere lachende gezichtjes. De bakken met zilverfolie en gedroogde pasta zijn minder populair. Er rent een kind over een mat van kunstgras: “Deze kriebelt!”

De verzorgers lopen vrolijk mee met de kinderen. Een vader vertelt: “Het is goed dat de bibliotheek deze voorleesuurtjes organiseert, vooral voor de taalontwikkeling van mijn kind.”

Na het blote voetenpad krijgen de kinderen bij afscheid wat te drinken en een koekje. Er hangen nog een paar kinderen bij het pad. “We moeten naar huis.” “Even wachten, we moeten nog iets voelen!”

Draaimolen Festival niet zeker van toekomst door besluit provincie: “De petitie verandert ons standpunt niet”

0

Het Draaimolen Festival in Tilburg heeft de petitie over haar toekomst op het MOB-complex verlengd tot het einde van het jaar. De provincie is niet onder de indruk. Zij spreekt van te veel geluids- en lichtoverlast voor de natuur. De locatie verliezen zou volgens de organisatoren zorgen voor het einde van Draaimolen.

Hannah Zwaans, woordvoerder van Draaimolen, kijkt positief terug op het vorige festival: “De artiesten waren blij en het publiek was blij.” Afgelopen weekend kon het elektronische muziekfestival nog een festival organiseren op het MOB-complex in Tilburg en nu lijkt het hun laatste te zijn.

Het MOB-complex is een voormalig mobilisatiecomplex aan de IJpelareweg in Tilburg. De gemeente wil het graag opkopen om er een evenementenlocatie van te maken. De provincie Brabant vindt dat de natuur wordt verstoord door het gebruik van het MOB-complex als evenementenlocatie. Ze geeft aan dat een festival met veel licht en geluid de natuur stoort.  “Het is niet alsof we hier maandelijks of wekelijks zitten,” zegt Hannah Zwaans, “we zijn hier maar twee dagen per jaar.”

Verder vertelt Zwaans eerder deze maand aan Omroep Tilburg dat Draaimolen juist een positief effect heeft gehad op de natuur op het MOB-complex, o.a. door het bouwen van een vlindertuin en insectenwanden.  De provincie heeft oog voor het positieve effect, maar verklaart de geluids- en lichtoverlast onwenselijk voor het terrein.

De provincie geeft naast zorgen over de natuur zelf ook aan twijfels te hebben bij de juridische haalbaarheid van het omzetten van het MOB-complex van een terrein van natuur naar een evenementenlocatie. De provincie zegt in gesprek te willen met de festivalorganisatie, maar dat de petitie hun standpunt niet verandert.

Zwaans geeft aan dat het besluit rouw op hun dak valt: “Locaties zijn vrij schaars en in Tilburg is er geen andere mogelijke plek voor ons.We brengen ontzettend veel mensen naar de regio. We brengen veel toerisme en we geven een zetje aan de economie.” Daarnaast zou Draaimolen ook voor werkgelegenheid zorgen en doen ze mee aan sociale projecten. “Als dat verloren gaat is er niet iemand anders die dat zou overnemen.”

De petitie over de toekomst van het festival op het MOB-complex zou origineel lopen tot dinsdag 9 september, maar is nu verlengd tot het einde van het jaar. De petitie heeft momenteel zo’n 20.000 handtekeningen. Hannah Zwaans is hier nog niet tevreden over: “We gaan voor de 25.000, dus we hebben nog wat te gaan.”

Werken als zzp’er in de zorg: ‘onmogelijk vanwege steeds veranderende regels’

0

Medewerkers in de zorg hebben het extra druk gekregen, doordat de overheid strenger optreedt tegen schijnzelfstandigheid, blijkt uit een recent onderzoek van ING. Schijnzelfstandigheid houdt in dat iemand officieel zzp’er is, maar eigenlijk als werknemer werkt. Door deze strengere regels wordt het volgens zzp’er Tim Putter lastiger om zijn werk volgens de regels te doen.

Putter is sinds 2016 zelfstandig ondernemer en werkt als arts binnen de revalidatie. Voor hem was de keuze duidelijk: meer vrijheid, meer flexibiliteit en minder invloed van een werkgever op zijn privéleven. “Bij een werkgever werd ik beperkt hoe ik mijn dagen kon invullen en hoeveel dagen ik vrij kon nemen. Een werkgever heeft indirect veel invloed op het privéleven,” vertelt hij. Ondernemen trok hem bovendien altijd al: “De risico’s die daarbij horen, maken deel uit van wat ondernemen zo leuk maakt.”

De keerzijde en strengere regels

Toch kent het zelfstandig ondernemerschap ook nadelen. “Je hebt onzekerheid: geen vast maandbedrag, steeds veranderende wetgeving en strengere regels,” legt Tim uit. Vooral de laatste jaren merkt hij dat opdrachtgevers voorzichtiger zijn geworden. Vanaf 1 januari 2025 wordt er bovendien actief gecontroleerd op schijnzelfstandigheid, staat op de site van de Rijksoverheid. En vanaf 2026 kunnen er voor zzp’ers strengere regels gaan gelden, mits het wetsvoorstel aangenomen wordt door de regering. Zzp’ers moeten dan laten zien dat ze echt ondernemer zijn, bijvoorbeeld door risico’s te dragen, meerdere opdrachtgevers te hebben en eigen materialen te gebruiken. Wie minder dan €36 per uur verdient, kan als werknemer worden gezien, tenzij de opdrachtgever het tegendeel kan bewijzen. Tim merkt dat het hierdoor lastig kan worden om aan alle eisen die de wetgeving vraagt, te voldoen: “Je kan als zzp’er heel lastig volgens de regels werken, omdat de eisen steeds veranderen en hier geen duidelijkheid over is.”

Afwisseling

Gelukkig ervaart hij ook veel voordelen. “Ik vind het heel leuk dat je enkele keren per jaar naar een andere werkplek gaat. Nu heb ik vier opdrachtgevers op verschillende locaties.” Die afwisseling houdt zijn werk interessant en geeft hem energie. Toch ziet hij dat het vinden van opdrachten minder vanzelfsprekend is dan vroeger. “Eerst was er meer vraag dan dat ik aankon, nu wordt het door de wetgeving steeds moeilijker.”

En de vraag of hij ooit nog terug zou willen naar een vaste baan bij een werkgever, beantwoordt hij voorzichtig. “Nee, liever niet. Alleen als het financieel echt zou moeten, maar dan zoek ik misschien wel iets buiten de zorg.”

Tilburgse ramen veranderen in kunstwerken tijdens Ramenroute

In Tilburg is van 6/14 september de Ramenroute te zien, een samenwerking tussen Illustrada en The Big Draw. Etalages en ramen van allerlei panden in de binnenstad zijn voorzien van illustraties die te zien zijn door het volgen van deze Ramenroute. Verschillende kunstenaars geven op hun eigen manier vorm aan deze route.

Bron: Noortje van Venrooij
Bron: Noortje van Venrooij

“Er was niet echt een hele strenge opdracht, of dat je tekening iets met het pand te maken moest hebben. Je mocht gewoon iets tekenen wat je leuk vond in je eigen stijl. Ik heb twee hartjes getekend die naar elkaar kijken, met daar tussen in het pand. Ik ben zelf een echte Tilburgse en wil graag de liefde verspreiden tussen de mensen. Daarom is mijn motto ook “Lets make the world a happier place.” ~ Noortje van Venrooij, tekenaar

“Het thema was ‘Let’s draw together’. Daarom heb ik twee handen die een potlood vasthouden erin verwerkt. De tekening er omheen is geïnspireerd van een muurschildering uit de winkel. Ik heb gebruik gemaakt van een creatieve vorm van shape language om mensen hun ogen ergens heen te richten. Wat ik erg leuk vind aan dit project is dat mensen erg nieuwsgierig zijn naar je werk. Je krijgt veel interesse en het levert een leuk gesprek op.” ~ Puck, tekenaar

“Omdat ik werd ingedeeld bij een pizzabar, leek het me leuk om dit erin te verwerken. Op de tekeningen volg je van begin tot het eind hoe de poppetjes een pizza maken met behulp van een potlood. Rijslust was erg enthousiast over de tekeningen.”~ Malu, tekenaar

Biologisch voedsel wint terrein in de supermarkt, maar niet in elk schap

0

Matthijs de Korte

TILBURG – Uit het nieuwe onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat consumenten steeds vaker kiezen voor biologisch voedsel in de supermarkt. In de eerste helft van 2025 ging 3,5 procent van de voedselbestedingen naar biologische producten. Dat is een lichte stijging ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Toch groeit het biologische voedsel niet in alle productcategorieën mee.

Het CBS constateert dat het aandeel biologisch voedsel in supermarkten in bijna alle productgroepen is toegenomen. Bij verse producten zoals aardappelen, groenten en fruit is de groei het grootst: van 4,7 naar 5,5 procent. Eieren zijn nog steeds koploper met ruim zeventien procent biologisch aandeel. Dranken hebben het minst biologisch aandeel: slechts 1,6 procent van de bestedingen.

Toenemende bestedingen

Volgens Katja Logatcheva van Wageningen Economic Research zijn er verschillende redenen waarom mensen meer biologisch voedsel kopen in de supermarkt. Een van de factoren is de inzet van de overheid en de biologische sector. “De overheid wil dat Nederland meer biologisch gaat produceren en steunt ook campagnes voor biologisch voedsel gericht op de consument,” zegt ze. “Er is een overheidsdoelstelling om in 2030 vijftien procent van de Nederlandse landbouw biologisch te maken.”

Als je kijkt naar biologisch voedsel in de horeca zie je juist een daling. Logatcheva vertelt dat de uitgaven in de horeca in het algemeen onder druk staan door inflatie. Zodra mensen minder geld uitgeven aan voedsel in de horeca, wordt er meer besteed aan voedsel in de retail, waarbij men vaker kiest voor producten met meer impact of betekenis, zoals biologische producten. “Dit zag je duidelijk tijdens de coronacrisis. Mensen gingen niet uiteten en hielden geld over, daarom kochten ze relatief duurdere biologische en andere producten in de supermarkt.”

Waar het minder gaat

Niet alle biologische producten gaan mee met de groei. Bij houdbare producten en samengestelde maaltijden daalt het aandeel. “Biologische samengestelde producten zijn minder efficiënt om te produceren. Voor elk ingrediënt zoals kip of bonen, is een aparte biologische keten nodig. Biologische productketens zijn relatief klein, en dat maakt deze producten in verhouding duurder,” legt Logatcheva uit. De meeste consumenten kiezen er nog steeds voor om slechts een deel van hun eten en drinken biologisch te kopen. “Bij deze biologische samengestelde maaltijden moet alles biologisch zijn. Een budgetgerichte ‘lichtgroene’ consument maakt zelf een maaltijdsalade met een combinatie van biologische en niet-biologische ingrediënten.”

Ook bij houdbare producten zie je een afname. “Bij schappen voor conserven in een reguliere supermarkt zien we extra concurrentie tussen biologische en niet-biologische producten,” vertelt ze. “Neem bonen in blik: een blik biologische bonen ziet er vaak bijna hetzelfde uit als niet-biologische bonen. Voor de consument lijkt het enige verschil het keurmerk en de prijs. De consument denkt dan: ik ga voor de goedkope.”

Afnemende bestedingen

Zowel de Nederlandse als de Europese overheid hebben besloten om biologische landbouw uit te breiden. Logatcheva vertelt dat het moeilijk is om in te schatten hoe snel het aandeel biologisch eten en drinken de komende jaren zal gaan groeien. “Wat het tempo van de veranderingen elk jaar zullen zijn durf ik niet te zeggen. Sommige sectoren kun je makkelijker biologisch maken dan andere.”

Nieuwe Franse premier Sébastien Lecornu staat voor zware klus in verdeelde Assemblée

Frankrijk heeft een nieuwe premier: Sébastien Lecornu. De oud-minister van Defensie neemt het stokje over van François Bayrou. Zijn start is allesbehalve rustig: het parlement is verdeeld en op straat zijn er protesten en stakingen. Volgens historicus Niek Pas, kenner van Frankrijk en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, krijgt Lecornu een flinke klus. “Het is een entree met veel rumoer.”

Verdeeld parlement

Een van de grootste uitdagingen ligt in het parlement. Daar staan extreemlinks en extreemrechts recht tegenover elkaar. Het politieke midden is daardoor moeilijk in beweging te krijgen. Pas: “Hij kan proberen samen te werken met de socialisten of met het extreemrechtse Rassemblement. Maar dat is spannend, want in Frankrijk is het moeilijk om zulke coalities te vormen.”

Bondgenoot van Macron

Lecornu is al jaren een vertrouweling van president Macron. Hij hoort bij de rechterflank van diens beweging. Als voormalig minister van Defensie liet hij zien dat hij ervaring heeft met politieke onderhandelingen. Zo wist hij een grote hervorming van het leger door de Assemblée Nationale te krijgen. “Hij heeft gevoel voor politiek handwerk en kan onderhandelen”, zegt Pas. Wat Lecornu bijzonder maakt, is dat hij niet uit de Parijse elite komt. Hij groeide op in Normandië, tussen Rouen en Parijs, en begon daar ook in de lokale politiek. Hij volgde geen dure eliteopleiding in Parijs, iets wat veel andere Franse premiers wel hebben gedaan. Pas: “Hij kent Frankrijk van binnenuit en heeft misschien meer gevoel voor wat er speelt bij de Fransen.”

Onrust op straat

Terwijl Lecornu aan zijn nieuwe baan begint, zijn er protesten en stakingen in het land. Veel demonstraties zijn gericht tegen president Macron en het beleid van Bayrou, maar de nieuwe premier wordt er meteen mee geconfronteerd. Vooral studenten en jongeren doen mee. Zij worden vaak gesteund door extreemlinkse groepen. Voor volgende week hebben de grote vakbonden ook een landelijke stakingsdag aangekondigd. “Hij zal moeten laten zien hoe hij hiermee omgaat”, zegt Pas.

Focus op binnenland

Van Lecornu wordt niet verwacht dat hij zich veel met buitenlandpolitiek gaat bezighouden. Dat is vooral de rol van president Macron. “Lecornu zal zich vooral richten op binnenlandse politiek. Daar heeft hij al genoeg werk aan”, aldus Pas.

De dag van Zelfdodingpreventie: Op zoek naar woorden

0

In een wereld waar mentale pijn vaak onzichtbaar blijft, zoeken we naar woorden om het bespreekbaar te maken. Het blijft een moeilijk onderwerp: de dood. Want hoe ga je in gesprek met iemand die het leven niet meer ziet zitten? Waarom het zo belangrijk is om toch het gesprek aan te gaan, hoor je van Marenne (18), die zelf met suïcidale gedachten worstelde, en van Pasquinel (21), die een dierbare verloor aan zelfdoding.

Het aantal zelfdodingen onder jongeren is de afgelopen tien jaar duidelijk toegenomen, meldt het CBS. Vorig jaar maakten 312 jongeren onder de 30 jaar een einde aan hun leven. Dat is 17% meer dan tien jaar geleden (CBS). Ook het aantal jongeren met suïcidale gedachten is flink gestegen: in juni dit jaar gaf 15% van de jongeren aan in de afgelopen drie maanden weleens serieus aan zelfdoding te hebben gedacht. In september 2021 was dat nog maar 8% (RIVM).

Marenne: “Alleen maar bezig met plannen hoe ik er niet meer zou zijn”

“Het voelt alsof er een hele grote, zware, zwarte hond op je ligt, waar je niet onder vandaan kan komen,” vertelt Marenne (18). Ze beschrijft de periode waarin ze dagelijks werd overspoeld door negatieve gedachten. Dagenlang lag ze in bed, zonder energie of perspectief. “Het leek alsof ik altijd met mijn ziel onder mijn arm liep. Je zag ook aan mij dat er geen sprankje van leven meer in zat.”

“Het leven voelde zo ellendig, dat ik mij soms afvroeg: wat doe ik hier? Waarom kan ik niet gewoon zeggen: steek die spuit er maar in en maak er een einde aan. Ik heb zelf niet gekozen om te leven.”

“Dit is natuurlijk heel heftig, maar dat is wel wat in mij omging in die periode.”

Op een gegeven moment werd het te veel. Ze kwam in aanraking met de crisisdienst en belandde op 15-jarige leeftijd uiteindelijk tien weken in een kliniek. Dat werd een keerpunt. “Daar moest je wel in een ritme komen. Thuis was ik zo verloren in mezelf en mijn eigen ellende, maar in de kliniek moest je je bed uit, bewegen, eten. De regelmaat daarin heeft Marenne heel erg geholpen,” vertelt ze. “En ik zag daar mensen die hetzelfde hadden meegemaakt als ik, maar er weer bovenop waren gekomen. Dat gaf me hoop.”

Volgens Marenne zit de sleutel niet in verwijten, maar in steun van de mensen om haar heen. “Wat voor mij hielp was dat vriendinnen ineens voor mijn deur stonden, of dat mijn moeder een kopje thee bracht zonder te verwachten dat ik meteen ging praten. Alleen een knuffel was soms al genoeg. Praten over je mentale gezondheid is eng, maar juist nodig. En ook als je er nog geen woorden voor hebt, kan iemand naast je zitten. Dat geeft steun.”

Pasquinel: “Het voelde alsof mijn hele realiteit instortte”

“Het voelde alsof mijn hele realiteit instortte.” Zo beschrijft Pasquinel (21) de periode na het verlies van zijn beste vriend, die twee jaar geleden uit het leven stapte. Terwijl de wereld om hem heen doorging, stond hij stil. “Alles draaide gewoon door. Mensen lachten, planden hun dag — maar ik had net mijn beste vriend verloren.”

Nog steeds denkt hij vaak terug aan wie zijn vriend was vóór alles veranderde. Soms samen met vrienden, soms in stilte. “We praten af en toe over hem. Over hoe het toen voelde, wat we dachten… Zo blijft hij bestaan. Al is het maar een beetje.”

Toch blijft er iets wringen. In de laatste maanden voor de dood verwaterde het contact een beetje. Pasquinel kreeg geen helder beeld van hoe slecht het écht ging. “Er was een moment waarop hij iets heftigs deelde, en ik wist gewoon niet wat ik moest doen. Ik heb geluisterd, vragen gesteld… maar het voelde alsof ik zoekende was en hij mij niet binnen liet. Dat was erg lastig.”

“Als ik één ding anders had kunnen doen, dan was het dit: op de dag dat hij uit het leven stapte, hadden we elkaar al een tijdje niet gesproken. Juist die dag kreeg ik sterk het gevoel dat we weer eens moesten afspreken, zoals vroeger: praten, lachen, muziek luisteren. Ik had hem geappt of hij de komende dagen tijd had. De volgende avond hoorde ik dat hij er niet meer was, en dat mijn bericht een paar uur te laat kwam. Als ik dat 24 uur eerder had gestuurd, had het misschien iets veranderd. Die gedachte draag ik nog steeds met me mee.”

De ervaring heeft zijn blik op mentale gezondheid blijvend veranderd. Hij ziet hoe moeilijk het is om gevoelens te delen in een wereld waar iedereen sterk moet lijken. “We leven in een samenleving waarin we vooral laten zien hoe goed het gaat. Maar dat laat weinig ruimte om je kwetsbaar op te stellen — terwijl dat juist zó nodig is.”

Hij pleit voor meer openheid, niet alleen bij mensen met mentale problemen, maar ook bij de mensen om hen heen. “Je hoeft het niet altijd te begrijpen, maar wel te luisteren. Gewoon écht luisteren. Daar begint het.”

Hoop en balans

Voor Marenne zit herstel vandaag de dag niet alleen in structuur, maar ook in het vinden van balans. “Wat voor mij nu heel erg helpt, is een combinatie van leuke dingen doen waar ik energie van krijg en mijn rust pakken. Voor iedereen is rust anders: voor de één is dat samen zijn met vrienden, voor de ander juist extra slaap. Het belangrijkste is dat je ontdekt wat voor jou werkt. Die balans houdt je echt levend.”

Daarnaast heeft ze geleerd om bewuster om te gaan met haar gedachten. “Als ik een negatieve gedachte kreeg, probeerde ik daar een positieve tegenover te zetten. Dat heeft veel tijd gekost, maar nu gaat het veel vanzelfsprekender.”

Als ze terugkijkt, zou ze één boodschap willen meegeven aan haar jongere zelf: “Het komt allemaal echt goed. Het allerbelangrijkste is dat je goed voor jezelf zorgt. En ik hou van jou.”

Ook Pasquinel benadrukt het belang van openheid, maar dan vanuit de andere kant. “Als je zelf met die gedachten rondloopt, is het zó belangrijk dat je erover praat. Ik weet hoe moeilijk dat is, maar als je het voor je houdt, kan niemand je helpen. Mensen willen er voor je zijn — maar ze moeten wel weten wat er speelt. Het delen van je mentale gezondheid kan letterlijk levens redden.”

Hij legt uit dat praten niet altijd groots hoeft te zijn. “Je hoeft geen perfecte woorden te vinden of alles meteen uit te leggen. Soms is het al genoeg om te zeggen: het gaat niet zo goed met me. Dat kleine begin kan een deur openen. En geloof me: er zijn altijd mensen die willen luisteren, zelfs als je dat op dat moment zelf niet meer ziet.”

Zit jij zelf met zulke gedachten, of maak je je zorgen om iemand in je omgeving? Neem dan contact op met 113 Zelfmoordpreventie via www.113.nl of bel 0800-0113. Je staat er niet alleen voor.



 

Jongeren met lef delen hun idee op de Pitchnight

0

De Raadszaal is donderdag 11 September het toneel voor Pitchnight Tilburg. Een initiatief door en nu Tilburg om jongeren tussen de 14 en 27 jaar een podium te bieden. Hier kunnen zij hun ideeën voor de stad pitchen.

En nu heeft een laagdrempelige manier bedacht zodat jongeren hun ideeën kunnen laten horen. Ook hopen ze een beter inzicht te krijgen in wat er leeft onder jongeren. Amber Dijs medewerker van En nu Tilburg vertelt: “Jonge makers zijn heel creatief en hebben unieke ideeën. Ze weten alleen vaak de weg niet naar subsidies of die ene directeur bij dat ene bedrijf.”

Vanuit jongerenwerk Next-Up krijgen de jongeren hulp bij de voorbereidingen. De pitches worden beoordeeld door een jury. Deze bestaat uit Aziza Aboulkacem (Raadslid PvdA Tilburg), Chiara Riboch (013) en Ralf Embrechts (Sociaal ondernemer). De 4 pitches waar de jury het meest van onder de indruk is krijgen een geldbedrag. Deze varieert van 250, 500, 750 of 1000 euro.

7 jaar geleden rondom een gemeenteraadsverkiezing ontstond het idee bij een brainstorm tussen raadsleden en jongeren uit Tilburg. Sindsdien zijn er al meer dan 10 edities gehouden. Allemaal met nieuwe visies op de stad en de mensen. Een ding is zeker: jongeren bruisen van ideeën. Tijdens Pitchnight krijgen jongeren de kans om die tot leven te brengen.

De nieuwe iPhone 17: must have of weggegooid geld? 

0

Daar-is-ie-dan: de iPhone 17. Elk jaar weet Apple de lat hoger te leggen met nieuwe functies en glimmende modellen. Maar dit jaar rijst de vraag: is dit toestel een echte must-have of enkel een dure upgrade? 

De iPhone 17 heeft kleine veranderingen ten opzichte van de iPhone 16, maar lijkt qua design en functies nog op zijn voorganger. Het scherm is groter en biedt meer vloeiende bewegingen, wat zorgt voor betere kwaliteit van video’s op Insta en Tik Tok. Ook de camera’s hebben nieuwe functies, zoals Center Stage, waarmee je altijd goed in beeld blijft. Daarnaast is het nu mogelijk om tegelijkertijd te filmen met de voor- en achtercamera. 

De grootste verandering is echter de introductie van Apple Intelligence (AI) in iOS 26. Met deze functie kun je woorden vertalen, teksten schrijven en foto’s slimmer bewerken. In Europa wordt echter nog gediscussieerd over deze nieuwe functie in de Europese modellen. 

Volgens techjournalist Bastiaan Vroegop zijn de verbeteringen van de iPhone 17 ten opzichte van de 16 niet zo bijzonder. “Het verschil is niet zo groot”, zegt hij. “Als je een ouder model hebt, zoals een iPhone X, is het wel de investering waard.” Het nieuwe model heeft een betere camera, is iets interactiever door de nieuwe chip en krijgt zoals altijd een nieuwe look. Dit jaar met een fris palet: zwart, lavendel, nevelblauw, saliegroen en wit. 

Ook de Pro-versie gaat er volgens Vroegop nauwelijks op vooruit: “De meeste gaan merken dat het verschil tussen de 17 en Pro niet zo heel groot meer is.” “De Pro heeft enkel een betere batterij en andere camera trucjes.” stelt hij, “De inhoud en de kwaliteit van het scherm zijn hetzelfde.” 

Als klap op de vuurpijl komt Apple met het eerste “iPhone Air” model. Dit dunne model voelt bijna gewichtloos in je hand. “De meerwaarde van dit model is te discussiëren.” zegt Vroegop. Ondanks het uiterlijk, is de inhoud hetzelfde als de iPhone 17. De prijsverschillen zijn echter groot, ondanks dezelfde inhoud betaal je voor de iPhone Air 17 €1.266 euro. Terwijl de iPhone 17 slechts €969 kost. 

“Het is geijkt in onze maatschappij, dat wij steeds luxere modellen willen.” stelt Vroegop. Maar ondanks de nieuwe snufjes en uitstraling van de iPhone 17, is de nieuwe iPhone alleen interessant voor mensen met een ouder toestel. “Heb je al een nieuwer model, is het zonde om eigenlijk over te stappen, die gaan tegenwoordig wel 7 jaar mee.” 

Bron: Apple (2025), Bastiaan Vroegop